GESCHIEDENIS

Graaf Herman

Ontgoochelingen (c)

Daar zat Willem van den Bergh nu in Bremen, het zeeroversnest van de watergeuzen! Vluchtend voor het opdringend leger van Alva, had hij in zulk een haast het pas veroverde Kampen moeten verlaten, dat hij zijn doodzieke vrouw achter moest blijven. Zijn kinderen zaten veilig op het slot Dillenburg bij zijn zwager Jan van Nassau en aten daar het genadebrood, want zelf bezat hij na de mislukte tocht van 1572 niets meer. Eindelijk dan, na de Pacificatie van Gent in 1576, mocht hij naar Bergh terugkeren. Hij hoopte, dat Oranje hem zou helpen om stadhouder van Friesland te worden! Maar men nam hem niet, want men kende "zijnen kleynen verstandt". Zelfs Oranje meende, dat men hem waarschijnlijk niet wilde hebben!

Nog erger was zijn ontgoocheling In 1578, toen hij gepasseerd werd als stadhouder van Gelderland en Oranje daartoe zijn eigen broer Jan van de Dillenburg weghaalde. Het was Willem, als had men hem "voor den kop geslagen". Overrijp was hij nu voor de verleiding om tot Spanje weer terug te keren.

Het viel anders. Jan van Nassau lang niet mee met de Geldersen. Lang had hij geaarzeld, maar ten slotte had hij toegestemd, omdat hij als overtuigd Lutheraan hier een zending meende te vervullen. Ging het niet goedschiks, dan zou met geweld de protestantse godsdienst ingevoerd worden. Om een onderdanige Raad te hebben werden eerst de katholieke leden hieruit verwijderd. In Nijmegen bracht hij de Beeldenstorm op gang en ook in Arnhem regeerde hij zo tiranniek, dat er bijna een opstand tegen hem gelukt was, Zelfs ontstond er verwijdering tussen hem en Oranje omdat deze zijn oudste dochter Mayke, nog wel opgevoed in de protestantse godsdienst bij Jan van Nassau op de Dillenburg, uitgehuwelijkt had aan een katholiek edelman,

Welk een verschil tussen Nassau, waar graaf Jan als een vader voor zijn onderdanen zorgde, en Gelderland, waar men hem nauwelijks het brood in de mond gunde. Eindelijk had men zijn salaris vastgesteld, maar zo laag, dat hij er onmogelijk mee kon rond komen. Soms had hij geen geld om op reis te gaan en kon zelfs de bakker niet betalen, omdat men hem maanden lang op zijn salaris liet wachten. Er kwam een tijd, dat hij de gouden kettingen, ringen en sieraden van hem en zijn zonen naar de lommerd moest brengen.

Bijna niemand kon hij vertrouwen en zeker niet zijn zwager Willem van den Bergh, die zijn oude bezitting Boxmeer had weten te bemachtigen en in aanraking gekomen was met de ijverige pastoor van een dorpje in de buurt, Gerrit Willemsz. Geruchten drongen tot graaf Jan door, dat zijn zwager door bemiddeling van de pastoor vredesonderhandelingen met de Spaanse landvoogd Don Juan had aangeknoopt. Het was nauwelijks te geloven! En wat bezielde Willem van den Bergh, om zich aan het hoofd van de oppositie te stellen, die weigerde tot de Unie van Itrecht toe te treden!

Overal laaide het verzet op, waar zich maar een klein groepje overtuigde, strijdlustige katholieken bevond. Men wilde terugkeer tot de wettige vorst, omdat Philips II bij de vredesonderhandelingen te Keulen slechts eiste: terugkeer onder zijn gezag en handhaving van de katholieke godsdienst. Men weet het aan Oranje dat Keulen tot niets geleid had!

De roekeloze Marten Schenck gaf het sein. In de nacht van 9 op 10 Juli 1579 verraste hij Doetinchem met slechts 80 paarden en 200 soldaten. Vlug rukte hij op naar Doesburg en Zutphen, maar zag zich spoedig opgesloten, werd zwaar gewond en gaf de stad aan de Staatsen al twee dagen later over. Meer dan 1500 ruiters uit Deventer, Venlo en de Betuwe waren al. opgerukt om hem te helpen, maar het was te laat!

Het wantrouwen van Jan van Nassau tegen zijn zwager uitte zich al spoedig, Zijn onbetaalde troepen scheen hij bij voorkeur te legeren op diens bezittingen, zodat de arme boeren "het bloed uit de botten" geperst werd. Niet alleen eisten de soldaten en ruiterij kost en inwoning, maar bovendien nog een halve daalder (soms 12 stuivers) per dag, Met het geld werd drank gekocht en in hun dronkenschap sloegen zij alles kort en klein en staken zelfs boerderijen in brand. Weigerde men, dan dreigden martelingen en de dood! Was het land kaalgevreten, dan lieten ze zich met een grote som afkopen en namen de overgebleven paarden en koeien "in leen" mee. Zelfs Maria van Nassau ondervond de gevolgen, want zij moest erg zuinig zijn, omdat de pachtsommen uitbleven.

Natuurlijk heerste er grote verbittering onder het landvolk, dat naar een gelegenheid zocht om zich te wreken. Deze kwam, toen Rennenberg, de Staatse stadhouder van de Noordelijke provinciën de boeren van Drente verlof gaf zich van de kwelgeesten te ontdoen. Drente werd verslagen, maar de beweging greep over naar heel Overijssel, waar de boeren zich wapenden met zeis of hooivork en als schapen de ruiters voor zich uitdreven, die naar Zutphen vluchtten. Toen geraakte de Graafschap in beweging. Natuurlijk zat Willem van den Bergh achter de "desperaten". Hij hield op zijn kasteel te Ulft een samenkomst met de heer van Anholt en steunde de boeren. Aanvankelijk had de boerenopstand groot succes. De staatse bevelhebber Hohenlo joeg men tot onder de muren van Emmerik na. zodat hij aan de hand gewond werd en zijn paarden en hele bagage in de steek noest laten. Het gelukte echter aan Hohenlo de boeren pas te verslaan bij het klooster Sion (te Doetinchem), waar meer dan 390 boeren vielen, en de roet werd bij Raalte verstrooid.

Ook Bergh had zeer geleden. Uitgemergeld was het land, het dorp Zeddam gebrandschat, de kerk van Netterden ging in vlammen op.Maar de regeringsdagen van Jan van Nassau waren geteld. Hij had zich hier onmogelijk gemaakt. Ontgoocheld vertrok hij naar Dillenburg en keerde niet meer terug!

Hadden de onderhandelingen van Willem van den Bergh met Don Juan tot niets geleid, de nieuwe landvoogd Parma, de man met zijn felle, donkere, intelligente ogen, nam de draden weer op. Wat te doen? Aan de ene kant wantrouwen bij de Unie en Willem van Oranje, steeds bedreigd in zijn bezittingen; aan de andere kant Parma, die geregeld In geldgebrek verkeerde en hem zeker bij afval niet voldoende ondersteunen kon., Daarbij nog een netelige kwestie: zijn vrouw moest katholiek worden, Ten slotte hakte hij de knoop door: de 31 ste mei 1580 werd de Acte van Verzoening getekend ... In het geheim.

Ondertussen zat men in Gelderland zonder stadhouder. En wat Willem zeker niet verwacht had, men schoof hem naar voren. Natuurlijk vroeg Parma verlof of hij het aan mocht nemen en deze beschikte goedgunstig omdat nu hoop bestond voor heel Gelderland voor de koning terug te winnen.

Zo zag dan in 1581 Willem zijn droom in vervulling gaan. Maar kronkelen moest hij. Een van zijn eerste daden was de verovering van Keppel, later gevolgd door het ontzet van Lochem, dat door Verdugo belegerd was. De gehoopte invloed bleef uit. In dezelfde maand dat hij stadhouder werd, besloot de Landdag tot verbod van de Berghse munt, daar zij van geen goed gehalte meer was.

Het was een gevoelige slag voor zijn berooide financiën deze "winsten" te moeten missen. Dat zijn armoede hoog gestegen was, bewijst hot feit, dat hij een lening sloot van 250 daalders, vroeger voor hem een geringe som, en als pand een weiland op de "Speelberg" bij Emmerik gaf.

Diepe ontgoocheling bracht hem dit stadhouderschap, waarvoor hij zoveel jaren gewerkt, geveinsd en gelogen had. Knoopte hij daarom met Parma nog nauwere banden aan? Pleegde hij verraad, toen Zutphen in Spaanse handen viel? In leder geval heerste er groot wantrouwen en toen hij voorstelde, om maar vrede met Spanje te sluiten, steeg de verontwaardiging ten top. Hij werd einde 1583 te Arnhem gearresteerd en per schip naar Holland vervoerd. Het schijnt, dat men hem niets bewijzen kon, want hij werd weer vrijgelaten.

Hoe graag had hij 's-Heerenberg als woonplaats gekozen, maar hier lag een Staats garnizoen. Daarom vestigde hij zich te UIft. Zijn zonen spoorde hij aan in Spaanse dienst te treden. Weinig genoegen beleefde hij hiervan, want zijn zoon Oswald sneuvelde.

Nog in zijn laatste levensjaar liep hij met plannen rond 's-Heerenberg te heroveren. Do dood maakte er in 1566 een einde aan. Hij werd begraven in een torengewelf van het slot Ulft, waar hij eindelijk rust vond na zijn stormachtig leven! Hij was pas 49 jaar oud.

volgende->




<- Terug naar index Graaf Herman
© 2001 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio