GESCHIEDENIS

Graaf Herman

Graaf Hendrik van den Bergh (e)

Want bij al zijn streven haar eer en roem en geld, zag hij bijna al zijn dromen in rook opgaan.

Ook hij trad in Spaanse dienst, geraakte enige keren in gevangenschap en werd ten slotte na de dood van zijn het broer Frederik in 1618 diens opvolger in Gelderland. Zelfs bracht hij het enige jaren later tot opperbevelhebber van alle Spaanse troepen en werd als zodanig de grote tegenstander van zijn neef Frederik Hendrik.

Zo vinden wij beiden tegenover elkaar bij de belegering van 's-Hertogenbosch (1629). Deze stad beheerste de Maas. evenals Nijmegen de Waal, en daarom was de verovering van groot belang voor de Republiek. Hoe vaak had Maurits zijn hoofd al niet gestoten, want sterk was de stad door haar ligging. Toen Frederik Hendrik Den Bosch insloot, telde de bezetting van stad en forten slechts 4000 man onder de bekwame Grobbendonck. Graaf Hendrik probeerde zijn tegenstander weg te lokken door een inval op de Veluwe en plunderend en brandschattend passeerde hij zelfs Amersfoort en bedreigde Amsterdam. De Republiek spande haar uiterste krachten in, het leger werd op 120.000 man gebracht en de pas drooggelegde Naardermeer liet men weer onderlopen om Amsterdam te beveiligen. Maar toen Wezel verrast werd, waar graaf Hendrik zijn voorraden had, moest hij terugtrekken en was de overgave van Den Bosch spoedig een feit.

Men kent het treurig lot van de stad: alle priesters moesten binnen twee maanden vertrekken. Hoe Frederik Hendrik ook pleitte voor mildheid, het antwoord luidde: "Het Calvinisme zou het Brabantse "Rome" tot zijn bolwerk maken!"En toen de droevige uittocht van de geestelijken begon, kon men moedeloos schrijven: "Dien dag worde in Den Bosch groot jammer ende klaghen bedreven."

Zwaar was de slag voor Spanje en de katholieke kerk, want ook de rest van de Meierij was nu verloren. Men mompelde van verraad. Het vertrouwen in Hendrik's krijgskunde was geschokt en hij was genoodzaakt ontslag te nemen. Welnu, had hij de naam van verrader, hij kon het ook metterdaad tonen! Geheime, onderhandelingen met Frederik Hendrik en de Franse gezant hadden tot resultaat, dat men zou pogen de Zuidelijke Nederlanden van Spanje los te scheuren. Hendrik van den Bergh zou een verradersloon van 800.000 goudguldens ontvangen,

Toen kon in 1623 de"roemrijke" tocht van Frederik Hendrik langs de Maas beginnen. Bijna zonder slag of stoot gaf Hendrik de steden Venlo, Roermond en Sittard over, alleen Maastricht weerstond en de stad moest belegerd worden. Toen vaardigde Hendrik een proclamatie uit, waarbij het volk tot opstand aangespoord werd. Maar landvoogd Albertus greep krachtig in en vorderde Luik op. Hendrik werd verjaagd en was genoodzaakt over Aken en 's-Heerenberg naar Den Hang te vluchten, waar hij het loon voor zijn verraad ontving.

Daar kreeg hij het bericht van de val van Maastricht, maar ook, dat hij wegens hoogverraad ter dood veroordeeld was.

In 1636 stierf de eerzuchtige in de herberg "De Zwaan" te Zuthpen, bijna vergeten!

Zeer gelukkig schijnt het huwelijksleven geweest te zijn tussen de jonge graaf en zijn kindvrouwtje, zoals de nog bewaarde correspondentie aantoont. Toch was alles geen rozegeur, ook hier kwamen de kruisen: doodgeboren kinderen, die de verwachtingen op een stamhouder telkens vernietigden. Maar de hevigste slag zou nog komen: in 1633 overleed de pas 23-jarige gravin. Nog groter werd de ontsteltenis, toen de volgende dag bleek, dat er nog een kindje ter wereld was gekomen, dood. De droevige dood van zijn vrouw gaf weer aanleiding tot twist.

Was het kind gestorven vóór zijn moeder, zoals velen beweerden, dan zou oom Hendrik de wettige erfgenaam zijn van de Berghse bezittingen. Maar als de mogelijkheid bestond, dat het kind nog enige tijd geleefd had??..Dan zou graaf Albert als naaste bloedverwant van het kind de erfenis in ontvangst kunnen nemen!

Natuurlijk hoorde graaf Hendrik er al spoedig van en eiste Bergh op. Misschien heeft de landdrost Boetselaar hem even ingelicht. In ieder geval blijkt, dat deze Hendrik als graaf erkende. Vrijuit dacht de drost zijn mening te kunnen uiten, daar hij voor zijn leven benoemd was. Maar hij had niet gerekend met het opvliegend karakter van Albert. "Er uit!" kwam het bevel en Boetselaar moest zijn drosthuis verlaten. Gelukkig voor de openhartige man mocht hij het volgend jaar zijn betrekking weer innemen en bleef drost tot aan zijn dood.

Ruzie, ruzie! Vier dikke boeken omsluiten de processtukken over het bezit van Bergh tot 1644. Toen het bleek, dat brieven niet hielpen paste graaf Hendrik het vuistrecht op zijn neef toe en belegerde Albert op zijn sterke slot. Haar al was ook Hendrik- door zijn verraad!- aanhanger van de Staten en Albert spaansgezind, dit ging het Hof van Gelderland toch te ver! Wie kon zo iets ook verwachten in de Gouden Eeuw van Frederik Hendrik! Zelfs beraamde graaf Hendrik op Boxmeer een aanval die in het water viel. Natuurlijk haastte zich Albert, om de grachten om het kasteel aldaar uit te diepen.

Ruzie over het eigendomsrecht van de bossen onder Varsseveld en Wisch, die Hendrik voor zich liet kappen; ruzie over het vee, dat uit de weiden weggehaald werd; ruzie over de tollen, die oom Hendrik graag wilde verpachten. Telkens laaiden de twisten opnieuw op!.

Toen graaf Hendrik in 1638 stierf. bleef het nog lang nasmeulen tussen graaf Albert en Hendriks dochter die met de prins van Hohenzollern getrouwd was. Maar In 1644 kon men toch eindelijk het vredefeest vieren: Bergh bleef aan Albert, terwijl de prinses Bergen op Zoom zou krijgen. Nog werd een bepaling aan liet verdrag toegevoegd, waarbij Bergh eerst na zeven jaar ontruimd zou worden. Goedgunstig verliet de prinses al in 1650 het slot en kon de heer van Boxmeer er zijn "joyeuse entrée" doen.

Veel vreugde beleefde de nieuwe graaf hier niet. De verhouding tussen landsheer en onderdanen was niet als in Boxmeer. Men weigerde herendiensten te verrichten en zonder beloning voor de graaf te werken. Ook met de magistraat van 's-Heerenberg kon hij het niet vinden. Al eerder, in 1633, had hij met de harde koppen van de raadslieden te maken gehad, toen hij enige burgers van 's-Heerenberg wilde arresteren en een fel protest moest horen. Nu hij definitief het bestuur van Bergh in handen had, weigerde de magistraat zijn rechtsmacht te erkennen op het kerkhof en in de kerk. Men wilde niet buigen, al zat hun heer ook op een machtig slot! Toch wilde ook hier de graaf zijn wil doorzetten en bepaalde, dat de leden van de magistraat uitgesloten waren van de grafelijke ambten. Natuurlijk dacht hij ze daardoor geldelijk te treffen, maar ook dit baatte niet!

Daarom verliet hij 's-Heerenberg al spoedig en trok met vrouw en kinderen - hij was in 1641 voor de tweede maal gehuwd met Madeleine de Cusance - naar zijn geliefd Boxmeer. De landbevolking was hem dankbaar omdat hij een kanaal naar de Maas had laten graven voor betere afwatering. Maar ook het stadje zou hij winnen en daar het onderwijs er op een laag pitje stond, wist hij de paters Carmelieten naar Boxmeer te trekken, die er een Latijnse school oprichtten. Als bewijs van zijn hoge gunst schonk hij het klooster zijn levensgroot portret. Maar ook in Boxmeer waren de tijden veranderd. Of was het misschien de graaf, die ziekelijk was en bij het geringste meningsverschil zich al geprikkeld voelde? Ook hiet onenigheid met de schepenen over de rechtspraak en twisten niet de pastoor, de geleerde Antonius Peelen. Graaf Albert bleek een zeer lastig heer te zijn!

Zijn ziekelijkheid nam toe. Na een kort lijdensbed van slechte twaalf dagen, waarbij de dokter-pastoor alles nauwkeurig optekende, overleed graaf Albert de 17e juli 1656 en werd in de kerk van Boxmeer bijgezet. Hij was nog geen 49 jaar oud!

volgende->




<- Terug naar index Graaf Herman
© 2001 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio