GESCHIEDENIS

Graaf Herman

De patriottentijd (v)

In zulke treurige tijden is het begrijpelijk, dat men zich in Bergh weinig bekommerde om de razende onrust, die alom in Gelderland heerste. Wat hielp het, als men zich verzette tegen de "heerendiensten" Men werd van oudsher tweemaal per jaar opgeroepen om zonder loon te werken: de gegoede boeren met wagen en paard, de anderen met hand en schop. Moesten de wegen of dijken verbeterd worden, dan werd "gevraagd" hand- en spandiensten te verrichten, Wat baatte verzet? In Zeddam had Engelbert Caeltjens geweigerd de "schlolten garven" af te staan aan de landdrost. Een proces was het gevolg ervan geweest en boer Caeltjens had het niet alleen verloren, maar was ook geruïneerd geworden. Vandaar ook, dat men zich hier zo rustig hield. dat men vanuit Doetinchem minachtend schreef: " in Zeddam zitten veel aanhangers van de oude constitutie".

Doetinchem was anders een brandpunt van de tokerijen tegen de stadhouder Willem V. Men deinsde voor geen middel terug, om hem het leven onmogelijk te maken. Vooral de Lutherse predikant ergh, die jong en van heftige inborst was, roerde zich geducht. Woensdags en zaterdags kwamen de patriotten bij elkaar in een z.g. leesgezelschap, waar in allerlei schotblaadjes als "de Politieke Kruyer" en "de Post" besproken werden, Door middel van xercitiegenootschappen, kortaf genoemd schutterijen, poogde men de beweging nog krachtiger te maken.

Ook in Bergh als in de hele Graafschap, werden de weerbare mannen opgeschreven, maar de beweging verliep snel. Behalve, enige heethoofden, voelde men op het platteland niet veel voor democratie. En men kreeg gelijk: Pruisische bajonetten herstelden de rust, de raddraaiers w.o. Daendels met 6000 van zijn aanhangers vluchtten naar het buitenland en men had niets gewonnen!

In hetzelfde jaar 1787 stierf gravin Johanna en haar zoon Anton Aloys volgde haar op. Hij stelde meer belang in zijn Nederlandse bezittingen dan zijn moeder en toen 's-Heerenberg tijding kreeg van zijn spoedige komst, kwam het reeds lang ongeduldige St. Jansgilde in de weer.. De feestvreugde vlamde op, erepoorten werden opgericht en de graaf toonde zijn dankbaarheid door het gilde f 150,- te schenken. Dat was meer dan genoeg voor alle uitgaven, voor bier en worst, en de penningmeester kon tot zijn vreugde mededelen, dat er slechts 43 gulden en 7 stuiver uitgegeven was.

Het schijnt, dat in deze tijden vele Joden als venters het platteland afliepen en tegen de avond een onderkomen vonden bij geloofsgenoten in 's-Heerenberg, De middenstand, die toch al treurige tijden meemaakte, omdat de boer zo weinig kocht, maakte bij de magistraat bezwaar, die op 17 februari 1788 het besluit nam, om "de joden, hier woonachtigh en tot inwoninge gerechtigt, te gelasten om geen vreemde Joden te huysvesten op eene boete van ses gulden.'' De stadsbode zou rondgaan om het de Joden aan te zeggen!

volgende->




<- Terug naar index Graaf Herman
© 2001 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio