GESCHIEDENIS

Graaf Herman

Oorlog tegen Frankrijk (w).

De enkeling, die op het eind van de 18e eeuw een krant ontving, vond een aandachtig gehoor, wanneer hij het laatste nieuwe uit Frankrijk mededeelde. In 1789 wan immers de Grote Revolutie uitgebroken. Later stierven zelfs koning en koningin op het schavot.

Vele uitgewekenen trokken de grenzen over en vooral Emmerik stond bekend als verzamelplaats van deze vluchtelingen, Er was een tijd, dat er zich meer dan 200 gevestigd hadden, waaronder zeer aanzienlijke personen, o.a. de vroegere Franse minister De Breteuil en de primaat van België, kardinaal van Frankenberg. Als ''emigrantennest'' stond Emmerik bekend.

Vooral na 1793 drongen de Fransen steeds verder naar de Rijn door. Nu maakte ook ons land zich op tot krachtige tegenstand. Eind oktober 1794 bewaakten Engelse en Schotse troepen de grote rivieren en van Rees tot Elten lagen minstens 9 tot 10.000 man keizerlijke troepen. Een ooggetuige beschrijft, hoe in Elten de cavalerie binnenrukte, verder émigré's en een infanterieregiment, die tenslotte buiten de poort gingen kamperen.

Nog duchtte men in Emmerik de komst van de Fransen niet. Slechts eenmaal zag men aan de overzijde een patrouille, die snel weer verdween. Maar met de dag, werd de toestand ernstiger. De 6e november verscheen te Emmerik een Franse officier, die in naam van generaal Vandamme gelastte, dat alle schepen naar de tegenoverliggende oever gebracht zouden worden. Toen dit geweigerd. word, begon de schieting van de stad, die tot 's avonds zes uur voortduurde en veel schade aanrichtte. Vele inwoners vluchtten toen naar 's-Heerenberg. De 9e november werd de stad nogmaals beschoten, hoewel niet zo sterk. Het gold een afleidingsmanoeuvre van de Fransen, die Nijmegen probeerden te bemachtigen. Hoe hevig de beschieting van Nijmegen was, bewijst het gilde­ boek van Beek:

''1794. in het laatst van October kwamen hier Hessen en Hanno­veranen, maar als het eene volck vertrok, dan kreegen wij al andere weer. Dat duurde ook de geheele winter door, ja soms bij een geringen daghuurder veertig man in quartier. Den 29 October kreegen wij Engelse Dragonders en Keyserlyke invanterij; van de groote kerk werd een paardestal gemaakt, daar stonden bij de dartig paarden in. Denselven dag begonnen de ransen Nijmegen te beschieten en dat duurde darthien daagen en nachten, soo heevig, dat alhier de glaasen in de huysen scodanig dreunden, dat men soude seggen zij gaan in stukken, en daar was geen tussingpoosing, soodat men snags er haast niet van konde slaapen, maar den dartienden dagh gong Nijmegen aan de Franschen over.''

Wel probeerden de Keizerlijken bij Wezel een flankaanval, om Nijmegen te ontzetten, maar ze slaagden hierin niet. Zelfs mochten ze nog van geluk spreken, dat ze niet afgesneden werden en over de schipbrug Wezel konden bereiken.

Vastberaden lagen de Fransen en Keizerlijken tegenover elkaar, gescheiden door de grote rivieren. Ieder versterkte zich. Eind november lagen vanl Duisburg tot Lobith 25.000 Keizerlijken, zelfs Doetinchem, kreeg een bezetting van 800 man. De daghuurder herbergde wel vier soldaten. Twee honderd stukken geschut beheersten de Rijn. Aan de andere oever beletten ook de Fransen alle verkeer op de rivier, zodat er groot gebrek aan brandstof ontstond.

Ook de Fransen leden gebrek, en wel aan zout. Nu werd Emmerik gesommeerd het te leveren. Goede raad was duur, want de generaal weigerde. Maar toen de 13e december een hevig bombardement van de stad begon, haastte men zich enige tonnen zout naar de overzijde te brengen.

De 18e november begon het hard te vriezen. Zou het een strenge winter worden? Als de Rijn eens dichtvroor? In angstige spanning wachtte men af, of de vorst zou aanhouden. Steeds kouder werd het.

Aan brandstof begon groot gebrek te komen. Maar in de nabijheid lagen de uitgestrekte Berghse bossen en in deze strenge winter werd er roekeloos gekapt, ook om palissaden te.krijgen voor de verschansingen. mmers de notulen van de magistratenvergaderingen maken melding van de protesten van de boeren, die gedwongen werden met paard en wagen de houtvrachten uit de bossen te slepen.

Ook de ons reeds bekende gildeschrijver uit Beek F.Haffkenschijd is verontwaardigd en tekent op:

"De Bergse bosschen, die seer oomplesant van beuke en Eykeboomen waaren, syn in het geheel verruweneert en op stompen geset en veel wilde herten waaren daarin, soodat ick se wel met 25 aan een trop hebbe gesien, maar als doen ook alle verdweenen, dat men nu geen meer siet."

Is het daaraan te wijten, dat de waterrijkdom van de bronnen zo teruggelopen is? Ook het ''Peeske'' deelde in hun lot. Vroeger immers borrelde er genoeg op voor de watermolen, die daar opgericht was en zelfs vóór 75 jaren kon men nog ieder etmaal drie uur malen. Nu verliest het overlopende water zich spoedig in de grond! Keren wij tot de bedreigde Rijn terug.Begin januari lag de rivier zo vast dat ze zelfs de zwaarste lasten naar de overkant had kunnen dragen. De waakzaamheid van de troepen verslappen geen ogenblik. Toch kwam de verrassing, waar men die niet verwacht had. De Fransen trokken bij Maasbommel en Alphen de Maas over, overschreden ook de Waal en het verdedigingsfront stortte ineen! Hessen en Hannoveranen, Engelsen en Schotten zochten hun heil in de vlucht. De Republiek werd door de Fransen bezet. Stadhouder Willem V hield de 18e januari 1795 zijn laatste audiëntie in het paleis op het Binnenhof en vertrok naar Engeland. Hij zou zijn land niet meer terugzien! Het oude regime had afgedaan.


volgende->




<- Terug naar index Graaf Herman
© 2001 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio