Schatgravers (k)
Was vroeger de Spaanse schatgraver bekend over heel Europa, speculerend op de hebzucht van de menigte, ook de nieuwsgierigheid van de oude 's-Heerenbergers werd geweldig geprikkeld, toen geruchten de ronde deden over een ontzaglijke schat, die nog wel op het Montferland gevonden zou zijn. Want wie had niet gehoord van het "Witte Wief"? Vertelde men niet van oudsher, dat zij met angstvallige zorg een schat bewaarde? En het werd met zekerheid verhaald, dat zij eens een boswachter, die wederliefde gevonden had bij de dochter van de rentmeester, geholpen had aan véél goud, zodat hij de beminde van zijn hart kon huwen. Vertelde men niet ...... Maar de lezer wil feiten, geen verhalen. Daarom grijpen wij naar een bundel processtukken van februari en oktober 1700 uit het Berghse archief. Hierin beschuldigt graaf Oswald een zekere Herman Kniest rentmeester van 't gasthuis, Andries Spoor en Willem Nieuwstad, dat ze op het Montferland, dus op zijn grond, in alle stilte een schat opgegraven hebben, bestaande uit een kist met goud. zilver en juwelen. De schatgravers worden gesommeerd het gestolene terug te geven!
Maar de heer Kniest met zijn gezellen protesteerden tegen deze lage beschuldiging. Zij betitelen de geruchten als bakerpraatjes, die in de herbergen onder een pot bier bij het flakkerend licht van kaarsen gehouden worden. Ja, zij beschuldigen zelfs graaf Oswald dapper meegedaan te hebben met die zinloze kletstaal. Maar die vinnige woorden brachten algemene verontwaardiging onder de goede burgers en de magistraat moest ietwat hardhandig ingrijpen in de ongeregeldheden die er bet gevolg van weren.
Was graaf Oswald niet zo vooruitstrevend geweest, dan had hij de pijnbank in werking kunnen stellen om het geheim te achterhalen. Nu stond het "ja" van de graaf tegenover het "nee" van de schatgravers. Ook wij weten niet wie er gelijk had. Hoe bet ook zij in 1704 doken er weer nieuwe geruchten op, die over een schat handelden, die in het Stokkumse Bos door twee boswachters gevonden zou zijn. De mogelijkheid bestaat ook, dat graaf Oswald zelf een schat heeft laten opdelven, terwijl het daarbij bleek, dat een gedeelte gestolen was. Hoe is anders de steen te verklaren, die nu ingemetseld werd in de muren van het tegenwoordige Montferlandse hotel? Daarop staats Thesauris excisis oswaldus me struxit ( 1698). De vertaling kan zijn: Tijdbericht. Oswald heeft mij door uitgedolven schatten (of toen zijn schatten uit geput waren) gebouwd.
Nog een ander stenen schild wekt er onze nieuwsgierigheid. Er staat op Chronodisticon. Rudera si puduit tristesque habitare ruinas en nova structa tibi regia pluto redi ( 1699 ).
De vertaling luidt: Tweeregelig tijdbericht: "Daar men zich geschaamd heeft het akelig puin en de ruïne te bewonen, zie voor u een nieuw paleis opgetrokken. Pluto kere weer. (1699)
Hoopte graaf Oswald op het vinden van nieuwe schatten? Zijn deze stenen later naar het Montferland verhuisd? Heeft Herman Kniest niets gevonden? Waarom beschouwde het volksgeloof het Witte Wief als beschermster van verborgen rijkdommen
Wij weten het niet, Misschien brengt een zondagskind, dat met de helm geboren is, alles nog eens te voorschijn!
volgende->
|