De brand (p)
Het was de 14e oktober 1735. Machtig als altijd steeg de hoge ringmuur van het slot boven de wijde grachten uit en scheen door de wilde wingerd rood te gloeien in de avondzon. De zware massieve toren met de vier ''peperbussen'' aan de hoeken en bekroond door een forse spits, leek als een reusachtige schildwacht te waken. En toen de nacht viel, deed de garde zijn ronde door de talloze zalen en vertrekken. Zelfs daalde hij af in de machtige keldergewelven en klom naar de kapel, waar die morgen nog de mis opgedragen was. Hij kwam in de hal met haar vloer van roodachtig grijze plavuizen, betrad de ridderzaal met haar overdadige pracht. Sloop daar rentmeester Von Eppeln niet van de zolderverdieping? Rook het niet naar brand?
De waker zag aan de snel voortijlende vlammen dat aan blussen niet te denken viel. Kurkdroog was het hout op de zolder Zijn geroep wekte de bewoners, het torenklokje klepperde om hulp en van alle kanten kwamen de burgers toegesneld, om te redden wat men kon. Maar huizenhoog sloegen de vlammen op, krakend stortten de zware schoorstenen door dak en plafonds, een roodachtige gloed kleurde de donkere hemel, zodat de kroniekschrijfster van het zustersklooster te Huissen neerschreef, dat de brand van het machtige slot van de graven van Bergh zelfs in haar stadje te zien was.
Weinig werd er gered. Van de pracht en praal, waarmee graaf Oswald zich omringd had, bleef niets over dan rokende puinhopen en uitgebrande vensters. Alleen de noordelijke vleugel en de kapel bleven gespaard, zoals ook in 1939 het geval zou zijn.
Was het wraak of list van de rentmeester, die aan de rekenschap over zijn beheer trachtte te ontkomen door de vlam te werpen in het prachtige slot? Men meende genoeg bewijzen in handen te hebben om een proces tegen hem te beginnen en schadevergoeding te eisen. Dat hij bevreesd was, bewees hij ook later toen hij zich met energie verzette tegen een krachtige voogd en liever een zwakke grootmoeder zag, om zo zich aan zijn verantwoording te onttrekken.Met schimp en schande verdwijnt hij van het toneel.
En de graaf en de gravin? Het slot te 's-Heerenberg was onbewoonbaar geworden en zij trokken voor tijd en wijle naar het landelijke Boxmeer. De opruimingswerkzaamheden namen een aanvang, maar toen de opbouw op de oude fundamenten begon, bleek, dat er veel veranderd moest worden. De zware ringmuur aan de walzijde werd grotendeels afgebroken zodat een balustrade gevormd werd om het voorplein. De spits van de zware toren was verdwenen en werd niet meer hersteld. De uitgebrande kruisramen werden door eenvoudige vervangen. Men kende het slot niet meer terug.
Toch kostte deze eenvoudige bouw nog zeer veel geld. Verkocht men daarom de heerlijkheid Westervoort en het veer aan de stad Arnhem?
Graaf Franz Wilhelm zou zijn Bergse kasteel niet meer bewonen. Hij bezat een zwakke gezondheid en overleed in 1737 te Boxmeer op slechts 35-jarige leeftijd. Twee jaar later stierf ook zijn vrouw en liet drie kinderen na, waarvan het oudste meisje pas twaalf jaar telde.
volgende->
|