Vullertjes en andere wetenswaardigheden

WAAROM VERZAMELT IEMAND BIDPRENTJES?

In eerste instantie een lugubere indruk, maar als je er verder op ingaat, heeft het veel aantrekkelijks.
Je bent bezig met mensen en familie's die herinneringen oproepen aan soms lang vervlogen dagen.
Tevens heeft zo'n verzameling een grote genealogische en iconografische waarde. De oudere prenten hadden vaak prachtige afbeeldingen die uit kopergravures bestonden en goed van detaillering en afwerking waren.
Aldus Gerard Dieker uit Doetinchem (tel 0314-340454, tussen 18.00 en 19.00 uur of zondagmiddag). Hij is lid van de Heemkundekring Bergh en hij reageerde op de oproep om voor het documentatiecentrum bidprentjes beschikbaar te stellen.
Waarom hij zelf ook bidprentjes spaart blijkt uit onderstaande, ontleend aan De Vries, Maastricht.

Ontstaan in Nederland.

De geschiedenis van het doodprentje is niet zo oud. De bakermat ervan ligt in Nederland, waar men in het midden van de XVIIde eeuw, op gewone heiligenprentjes met de hand "in memoriam" schreef bij het overlijden van een vooraanstaand persoon.
In de Zuidelijke Nederlanden (België), komt dat gebruik eerst in het begin van de XVIIIde eeuw in voege. De oudste bidprentjes met gedrukte tekst zijn bijna zonder uitzondering Amsterdamse drukken. We mogen dan ook veilig aannemen, dat ze van oorsprong uit deze stad afkomstig zijn. Het zijn vaak fraaie voortbrengselen van de Antwerpse plaatsnijdersschool. Er zijn exemplaren onder te vinen uit het jaar 1730 (in Antwerpen pas rond 1775) maar het zijn allemaal drukken uit de aloude stad van Vondel en Rembrandt.
De Franse Revolutie deed 't doodprentje bijna geheel verdwijnen. Na het Concordaat met Napoleon in 1802 leeft het gebruik weer op en doet zijn intrede bij de burgerij en de boerenstand. Vijftig jaar later is het gebruik algemeen.
Uitgaande van de voorstelling, is het wel interessant de ontwikkeling van het doodprentje na te gaan.

Eerste voorstellingen.

Zoals hierboven gezegd waren de eerste doodprentjes gewone heiligen - santjes. Meestal is er in de voorstelling niets te vinden dat noodzakelijk aan de dood doet denken; op sommige voorstellingen is het religieuze element zelfs ver te zoeken. De tekst op de achterzijde bestond uit een "in memoriam" van de overledenen, maar bevatte bovendien een mededeling van het afsterven en een uitnodiging om de begrafenisplechtigheid bij te wonen. Deze doodprentjes werden dan ook niet uitgereikt tijdens de zieledienst - maar werden een paar dagen tevoren uitgereikt.
Dat bestond niet alleen in het Zeeuwse zoals beweerd wordt, maar eveneens in de meeste plaatsen van Brabant.

Het eigenlijke doodprentje.

Omstreeks het jaar 1850 verschijnen de eigenlijke doodprentjes zoals wij die nu kennen; zwart omrand (de vroegste met kantwerk) en overladen met siermotieven, hoofdzakelijk ontleend aan de flora.
Ook gekleurde doodprentjes komen reeds voor, evenals gegraveerde portretprentjes. De meeste uit die tijd zijn gedrukt in Parijse ateliers.
Wat de tekst op de achterzijde betreft is 't merkwaardig dat het grootste deelte van degene welke opgesteld zijn in de Franse taal en nochtans doodprentjes zijn van mensen uit het Vlaamse land - toebehoren aan dames en juffrouwen.
Van het midden der vorige eeuw af roepen vele voorstellingen gedachten aan de dood op; zandloper met zeis, overledenen in het vagevuur, St. Jozef (patroon van de goede dood), schip op stormende zee, treurwilgen en gebroken zuilen, benevens passievoorstellingen, pieta's, afbeelding van 't heilig Hart en van de heilige Maagd, soms ook nog eens van een heilige, kelken, kruisen, ankers enz., tenslotte ook prentjes die eerder heidens dan christelijk aandoen.
Reproducties van bekende schilderwerken komen zeer zelden voor. Onder deze zijn de Ecco Homo en de Mater Dolorosa van Velasques en Fra Angelico en soms de graflegging van Rogier van der Weyden.

De moderne prentjes.

Het genre dat in de laatste decennia van de XIXde eeuw ontstond, evolueerde zeer traag en hield taai stand. We mogen bijna zeggen dat men tot de jaren 1930 moet wachten om een nieuw type doodprentjes te zien. Het zijn de zogenaamde "moderne" die veel kunstvoller zijn dan de vroegere (in zoverre die het waren) en gelanceerd werden o.a. door de Benedictijner Abdij van Dendermonde en de priory Schotenhof.
Dikwijls zijn dit dubbele prentjes, met tekening aan voor- en achterzijde en in het midden de tekst: links de traditionele formule, rechts de dankbetuiging vanwege de familie van de overledenen.
De moderne doodprentjes zijn meestal gekleurd; zwart, rood, paars en geel overheersen en zijn ofwel geïnspireerd op andere voorstellingen of brengen een nieuwe, allereenvoudigste voorstelling: een klein motief met tekst.
Mogen onze drukkers, vanzelfsprekend ook het publiek, voldoende goede smaak bezitten om slechts smaakvolle doodprentjes te gebruiken.
Het is van belang dat bidprentjes voor de toekomst bewaard blijven.

Plannen van de Heemkundekring om bidprentjes te scannen en op de site - www.heemkunde.nl - te zetten, zijn gewijzigd. Het is de bedoeling dat alleen de namen en andere genealogische gegevens vermeld worden. Via het documentatiecentrum kan men dan een copie bestellen.

(Uit Kersteditie Montferland Nieuws 2001)


WAAROM VERSTUREN WE KERSTKAARTEN?

In Montferland nieuws van 11 december stond een stukje over digitale wenskaarten die op de site van de Heemkundekring Bergh staan en die per e-mail verstuurd kunnen worden. Dat kan ook nog in het nieuwe jaar! Naar aanleiding daarvan reikte de bibliotheek in 's-Heerenberg de Heemkundekring een boek aan, geschreven door Desmond Morris en getiteld 'En nu is het Kerstmis. Over folklore, traditie en symboliek van de kerstviering'. Uit het Engels vertaald door Ans van der Graaff (ISBN 90-269-6342-4). Veel hoofdstukken beginnen met 'Waarom' of 'Wat'. Enkele voorbeelden: Waarom hangen we glazen ballen in de kerstboom? Waarom hangen we hulst in onze huizen? Waarom steken we met kerstmis kaarsen aan? Wat is de oorsprong van ons kerststalletje?
Omdat het stukje in Montferland Nieuws over Duitse kerstkaarten repte, bekijken we ze nu met de ogen van een Engelsman en nemen we een hoofdstuk over uit genoemd boek.
"Waarom versturen we kerstkaarten? Omdat Sir Henry Cole er elk jaar met Kerstmis zo tegenop zag al zijn familieleden, vrienden en kennissen handgeschreven brieven te sturen.
Cole was een drukbezet, energiek man, voortdurend bezig met nieuwe plannen en projecten. Het Vicroria and Albert Museum, het Royal College of Music en de Albert Hall, om maar niet te spreken van openbare toiletten... allemaal projecten die hun bestaan aan hem te danken hebben.
Omstreeks 1840 vroeg Cole een lid van de Royal Academy, John Horsley, een kerstkaart voor hem te ontwerpen. Horsley leverde die af in november 1843 en Cole liet er met behulp van lithografie duizend drukken op stevig karton en daarna met de hand inkleuren. Ze werden verkocht op Old Bond Street 12 in londen, waar Cole geïllustreerde kinderboeken uitgaf. De kaarten kostten 1 shilling per stuk, maar dit project van hem was een flop. De wereld was nog niet klaar voor dergelijke kerstgroeten. Sommige zeer gelovige lieden vonden het van slechte smaak getuigen.
Cole was zijn tijd duidelijk vooruit en het is de moeite waard je af te vragen waarom hij iets uitvond dat later in de hele wereld zo vreselijk populair zou worden. Welke invloeden brachten hem ertoe de eerste commerciële kerstkaart te ontwikkelen?
Er waren al wel andere kaarten die hem op het idee gebracht konden hebben. In Europa waren al sinds de vijftiende eeuw Nieuwjaarskaarten in omloop en in Engeland waren Valentijnskaarten populair. Ook moesten Engelse schoolkinderen tegen het einde van het wintertrimester vaak 'kerststukken' voor hun ouders maken. Die bestonden uit velletjes schrijfpapier met in kerstsfeer versierde randen, waarin ze dan in hun eigen zorgvuldig aangeleerde handschrift een kerstboodschap moesten schrijven.
Er was nog een belangrijke reden. In het jaar 1840 werden de kosten van het versturen van brieven in Engeland drastisch gewijzigd. Voorheen kostte een kleine brief vier pence - een heel bedrag in die tijd - maar nu werd in één enkele drastische hervorming de eerste postzegel geïntroduceerd, gingen de prijzen flink omlaag en werden de kosten voor het versturen van een kleine brief teruggebracht tot een penny. De komst van de penny-post maakte het versturen van grote aantallen kerstkaarten financieel aantrekkelijk. En wie was er in 1838 secretaris van de commissie ter promotie van postale hervorming geworden? Niemand minder dan de 'vader van de kerstkaart' zelf... Henry Cole.
Ondanks het falen van het oorspronkelijke project zouden anderen later Coles voorbeeld volgen. In de jaren zestig van die eeuw werd een goedkopere manier ontdekt om kleuren te drukken, waardoor het mogelijk werd kerstkaarten veel goedkoper aan te bieden. Toen kwam er in 1870 een speciaal posttarief voor kaarten: zegels van een halve penny. Nu werd men echt overspoeld met kerstkaarten, waarvan er veel heel gedetailleerd waren ontworpen. Ze werden zo populair en schonken zoveel plezier dat er onvermijdelijk protesten tegen kwamen. Een boze brief aan The Times in 1877 noemde ze ronduit 'een sociaal kwaad'. Ze waren echter niet meer te stoppen en vandaag de dag worden er elk jaar in december miljarden kerstkaarten verstuurd.

AMERIKA
Halverwege de negentiende eeuw importeerde Amerika een aantal Engelse kerstkaarten, maar in 1875 ontdekten ze hun eigen 'vader van de kerstkaart'. Hij was een Duitse immigrant, Louis Prang geheten, en een uitstekend lithograaf. Hij woonde in Boston en deed al spoedig goede zaken door dat nieuwe kerstgebruik.
Het meest verbazingwekkende van de eerste kerstkaarten is wellicht dat bijna elke vorm van christelijke afbeeldingen ontbrak. Coles eerste kaart bevat een vrolijke familie die duidelijk op het punt staat grote hoeveelheden alcohol te gaan nuttigen. Ze hebben hun volle glazen geheven in een heildronk en de geschreven boodschap op de kaart luidt: 'Een vrolijk Kerstfeest en een gelukkig Nieuwjaar'. Die woorden zijn nu nog altijd hetzelfde en het is geen toeval dat het woord 'vrolijk' geleidelijk aan 'beschonken' is gaan betekenen. Sommige mensen waren met name woedend omdat op Coles kaart ook kleine kinderen alcohol dronken.
Er werd niet alleen aandacht besteed aan lekker eten en drinken met Kerstmis, met dikke Kerstmannen, grote kerstpuddingen en lekkere flessen wijn, de personen op de kaarten genoten ook van veel andere plezierige aspecten van de feestdagen, zoals spelletjes doen, dansen, schaatsen, sneeuwpoppen maken en cadeautjes uit de kerstboom halen.
Andere kaarten uit dat tijdperk toonden besneeuwde landschappen, mistletoe, rozen, bloemenarrangementen en - vreemd eigenlijk - naakte meisjes die nauwelijks de puberteit hadden bereikt. (Dat laatste moet de ontwerper van de oorspronkelijke kerstkaart, John Horsley, wel bijzonder hebben tegengestaan. Hij zou later zo beroemd worden om zijn campagne tegen naakt in de kunst dat men hem de bijnaam 'Klere-Horsley' gaf.)
Slechts zelden zag men een heilig tafereel met een stalletje of drie koningen die een ster volgden.
Waarom dat zo was is een beetje onduidelijk. Misschien achtte men de kerstkaart te onbelangrijk om een religieuze boodschap te dragen. Duidelijk was ook hier - zoals we steeds vaker zien bij een nadere beschouwing van Kerstmis - het christelijk element minder prominent aanwezig dan men zou verwachten.

NEDERLAND
Kerst- en niewjaarswensen per kaart, de een nog mooier dan de ander, hebben in Nederland de plaats ingenomen van de nieuwjaarsbrief. Kinderen legden een proef van bekwaamheid in schoonschrijven af op brieven, waarvan de sierranden en hoofdletters meestal door de meester waren 'voorgeschreven'. Soms waren de hoofdletters ook al voorgedrukt. Deze brieven werden alleen voor een nieuwjaarswens gebruikt, want de gewoonte om kerstwensen te versturen is nog niet zo heel lang ingeburgerd.
Ook werden voorbedrukte nieuwjaarsbrieven gebruikt door de knechten van ambachtslieden, om er een fooi mee op te halen bij de welgestelde burgerij.
Nieuwjaarsbrieven en later kerstkaarten, waren vaak versierd met oude motieven uit de volkskunst, waarbij ook veel van de knipselkunst gebruik werd gemaakt."
Als aanvulling op de voorbedrukte nieuwjaarskaarten die gebruikt werden door knechten van ambachtslieden, kunnen we nog melden dat de Oudheidkundige Vereniging Deutekom elk jaar in haar tijdschrift Kronijck zo'n kaart afdrukt die in een ver verleden door de nachtwaker werd gebruikt. Deutekom en de Heemkundekring Bergh hebben een onderlinge ruilabonnement.

LINKS BIJ DE HEEMKUNDEKRING
Verenigingen die een eigen site hebben, kunnen een e-mailtje sturen naar info@heemkunde.nl om een link aan te brengen op de site www.heemkunde.nl. In aanmerking komen verenigingen die zich bezig houden met monumenten, natuur en cultuur (zoals carnaval, fanfare, schutterij, cabaret, toneel, zang, sport en spel etc).

BERGHSE HISTORIE
Nieuw op de site van de Heemkundekring Bergh www.heemkunde.nl is de knop 'Berghse Historie' met onder andere Berghse Jaartallen, Tweede Wereldoorlog, Zeddamse Torenmolen en De roode loop.

VULLERTJE
De Welkom-pagina op de site van de Heemkundekring Bergh www.heemkunde.nl is nu in het Berghs, Nederlands, Duits, Engels en Frans.

VULLERTJE
Een ideaal kerstgeschenk is de afbeelding van de Marktstraat omstreeks 1900 (nu Gasthuis Sint Gertrudis) in 's-Heerenberg. Te koop bij de Heemkundekring Bergh. Meer informatie: op internet via www.heemkunde.nl en telefonisch (0314)662514 of (0314)663807.

OLD NI-JS BIJ 'DE BAKKER'
Losse nummers van Old Ni-js, het lijfblad van de Heemkundekring Bergh, nummer 49, themanummer over Azewijn, zijn te koop bij 'Riek van de bakker' in Azewijn. Ook kan men deze per telefoon of fax bestellen bij de penningmeester, tel. (0314)663807. Bijzonder geschikt als kerstcadeau.

Nieuw op de site van de Heemkundekring Bergh www.heemkunde.nl: korte inhoudsopgave van Old Ni-js nummers 23, 24 en 25.

© 2002 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio