De boze Johanna (n)
Toen Franz Wilhelm van Hohenzollern zijn oudoom Oswald opvolgde, was hij nauwelijks acht jaar. Hij schijnt een bedeesd, vriendelijk kereltje geweest te zijn met een zacht karakter.
Ondertussen voerde zijn moeder, Johanna van Montfort, met krachtige hand het bewind. Zij zag, dat de opvoeding van haar zoon nog lang niet voltooid was en zond hem daarom onder geleide van een gouverneur naar Lunéville in Frankrijk om daar tot een hoofs edelman geslepen te worden. De overgang zal voor Franz Wilhelm wel groot geweest zijn: Hohenzollern, een klein, landelijk vorstendommetje in Zuidduitsland tussen Donau en Neckar; de hogeschool van Lunéville, waar de adel van Frankrijk zijn zwier ten toon spreidde!
Terwijl de Jonge graaf studeerde had zijn moeder heel wat te stellen met haar beambten, die van vermeende vrouwelijke zwakheid misbruik poogden te maken. Aan het hoofd stond landdrost Blaespiel, die voor zijn leven benoemd was en de strijd met de gravin wel aandurfde. Het landelijk leven behaagde hem niet altijd en zeer dikwijls was hij afwezig. Dan stelde hij als zijn "stadhouder" de klerk op zijn kantoor aan en gaf hem volmacht in zijn naam te handelen. Natuurlijk was dit niet naar de zin van de gravin Johanna en in het nu volgend proces won zij het. De landdrost werd het recht ontnomen een plaatsvervanger aan te stellen. Maar heer Blaespiel gaf de moed niet op. Om de gravin te plagen, gaf hij zijn klerk het recht vrij in de Bergse bossen te jagen! Maar de jacht kost tijd en zelfs in de kantooruren kon men de schrijver met het geweer op de schouder aantreffen. Hij werd ontslagen wegens plichtsverzaking en moest het gelag betalen in de strijd tussen gravin en landdrost!
volgende->
|