De geschiedenis van twee soldatenbroers (d).
De bekende - en beruchte- Willem IV had bij zijn vrouw Maria van Nassau zestien kinderen. Over de oudste zoon Herman spraken wij al en terloops roerden wij het tragisch lot aan van Oswald, Wilhelmina en Juliana.
Nog twee andere zonen hebben een plaats verworven in onze vaderlandse geschiedenis nl. Fredrik en Hendrlk. Evenals hun broers - behalve Joost, die onnozel en doof was- kozen zij in deze woelige tijden het soldatenhandwerk en beiden zien wij dan ook geregeld op het oorlogspad.
Over graaf Frederik kunnen wij kort zijn, want veel over hem is verloren gegaan. Hij maakte dezelfde jeugd mee als zijn broer Herman en toen zijn Vader tot Spanje terugkeerde, werd hij ritmeester over een vendel ruiters. Ongevaarlijk was het niet! Zo werd hij bij Grave zwaargewond door een kogel in het been; bij Grave velde een steenworp hem bewusteloos neer; onder Verdugo stak hij bij ijsgang onder levensgevaar de Dollard over, om het daar geplaatste voetvolk terug te halen; raakte in Groningen in gevecht met de Staatsen waarbij hem twee paarden onder het lijf werden doodgeschoten en hij zelf een kogel door de arm kreeg. Met recht mocht zijn broer llerman schrijven, dat hij en zijn broer geen hovelingen, maar krijgslieden waren, dat zij in die bezigheid van hun jeugd af waren opgevoed, en dat de lucht van het leger hun beter behaagde dan die van de hofstad.
In 1592 verdedigde hij Koevorden met grote dapperheid tegen Maurits, hoewel hij het stadje moest opgeven, Daarom werd hij in 1593 tot kolonel benoemd en het volgend jaar stadhouder van de noordelijke provinciën. Als veldmaarschalk veroverde hij in 1598 Doetinchem en ontving de stad en Schuilenburg als heerlijkheid. Maar de Staten van Gelderland trokken hem een streep door de rekening en erkenden hem niet, hoewel Doetinchem hem reeds als Heer gehuldigd had.
Natuurlijk zat ook hij Maurits dwars en in 1601 gelukte het hem duizend man in 's-Hertogenbosch te brengen en daardoor deze te noodzaken het beleg op te breken.
Maar toch, al voelde hij zich op en top soldaat, aartshertog Albertus schatte zijn bekwaamheden als staatsman eveneens hoog door hem als afgevaardigde naar de Rijksdag van Regensburg te zenden, van waar hij talrijke en interessante bijzonderheden naar Brussel overbriefde.
Wij mogen nog vermelden, dat hij in 1611 zijn broer Herman opvolgde als stadhouder van Gelderland en hij beloond werd met het eervolle Gulden Vlies.
In 1618 overleed hij op het kasteel van Boxmeer en liet een zoon Albert na, waarover later nog gesproken zal worden.
Al was Frederik's leven niet bepaald rustig, nog wisselvalliger was dat van zijn broer:
volgende->
|