De weduwe (m)
Toen in 1712de grijze Oswald III afscheid had moeten nemen van zijn weelderige woning en bijgezet was naast zijn ouders in de eenvoudige grafkelder van de kerk te Boxmeer, duurde het slechte korte tijd, of zijn weduwe Leopoldina betrok weer het kasteel te 's-Heerenberg.
Gedaan was het nu met de vele bezoeken, de geestrijke gesprekken, de praal en pracht van de feesten. Meer en meer zonderde zij zich af en bracht vele uren door in de slotkapel, die hoog boven de grachten uittorende. Als dan 's morgens de H. Mis opgedragen werd en mét de bedienden ook vele 's-Heerenbergers het kapelletje vulden, zagen zij daar ook de statige, in het zwart geklede weduwe, die naar haar bidstoel schreed. Vooral 's zondags zagen vele nieuwsgierige ogen naar de diepgesluierde vrouw. Zij wenste alleen te zijn met haar herinneringen en daarom verzocht zij de bisschop van Roermond, of hij bij de Internuntius te Brussel wilde bewerken, dat een van haar kamers als bidvertrek ingericht mocht worden. Goedgunstig werd hierop beschikt op voorwaarde, dat in het ''oratoire" slechte één H. Mis mocht opgedragen worden en dat de slotkapel als vroeger door de 's-lleerenberge bezocht mocht worden!
En toch, Leopoldina voelde zich niet meer thuis op het slot waar ieder vertrek nog sprak van de kunstzin van haar overleden echtgenoot. Bovendien waren er nieuwe bewoners gekomen waarvan de Zuidduitse zeden en gewoonten een schrille tegenstelling vormden met de verfijnde levenswijze van vroeger. Leopoldina verlangde naar stilte en na eerst enige keren Boxmeer bezocht te hebben, vestigde zij er zich in 1716 voorgoed. Lang zou zij er niet wonen, want nog in hetzelfde jaar stierf zij en werd naast haar man bijgezet.
volgende->
|