VARIA


Namen van A tot Z

A

ADAM is hebreeuws voor mens van aarde. Dit wordt bevestigd door de bijbel: God schiep de eerste mens van aarde (grond).
Het geslacht Van den Bergh op Huis Bergh kende verschillende Adams: Adam I (1218-1261), Adam II (overleden in 1312) en Adam III (overleden in 1354). Adam I liet in 1259 bij zijn kasteel een kapel bouwen waarvan Georgius en Pancratius kerkpatroon werden. Kleinzoon Adam II wordt samen met zijn broers Frederik en Hendrik genoemd in diverse oorkonden te 's-Heerenberg inzake leningen van lombarden. De lombarden waren middeleeuwse geldhandelaars.
Oorspronkelijk waren het inwoners van Lombarije in Noord-Italie, die zich net als de joden gespecialiseerd hadden in het verstrekken van krediet. Voor katholieken was het toen verboden om geld te lenen (woekeren). De lombarden hadden er iets op gevonden: er werd niet echt 'geleend', maar 'in pand gegeven', en dat mocht wel.
Adam III kreeg in 1341 van de aartsbisschop van Keulen het recht om in Gendringen munten te slaan en bier te brouwen.

AALDERING komt in Gelderland in 1947 bij de volkstelling 240 keer voor en Aalderink 254 keer. Ook hier is de Oude IJssel de scheidslijn tussen -ing en -ink. De tellers noteerden in Bergh 32 keer Aaldering, in Didam 15 keer, Wehl (25) Duiven (28) Zevenaar (31), Doetinchem (36). Aalderink kwam in 1947 niet voor in Bergh, in Didam 2 keer net als in Wehl en in Doetinchem 69 keer.
De naam is afkomstig van de voornaam Alard, Adelhard, een samenvoeging van het germaanse athal (edel) en hard (sterk). Ink betekende oorspronkelijk "behorende bij": zoon van of bewoner van athal-hard (persoonsnaam werd boerderijnaam).

AVERBEEK werd genoteerd als men het in Lobrick (Loerbeek) had over "Oaverbèèk". Het betekende "aan gene zijde van Beek". De boerderij van Reijers aan de Eltenseweg in Beek heet het Grote Averbeek of kortweg Averbeek.

ANTONIUSSTRAAT in Lengel is genoemd naar Antonius Beijer, in Lengel geboren op 8 mei 1897 en op 17 mei 1929 in Belgie overleden als pater Paulus. Schutterij Sint Antonius in Lengel ontleent ook zijn naam aan pater Antonius Beijer. Deze schutterij kreeg bij zijn oprichting op 10 mei 1910 de naam "Eendracht"; op 22 april 1956 werd de Lengelse schutterij omgedoopt tot "Sint-Antonius". Levensloop en kwartierstaat van pater Beijer staan in Old Ni-js nummer 49 van de Heemkundekring Bergh, rubriek Uit het Rijke Roomse Leven.

ANNA of variant kwam in elk Berghs gezin tot de jaren 50 in de vorige eeuw wel voor. Daarna kwamen buitenlandse namen in de mode. Annie, Jo en Johanna zijn enkele Nederlandse varianten van Anna. Buitenlandse varianten zijn Anneli (Duitse), Anita (Italiaanse) en Anja (Slavische). De voornaam Anje is echter van Ane afgeleid (deskundigen vermoeden dat ze een Friese herkomst heeft en Arend betekent). Annelie is een Scandinavische combinatie van Anna en Louisa.
De doopnaam van Anna is Johanna, de vrouwelijke vorm voor Johannes. In het Hebreeuws is dat Johanan, wat betekent 'Jaweh is genadig'.

AALBERSE is de eerste familienaam op de ledenlijst van de Heemkundekring Bergh. De e aan het eind maakt de naam tamelijk uniek. Tijdens de volkstelling van 1947 kwam de naam in Bergh helemaal niet voor. In onze omgeving alleen één keer in Zevenaar.
Aalberse is een zogenaamde patroniem, een naam die is afgeleid van een voornaam. In dit geval Adelbert. In 'Ons Familieboek' (aanwezig in het Heemkundehuus) staat dat het afkomstig is van de oude Germaanse naam 'athal-berht'. En dat betekent 'door adeldom beroemd'.

AGNES is de naam van het huis nummer 22 aan de Zeddamseweg in Kilder. Toen het boek '100 Jaar sint Jan Kilder' uitkwam, was G. Hegman de bewoner. Bij het uitzoeken van de kwartierstaat (lijst voorouders) van Zuster Hegman voor de rubriek Geestelijk Erfgoed in Old Ni-js, bleek haar moeders voornaam Agnesia te zijn. Waarom het huis 'Agnes' is genoemd, lijkt hiermee wel duidelijk.

AKKERMAAL komt meerdere keren voor bij Berghse veldnamen. In Beek heb je Akkermaalsstuk, Akkermaalsvlek en Bloedtiende akkermaal. En in Zeddam: Akkermaal aan Stellen schaapschot en Akkermaal aan de Prebende. De betekenis van akkermaal is: grens om een akker, vaak van hout.

AZEWIJN wordt behandeld in Old Ni-js nummer 5: in 828 Asuen. Schrijfwijzen Aswen, Asnon, Assenwen, Aaswijn, Aswijnen, Aischwien, Aswijn, in dialect Azem. Het geslacht Van Azewijn kende ridders en heren, behorende tot de minder hoge adel, o.a. in 1289 Goossen van Azewijn.
De naamsverklaring in het artikel is anders dan in het boek 'Azem, van hof tot heden'. De Heemkundekring hoopt daar later op terug te komen.

B
BARNABAS is Hebreeuws voor "zoon der vertroosting". De apostel Jozef had van zijn mede-apostelen de bijnaam Barnabas gekregen.
Barnabas van den Bergh was rechter van het land van den Bergh sinds 1471. Waarschijnlijk is hij op 30 december 1502 in 's-Heerenberg overleden. Hij gebruikte een zegel, dat de Berghse leeuw met 11 penningen, een schuinstreep over alles heen. Hieruit blijkt weer eens dat het wapen van de gemeente Montferland ten onrechte negen besanten heeft.

BEEK komt voor in het hoofdstuk Toponymie in het boek 'Het kerspel Beek in de Liemers: Kerkdorp ontstaan rond de "kerk-op-de-beek". Deze beek is afkomstig van de bronnen bij het Peeske. Door de centrale kerspelfunctie heeft Beek de oorspronkelijke, veel oudere boerschap Lobrik, overvleugeld.

BERGHERDYCK komt in het "Maatboek" van het district Zeddam voor als Bergerdijk. Volgens Mr. A.P. van Schilfgaarde behoorde het territoir ten zuiden van de Berghse wetering tot de parochie Netterden. Het is een oude naam van de weg van 's-Heerenberg (buiten de Oldste Poort) naar Emmerik die op een kaart van cartograaf Christiaen 'sGrooten uit 1573 wordt aangegeven. Het is ongeveer de huidige Emmerikseweg en het stuk niemandsland tussen de voormalige Nederlandse en Duitse grens. Dat die weg als dijk wordt aangegeven, is niet zo vreemd, want tot ver in de jaren zestig stonden de weilanden langs de Wildt en de Wetering een aantal keren per jaar onder water en was deze dijk de enige mogelijkheid om met droge voeten Emmerik te bereiken. En zoals foto's uit de winter van 1955 laten zien, was zelfs dat niet altijd mogelijk.
Bergherdieck is ook de naam van een site van André van Gessel waarop alles over zijn werk op muziekgebied is te vinden vanaf de midden vijftiger jaren, toen hij voor het eerst bewust werd van het muzikale landschap waarin hij woonde.

BERNARD is een naam die bij de Germanen al in gebruik was. Volgens 'Ons Familieboek' een samenstelling uit bern en hard, wat 'zo sterk als een beer' betekent. Varianten zijn Ben, Bennie en Berend. Door er 'sen' (zoon van) achter te zetten krijg je familienamen als Berendsen, Berndsen, Berntsen en Berntzen

BISSELING/K kan diverse herkomsten hebben. Bij de familie Bisseling in Loerbeek werd altijd gedacht dat voorouders uit Bislich (achter Rees) afkomstig waren. 'In Oost-Nederlandse familienamen' staat dat Bisseling en Bisselink een familienaam is die vooral in Bergh en Doesburg voorkomt. Genoemd wordt een Erve Bysselinc bij Doesburg in 1503. Genealogisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat alle (de meeste) mensen in Bergh met die naam afkomstig zijn van Erve Besselinch bij het Gelderse Hengelo. In Bergh komt het wel vaker voor dat de e als i wordt uitgesproken. De naam zou afkomstig zijn van Basilo, een verkleinwoord van Baso, van Basi. De auteur Hekket vermoedt dat het een variant is van badu wat strijd betekent. De uitgang ing/k wordt een andere keer behandeld.

BLUEMERHOEVE is de naam van een boerderij aan de Kruisallee in Wijnbergen bij de Kemnade. Deze zou kunnen worden opgenomen in de kroegentocht omdat een vroegere bewoner een tapvergunning had. Tegenwoordig is de doorgaande weg echter afgesloten. Het huis is genoemd naar de familie Bluemer die er in het begin van de 19e eeuw een paar jaar heeft gewoond. Deze familie was afkomstig van de boerderij Bluemerstede in IJsselhunten. De Bluemerstraat die door Rafelder en IJsselhunten (parochie Etten) loopt, is een herinnering aan deze boerderij.

BLOCKHORST is eveneens een naam die in Wijnbergen voorkomt. In de jaren 50 van de vorige eeuw werd ze nog gebruikt voor een weggetje dat in Dichteren uitkwam bij de 'Kleine Betuwe'. In het verlengde van de weg die nu Rodenbroek heet. De amateur-historicus Harrie Braam ontdekte dat er sprake is van een Grote Blockhorst en een Kleine Blockhorst. Hij schreef er over in het boek 'Een Liemers mens' (aanwezig in het Heemkundehuus).
Een block is een omheinde akker. Horst is een stuk hoger gelegen grond.

BOEMERSHOF in Azewijn komt in de maancedulen voor als De Beumer. In 1664 wordt Gerrit Beumer genoemd en in 1684 de weduwe van Gerrit Boemer. De plaatsaanduiding wordt op 14 juli 1678 in een magenscheid (erfdeling) omschreven: "waer voor den Hoff alhier tot Aswin omtrent het Huijs gelegen, schietende met de eene sijdt aen de Graeff van den Bergh, ende met de andere sijdt aen de gemeijne straet, Boemers hoff genaemt". (In het Gelders Archief: Rechterlijk Archief Landdrostambt Bergh blok 0132 inventarisnummer 702)
In 1759 wordt Boemershof gekocht door J.M. Caal.

BRAAMT wordt in een oorkonde van 1245 vermeld als domus of hof. Volgens Ds. P. Kuijper, die de ontstaanshistorie van Wisch beschreef, kan er ook onder Varsseveld een boerderij Brameth gelegen hebben. Niet zo verwonderlijk, vindt hij, want de naam zou slechts kunnen duiden op de aanwezigheid van braamstruiken. Er komen veel toponymen voor van boom- of plantennamen (hier dus braam) met het achtervoegsel "ith". De i is er in de loop der tijden afgesleten, vergelijk ook Elst, Hasselt, Beesd etc.

BOOI kan een mansnaam Boije zijn net als De Booy. Dat vermoedt Huizinga in een boek over de betekenis van familienamen.
Die verklaring gaat niet op voor Te Booij in Bergh en Herwen & Aerdt. De roots van deze familie liggen in de omgeving van een baai aan de Rijn in Grieterbusch (boerderij de Potdeckel). De naam wordt in onze omgeving uitgesproken als "Te Baoj". In de katholieke doopboeken in Grieterbusch, Emmerik en Vrasselt komt de naam voor als Te Baay en De Baeij.
Jan te Booij uit Vrasselt trouwde in 1824 met Alijda Borkus van de Smachtstede in De Heuven (parochie Etten). Het echtpaar vestigde zich in Lengel en zorgde voor nageslacht (Ons Familieboek bladzijde 164).
Bij de volkstelling van 1947 kwam Te Booy 31 keer voor in Gelderland, verdeeld over twee gemeenten: Bergh (26) en Herwen & Aerdt (5). Eerder kon u in deze krant lezen dat in Gelderland de ij werd genoteerd als y. Te Booi kwam 4 keer voor in Bergh en verder niet in Gelderland. Booi en Booy zonder voorzetsel werden respectievelijk 4 en 75 keer geteld maar niet in het verspreidingsgebied van deze krant. De Booy kwam 23 keer voor in onze provincie maar niet in Bergh, Didam of Wehl. Baay zonder voorzetsel staat in de boeken met overzichten van genoemde volkstelling in Noord- en Zuid-Holland en niet in Gelderland.

C
CIS is een verkorte vorm van Francisca. Varianten zijn Cisca, Cissy, Cieske en Francis. Francisca is afgeleid van Franciscus van Assisie. Die heette eigenlijk Giovanni, maar na een reis in Frankrijk noemde zijn vader hem Francesco (Fransman). Deze naam werd gelatiniseerd tot Franciscus.

COHEN komt bij de volkstelling van 1947 niet meer voor in Bergh. In heel Geldserland waren het er 92. Arnhem, Nijmegen en Zutfen zijn plaatsen waar de naam vaker dan tien keer voorkomt in 1947.
Eeuwenlang leefde de familie in 's-Heerenberg. In 1801 is Simon Cohen er geboren. In 1819 trouwt hij in zijn geboorteplaats met Jette Gompers uit Ahaus.
In 1857 begint de grootvader van Jenny, Iesje en Truusje Cohen op de hoek Marktstraat-Kellenstraat met een slagerij die bijna twee eeuwen in bedrijf blijft. In 1943 worden de laatste Cohens gedeporteerd. Wijlen Rie (Marietje) ter Heurne-Boonstra schrijft over deze familie die gehoor gaf aan een oproep om de koffers te pakken. (Old Ni-js nummer 46: 'Zulke jonge levens verwoest, en waarom?')
Cohen is een Hebreeuwse geslachtsnaam. De verschillende takken Cohen zijn waarschijnlijk allemaal uit de stam van Levi. Cohen betekent priester.

CARPE DIEM staat op de gevel van een hotel aan de Oude Doetinchemseweg in Zeddam-Vinkwijk. Carpe Diem is latijn en betekent: Pluk de dag.

CHAMAVENSTRAAT is de naam van een straat in Lengel. Er is discussie over geweest of de hele wijk Chamaven genoemd zou worden of Rodingsveen. Er is ook een Batavenstraat en een Frankenstraat. De Chamaven waren een germaans volk, dat later tot het stamverband van de Franken werd gerekend. Het gebied dat zij bewoonden lag aan de rechteroever van de Rijn.

D
DERK wordt in het 'Spectrum Voornamenboek' speciaal genoemd in verband met 's-Heerenberg: "Vroeger werd bijvoorbeeld in 's-Heerenberg Theodorus in het dagelijks leven Derk, Derrick." Theodorus betekent 'Geschenk van God'. Enkele varianten van Theodorus zijn Theo, Theed, Thei, Theodora, Dorothea, Thea en Doortje. Derksen is een patroniem: zoon van Derk.

DIEKER en DIJKER komen bij de volkstelling van 1947 allebei voor in Bergh, Dieker 12 keer en Dijker 16 keer. Lambertus Dieker en Johanna Alings die in 1835 trouwden, hadden twee zonen: Jan en Willem. Nakomelingen van Jan in Azewijn heten Dieker en nakomelingen van Willem, eveneens in Azewijn, staan ingeschreven als Dijker.
Stamvader is Lambert Hols op Dijker in Oosselt (nu: Ooijmanlaan) die vanaf 1645 kinderen laat dopen in Doetinchem. In het verpondingsboek van 1650 is er sprake van het Dijkersgoed. Zo kun je zien dat de Oude IJssel toch een echte grens is. Al in Oosselt noemen de mensen zich naar boerderijen, net als in veel plaatsen in Oost-Gelderland. Aan de Berghse kant van de Oude IJssel zie je dat niet. Daar worden de huizen soms naar de bewoners genoemd (bijvoorbeeld Bluemerhoeve en Hajeniushuis).
De naam is afgeleid van dijc, wat dijk, dam betekent. Een dijcgoet is land aan een dijk gelegen. Het is goed mogelijk dat deze bouwplaats (goed) wordt gesticht als in ons gebied de rivieren van dijken worden voorzien (vanaf circa het jaar 1000). Een diker is een dijkwerker.

DIJKHUIZEN is een huis maar komt soms ook voor als een buurtschap. In Vethuizen kwam Dijkhuizen voor als leen van Keppel (gesloopt in de 19e eeuw) en Dijkhuizen, leen van Elten. Je kunt goed zien dat het huis aan de Dijkhuizerstraat op een terp staat. De betekenis van de naam is dus vergelijkbaar met Dijker.

DEELHORSTWEG in Beek is een weg die langs de Eelhorst loopt en dus eigenlijk Eelhorstweg zou moeten heten. Edelhorst is hoger gelegen stuk bouwland (horst) van uitstekende kwaliteit (edel).

E
ED is een variant van Edward evenals Eduard en Eddy. Buitenlandse varianten zijn Edvard (Scandinavisch), Edoardo (Italiaans) en Edouard (Frans). Edward is een samenstelling van het Oudengelse ead (erfgoed) en weard (beschermer, wacht). Dus beschermer of bewaker van het erfgoed. Een omschrijvng die ook goed bij de Heemkundekring past!
En natuurlijk zijn er heiligen met de naam Eduard. Vanwege de grote hoeveelheid heiligen in het verleden moest de heilige Eduard 18 maart delen met Cyrillus en Frigidian. Eduard (Edward), Koning van Engeland werd in 963 als zoon van Edgar geboren. Hij was maar drie jaar koning maar deed in die korte tijd veel goeds voor de armen en er kwamen talrijke kloosters.

EBBING komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 60 keer voor waarvan in Bergh 40. Ebbink met een k komt in Gelderland 63 keer voor maar niet in Bergh. Er wordt wel eens beweerd dat families waarvan de namen op ing eindigen katholiek zijn en dat ink op een protestantse herkomst duidt. Dat is niet juist, want de inwoners van bijvoorbeeld Groenlo, Lichtenvoorde, Beltrum, Marienvelde en Zieuwent zijn hoofdzakelijk katholiek. Even bladeren in het telefoonboek laat zien dat daar meer namen op ink eindigen dan op ing. We brengen even de brief van Get van de Dassestraot op deze site in herinnering:

"Veur mien is 't jao ga gin vraog meer wa, ik wet dat al lang, mien opoe den had 't d'r al äöver en zörge had den man toch nie-t want den had nog gin naegel um de kont te krabbe.

Hör 's hen zeide hi'j dan altied,
waor zeg gi-j gi-j en heurt gi'j ie
waor heurt g'ij de "N" en doe- ze 't gemütlijk zonder den...".

Hetzelfde geldt voor ing en ink: ing hoor je bij ons in de Liemers en ink aan de andere kant van de Oude IJssel. In de tijd dat er nog geen standaardtaal was schreven de pastoor, dominee, koster en ambtenaar de naam op zoals ze die hoorden uitspreken.
In heel oude geschriften wordt hij vaak door de spelling inc of inch weergegeven. De uitgang dateert uit vroeggermaanse tijden en had de hoofdbetekenis 'behorende aan'; die kan ook uitgelegd worden als 'zoon van'. In de loop der tijden is de betekenis 'zoon van' over gegaan in 'afstamming van'. Als iemand met de naam Ebbing in overoude tijden zich ergens als boer vestigde, dan werd zijn huis of erf naar hem genoemd. (Hekket: Oost-Nederlandse familienamen)
Ebbing is 'zoon van Egbert', een samenstelling van de germaanse stamvormen agi (zwaard) en berht (schitterend). Ebbe is daarvan de verkorte vorm. Dus een persoon met een schitterend zwaard.
Wijlen Herman Gerritsen uit Dichteren die van de stam Gerritsen is in 'Ons Familieboek' maakte in een kleine oplage een boek met nakomelingen van Albertus Ebbing in Stokkum. In het bevolkingsregister staat dat deze Albertus op 15 maart 1763 in Eerden in Munsterland is geboren. In een testament wordt Bocholt genoemd.

ESSEREN komt in 's-Heerenberg voor in de Van Esserenstraat en Van Esserenhuis. Het Van Esserenhuis in de Marktstraat is een rijksmonument. In de 16e eeuw werd het gebouwd op veel oudere fundamenten. In de jaren '30 van de vorige eeuw werd het ingericht tot R.K. verenigingsgebouw en kreeg het de naam van de 's-Heerenbergse pastoor Johannes van Esseren die in 1570 door de Geuzen werd vermoord. Het maakt thans onderdeel uit van zalencentrum 'De Gracht', voorheen Burgers en daarvoor Bosman.
Volgens overlevering zijn de nakomelingen van de moordenaars van de pastoor te herkennen aan een pluk wit haar, net zoals de afstammelingen van de moord op Bonifacius herkenbaar zouden zijn aan enige dikke grijze haren aan het achterhoofd. (Old Ni-js jaargang 2 nummer 6)
Esserden (met een d) is een plaatsje bij Rees waar je doorkomt als je eerst bij Bienen richting Grietherbusch gaat en de afslag over de dijk naar Rees neemt.

F
FIEN is de verkorte naam van Jozefien, de vrouwelijke vorm van Jozef. Jozef is een Hebreeuwse naam die als betekenis 'Jaweh geve vermeerdering' heeft.

FRERIKS komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 551 keer voor waarvan 16 keer in Bergh. Frericksen één keer en die woont in Bergh! De naam Frerix komt in Bergh 27 keer voor en in de rest van Gelderland zes keer. Freriksen komt alleen in Angerlo voor wat Gelderland betreft (7x). Frericks in Gelderland 43 waarvan in Bergh 2. Niet in Bergh maar wel elders in Gelderland: Frederiks (406), Fredriks (57), Fredriksen (29).
De naam is een patroniem, afgeleid van Frederik: een samenstelling van de Germaanse stamvormen 'frithu' (vrede) en rik (rijk, machtig). De betekenis is dus 'machtig door vrede'.

FRERIKS STUKJE kan men op de kaart van de kadastrale gemeente 's-Heerenberg, sectie D vinden. Deze kaart is in het boek 'Het Kerspel Beek in de Liemers' op bladzijde 695 afgedrukt (onderin). Een toelichting is overbodig.

FRANKENSTRAAT is gelegen in 's-Heerenberg. Hoewel Franken ook een familienaam is, heeft deze straatnaam daar geen betrekking op. Ze ligt in de wijk waar enkele straten zijn genoemd naar volkeren die in onze omgeving hebben gewoond: Bataven, Chamaven en dus ook Franken.

G
GERARD betekent volgens 'Ons Familieboek' geer-hard, wat wil zeggen 'sterk met de speer'. Een naam die na de kerstening is gebleven.
Ons Familieboek is aanwezig in de bibliotheek van de Heemkundekring.

GEERLING komt met de volkstelling van 1947 in Bergh 17 keer voor, Geerlings 15 keer en Geerligs 5 keer. Er zijn meerdere verklaringen maar speer komt ook hier steeds weer terug. Volgens A.N.W. van der Plank betreft het een tweestammige germaanse naam met ongeveer de betekenis 'heerser met de speer' uit 'ger' (= speer) en wald (= heersen, heerser).
B.J. Hekket noemt de elementen ger en loga (= vlam).

DE GEER is de naam van een huis in Beek. De bewoners noemen hun nieuwe huis aan de Doetinchemseweg later ook de Geer. Het oorspronkelijke huis is gebouwd op een taps toelopend stuk land. De naam Geer zie je in onze omgeving wel vaker, zoals bijvoorbeeld aan de weg van Wehl naar Dichteren bij de Wehlse Wetering.

GRAAF HENDRIKSTRAAT in Braamt is op advies van wijlen 'meester' Hendrik Kremer - archivaris te 's-Heerenberg - zo genoemd. Kremer: "Om de samenhang van Braamt met de gemeente Bergh en evenzeer met het vroegere land van den Bergh te symboliseren, is gedacht aan een beroemde Berghse Graaf, zoals ook in Kilder, Zeddam en 's-Heerenberg de verbondenheid met het grote geheel in een straatnaam is vastgelegd."
Graaf Hendrik van den Bergh (1573-1638) is één van de 16 kinderen van graaf Willem IV en Maria van Nassau. Hij koos in de tijd van de opstand tegen Spanje niet de partij van het verzet. Als de meesten van de adel bleef hij trouw aan de koning en het katholieke geloof. Dappere krijgsman als hij was, wist hij het te brengen tot generaal der cavalerie, vocht moedig tegen zijn Oranjeneven prins Maurits en prins Frederik Hendrik. Graaf Hendrik kwam voor zijn geloofsovertuiging uit en toonde dit. Dat hij later een draai moest nemen, kwam door zijn verzet tegen de Spaanse vriendjespolitiek. Hij wilde Nederlands denken en handelen en was toen wel gedwongen zich aan de andere zijde te scharen. In literatuur is vaak sprake van 'Het verraad van Hendrik van den Bergh'. Er zijn meerdere pogingen gedaan om hem te rehabiliteren.

H
HEDWIG is dubbel-op. Hed is afkomstig van het oude woord hathu wat 'strijd' betekent en wig heeft dezelfde betekenis. Dus de strijdlustige.

HARMSEN en HERMSEN hebben dezelfde betekenis: zoon van Hermanus (Harm, Harmanus). In Wijnbergen en Beek wonen families Harmsen en Hermsen die afstammen van Hermanus Ariaensen en Stephana Lap (kinderen werden tussen 1657 en 1676 in Wehl gedoopt). Beide takken komen voor in 'Ons Familieboek' (aanwezig in de bibliotheek van de Heemkundekring). Niet iedereen in Bergh met de naam Harmsen of Hermsen zal van Hermanus Ariaensen afstammen. Om er achter te komen zal men eerst genealogisch onderzoek moeten doen. In 1811 komen er vaste familienamen. De verhoudingen Harmsen en Hermsen zijn ongeveer gelijk. Bij de volkstelling in 1947 komt Harmsen in Gelderland 1216 keer voor waarvan 50 in Bergh. Hermsen in Gelderland 1259 waarvan 56 in Bergh. De herkomst van de naam Harm of Herman is Harimana waarin het oude woord heri voorkomt wat ook al 'strijd' betekent. Hermanus is de krijgsman of soldaat.

HAJENIUSHUIS, Oudste Poortstraat nummer 7 in 's-Heerenberg is een rijksmonument. Het huis is in de 2e helft van de 16e eeuw gebouwd op fundamenten van de 'Ulftse Huijsinge', een complex op de hoek Oudste Poortstraat / Kellenstraat. Het huis ontleent zijn naam aan de genees-, keel- en verloskundige Pathaleon Hajenius die eveneens apotheker was. Hij woonde hier van 1829 tot 1886.

HUMMEKE was een waterkolk in de driehoek Vethuizen, Warm en Wijnbergen in de omgeving van het Waalse Water (of Walse Water). Toen 't Braompse Gat (Stroombroek) er nog niet was, ging men er veel zwemmen of pootjebaden. Door het rechttrekken van de Vethuizense Wetering is er niet veel meer van te herkennen. Water, bossen en heuvels zijn vaak dialectgrenzen. Daarom zegt de één Hommeke en de ander Hummeke. In Warm en Wijnbergen ligt de Hommekensweg, genoemd naar de boerderij van Pelgrim die van de 'Panoven' in Wijnbergen naar de boerderij Hommeke in Warm verhuisde. De Hommekensweg is opgenomen in een fietsroute van de Heemkundekring Bergh omdat je van daaruit een fraai uitzicht op het Bergherbos hebt over de hele lengte. Hom is afkomstig van het germaanse woord huna dat zowel hooggelegen als ook drassig betekenen kan.

's-HEERENBERG krijgt in 1379 stadsrechten. Dan is er nog geen sprake van de naam 's-Heerenberg. Ridder Willem heer van den Bergh en de Bylant heeft het in een open brief over 'onze stad van den Bergh'. De lettergreep heer in 's-Heerenberg heeft dus betrekking op de heren, later graven van den Bergh.

I
ISIDORUS is de Latijnse vorm van Isidoor. Isidoor is een combinatie van de Egyptische Godin Isis en Griekse dooron (= geschenk). Dus: geschenk van Isis. In haar schoot vond men de eeuwige rust.

IEZEREEF komt bij de volkstelling van 1947 in Bergh vijf keer voor. In het boek waar die gegevens zijn opgenomen staat abusievelijk Izerief. Hekket schrijft dat IJzereef of Iserief een 'Erve bij Zieuwent' is. In 1624 heb je daar de Grote Isereve en Kleine Isereve. Een boerderij die staat op een reef met ijzerhoudende grond. Een reef is een strook land dat van een groter geheel afgescheiden werd. De meeste nakomelingen van Isereve zijn in de omgeving van Zieuwent gebleven. In 1947 komt Yzereef in Ruurlo 21 keer voor en in Lichtenvoorde 18 keer.

IR B. KERSJESWEG was in 1962 een voorstel van 'meester' Kremer om een weg in Braamt zo te noemen. De naam is er inderdaad gekomen, maar thans heet de hele rondweg door Vinkwijk, om Zeddam heen, zo. Ingenieur Bernardus Kersjes is in 1849 in Braamt geboren op de grote boerderij 'Hof te Braamt'. Hij stimuleerde krachtig vele activiteiten in het openbaar leven. Hij was voorzitter van de Gelders-Overijsselsche Maatschappij van Landbouw met de zetel in Zeddam. In 1912 gaf hij de aanzet voor de Coop. Zuivelfabriek Bergh met eveneens de zetel in Zeddam.

IMMENHORST is een combinatie van immen en horst. Een imme is een bijenzwerm en de betekenis van horst is oa een beboste opduiking in moerassig terrein.

IMPEL staat op de gevel van een huis aan de Terborgseweg in Vinkwijk (Zeddam). Oorspronkelijk stond het huis aan de andere kant van de weg. In het Rechterlijkk Archief van het Landdrostambt Bergh staat op 8 november 1700 vermeld dat het echtpaar Berndt van Limbeek en Henderske Schuirman de aankoop doet in Vinkwijk van 'eene caetstede den Impel mitt all hett landt soo Johan Jolinck van vercooperen onder de ploeg off in pacht hefft...'.
Dederich schrijft in 'Annalen der Stadt Emmerich' dat de lettergreep 'pel' ook voorkomt in de plaatsnamen Empel en Hönnepel en een afgezwakte vorm is van 'pol'. Een pol is een verhoging (Dederich: Bühl, Hügel, auch Beule, das Holländische Böld). Im is 'in de'. De Impel is dus het huis op de bult. Waarmee al een kleine verhoging in het landschap kan zijn bedoeld.

J
JORIS is afkomstig van George. Oorspronkelijk een Griekse naam afgeleid van georgios (landbouwer). Gea is aarde en ergon is arbeid in het Grieks. De pastoor vertaalde de roepnaam in het Latijn: Georgius. Een variant is Sjors.

JOLING komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 65 keer voor waarvan acht keer in Bergh. Jolink in Gelderland 425 keer waarvan in Bergh 19.
Voor de deskundigen is het schijnbaar moeilijk om een naamsverklaring te geven. In 1980 noteerde Hekket nog dat de herkomst 'galan' zou zijn, wat zingen betekent (vergelijk gaal in nachtegaal). Later schreef Hekket dat in Joling(k) de voornaam Jolo voorkomt en deze in verband wordt gebracht met 'joel' dat we kennen in 'joelfeest'. Huizinga houdt het op de voornaam Jolle. In nog weer een ander boek - 'Voornamen, een praktische handleiding' - verklaart Doreen Gerritzen dat de naam Jolle dezelfde is als Jelle. En dat is weer een variant van Gelle (Germaanse naam waarmee iets van waarde tot uitdrukking wordt gebracht, zoals betaling en offerfeest).
De betekenis van de uitgang -ing of -ink is in deze krant al bij de familienaam Ebbing besproken.

JULIANABOOM is de naam van een weg in Kilder. Toen prinses Juliana in 1937 trouwde met Bernard von Lippe Bisterfelt werd dat gevierd met het planten van een eik aan de weg naar Doetinchem. De 'Julianaboom' is de weg die daar afslaat.

JUFFER komt in Bergh meerdere keren voor, bijvoorbeeld in Azewijn (Jufferengoed), in Braamt (kaatstede Jufferkampe van de Zwanenburg) en in Beek (Jufferenstuk). Een juffer is een jonkvrouw. Als in onze streek een boerderijnaam of veldnaam voorkomt met 'juffer' er in, dan heeft dat praktisch altijd betrekking op een stiftsdame van Elten.

K
KAAT betekent de reine, kuise, ingetogene, zedige. De volledige naam, zoals de pastoor die in het doopboek inschrijft, is Catharina. Afgeleid van het Griekse katharos: rein. Een variant is Kaatje die vanwege de alliteratie al snel 'Kaatje met de knipmuts' wordt genoemd. In Stokkum was caféhoudster Kaat van het 'Nachtegaaltje'een bekende verschijning.

KLUITMAN begint in Beek in 1815 als Bart Kluitman uit Oudzevenaar trouwt met Gertje Hetterscheid. In de 19e eeuw komt het nog vaak voor dat de achternaam van personen uit één gezin op verschillende manieren wordt geschreven: Kluitman en Klutman. Bij de volkstelling van 1947 komt in Bergh Kluitman 22 keer voor en Klutman drie keer. Ook Kluitmann komt dan drie keer voor in Bergh. Frans A.M. van Gorkum schreef een boek: Genealogie Klutman en Ross - de herkomst van de houtzagersgeslachten Klutman en Ross uit Babberich en Oud-Zevenaar (Doetinchem, 1994).

In het Genealogisch Tijdschrift voor Oost-Brabant GTOB), nr. 2, 2008 publiceerde Frans van Gorkum de genealogie van de familie Cluytmans, deel 1. Onderstaand artikel is een verkorte weergave van dit artikel, waarbij de link wordt gelegd met de Beekse familie Kluitman.

Het voorgeslacht van Bart Kluitman uit Beek

De stamvader van het Beekse geslacht Kluitman is de Bartholomeus Kluitman. Hij is de oudste zoon van Jacobus Kluitman en Gudula van Bindsbergen. Bart wordt ongeveer een maand voordat zijn vader en moeder in de Oud-Zevenaarse Sint Martinuskerk trouwen, geboren. De pastoor schrijft in het doopboek op 18 maart 1786, dat hij illigatimus is. Zelf trouwt Bart op 15 mei 1815 in dezelfde Sint Martinuskerk met Gerarda (Gertje) Hetterscheid, gedoopt te Beek op 7 maart 1791. Zij is een dochter van Wilhelmus Hetterscheid en Anna Maria Jansen.

Het echtpaar Kluitman-Hetterscheid betrekt de kaatstede Dat Neijhuis, gelegen aan de Steegseweg 9 in Beek. De woning wordt in 1923 afgebroken. Bart en Gertje zorgen voor een omvangrijk nageslacht. Eén tak trekt naar Warbeyen (Duitsland) die van daaruit wegwaaiert naar diverse Duitse gebiedsdelen. Bart trouwt met Gertje een vrouw die behoort tot de daglonersklasse in Beek, maar wier voorvaderen lang daarvoor van betekenis waren in het Kleefse land. Zij stamt af van het adellijk geslacht Von Hetterschede dat tussen 1300 en 1500 diverse lenen had in het toenmalige Hertogdom Kleef, waaronder de lenen Hetter, Veen en Xanten, Aspel en Rees in Duitsland. Bart overlijdt te Beek op 8 mei 1836. Zijn vrouw volgt hem 42 jaar later op 27 maart 1878.

De vader van Bart is Jacobus Kluitman/Cluytmans. Hij wordt gedoopt in het Limburgse Maasdorp Helden op 12 mei 1748. Jacobus Kluitman belandt in de tachtiger jaren van de achttiende eeuw in het nu Gelderse Babberich, waar hij het beroep van schaapherder uitoefent. Op 20 april 1786 trouwt de katholieke Jacobus met de Nederduyts Gereformeerde Gudula (Guyke, Goeke) van Binsbergen, dochter van Gerrit van Binsbergen en Johanna Wassink.

Het soldatenbestaan is de reden geweest voor Jacobus om zich in de Liemers te vestigen. Bijna één jaar na het huwelijk van Petrus Cluytmans en Cornelia Janssen wordt hij als eerste zoon geboren. Op 2 maart 1777 trouwt Jacob in Bochum als Jacob Kluthman, soldaat onder het Koninklijk Pruissisch Regiment Von Brietzke, met Anna Margaretha de Boy, dochter van herbergier Carolus Anthonius de Boy. Het kerkboek van de vroegere Lutherse gemeente Bochum meldt, dat Jacob 32 jaar oud is en afkomstig is van Helden in het hertogdom Gelder. Zijn vrouw Anna Margaretha de Boy bevalt op 13 april 1780 van een zoon, Friederich Wilhelm Conrad Klutmann. Anna Kluthman-de Boy sterft te Bochum 13 september 1800. Volgens de overlijdensakte is haar man Jacob dan al 9 1/2 jaar dood. In het overlijdensregister van Bochum is Jacob echter niet ingeschreven! Op 20 april 1786 trouwt in de Sint Martinuskerk te Oud-Zevenaar Jacobus Klutmans namelijk met Gudula van Binsbergen. De vraag rijst natuurlijk waarom Jacob naar de Liemers trok en daar zelfs in het huwelijk trad? Mogelijk zijn Jacob en Anna gebrouilleerd. Het kan de reden zijn geweest om uit Bochum te vertrekken. Mogelijk is hij op veldtocht niet teruggekeerd naar huis, omdat hij in Babberich verwikkeld raakte in een affaire met een dochter uit een familie van belangrijke pachtboeren, schepenen van de Heerlijkheid Grondstein en diakenen van de plaatselijke Nederduyts Gereformeerde Kerk (Gudula kreeg een maand voor het huwelijk met Jacobus een kind van hem).

Overigens is het opvallend, dat zich rond het begin van de negentiende eeuw meer Heldenaren in deze streek vestigden. Bijvoorbeeld de bouwman Jacobus Beursken, afkomstig van Helden. Beursken werd op 3 januari 1767 geboren/gedoopt in dit Maasdorp. Op 12 augustus 1801 trouwt hij te Didam Gerritje Bolder. Op 10 september 1800 trouwt te Zevenaar Geertruida Meijer met de uit Helden afkomstige Hannes Jansen, geboren 22 februari 1766, zoon van Wilhelmus en Helena Janssen. Uit het Heldense gezin Cluytmans-Janssen trekt Wilhelmus Klu[i]tman naar Babberich. Hij vindt er als dagloner werk. Op 5 december 1775 trouwt hij in de Oud Zevenaarse Sint Martinuskerk met Hermina Jansen. Wilhelmus vestigt zich te Babberich vanuit het dichtbij gelegen Angeren. Aangenomen wordt, dat al deze Heldenaren als soldaten de streek aandeden en daar hun huwelijkspartner vonden.

Jacobus? overgrootvader is mr. Joannes Reynder Rutten Cluytmans. Deze bouwt een indrukwekkende carrière op binnen het openbaar bestuur van Gemert. Hij wordt geboren omstreeks 1570 in Deurne. In de archieven komt hij te Gemert voor als schout, magister en notaris. In die laatste functie wordt hij geadmitteerd in 1597. Op 1 december 1598 wordt hij secretaris van Gemert. Hij beëindigt dit werk in 1634. Ook bekleedt hij de post van rentmeester van de commanderij van Sint Jan te Gemert. In de nadagen van zijn ambtelijke carriere is mr. Cluytmans (tot 1644) actief als secretaris van Meijel en daar woonachtig is geweest. Daar wordt ook de grootvader van Jacobus geboren, Jacobus Cluytmans.

Het voorgeslacht van mr. Joannes Reynder Rutten Cluytmans is afkomstig uit Deurne. In deze Peelse plaats komt de familie vanaf de veertiende eeuw tot groei en bloei. De stamvader van de familie is Heer Macharius de Rutte alias De Buck. Hij was presbyter, vicaris, rector en pastoor van de kerken van Bakel en Deurne. Hij leefde tussen 1350 en 1427. In die tijd was het in Brabant heel gewoon dat de pastoor samenleefde met een vrouw. Uit Makarius? relatie met Aleyt de Rutte wordt Rutger Smeyts geboren. De toenaam Smeyts duidt mogelijk op het beroep van smid. Rutger leeft tussen 1390 en 1450 op het leengoed Rutte of Ruth. Ook hij trouwt niet, maar krijgt bij Luijtgard, dochter van Henrick Boeyaert, twee natuurlijke kinderen Aleit en Jan.

Rutger Smeyts natuurlijke zoon Jan is de eerste drager van de familienaam. Hij wordt in de cijnsboeken vermeld als ?Jan de Ruth alias van de Cluidt geheten Cluijtmans?, ofwel Jan de Ruth afkomstig van het grondstuk De Cluidt. Hiermee wordt de herkomst van de familienaam verklaard. Het is een toponiem.

Jan leeft te Deurne tussen circa 1420 en 1480. Uit de cijnsboeken blijkt, dat hij dicht bij de kerk van Deurne woont. Hij is momber en provisor van de Tafel van de Heilige Geest te Deurne, tiendpachter van de Duitse Orde te Deurne. Ook hij trouwt niet, maar heeft wel een relatie met Aleide.

Jan de Ruth Cluytmans krijgt een zoon Rutgher Jan. Deze wordt leenman van de Abt van Echternach. Rutgher trouwt met Heylkenen. Het bewijs levert een verkoopakte uit 1505, waarin de kinderen van dit echtpaar de bezittingen van hun ouders verdelen. Zo wordt onder meer afgesproken, dat ?offter enighe scult stont noch onbetaelt ende gemaeckt waer, bij leven Heylkenen Rutten, des voirs. kijnderen moeder, die suilen allen die voirs. kijnderen gelijck dragen, behalve Mr. Rutghere?. Met mr. Rutghere wordt hun broer Rutger bedoeld, die priester en rector is en in 1556 het beneficie krijgt van het Altaar van het H. Kruis in de oude kerk van Deurne.

Uit het huwelijk tussen Jan en Heylken wordt onder andere geboren Jan Rutten die auste Cluytmans. Hij wordt in Bakel of Deurne geboren omstreeks 1470. Hij trouwt Cristine Jan Reynderts (Swevers soen), dochter van Jan Reynderts van Koenraert en Yde Henrics van der Water. Hij is de grootvader van mr. Joannes Cluytmans.

Een nazaat van Friederich Wilhelm Conrad Klutmann is Georg Heinrich Klutmann (1847-1905). Hij was Geheimer Baurat en ontwierp het Kriegerdenkmal Germania in Witten. Het monument werd op 20 september 1877 onthuld. Het ontwerp en de totstandkoming van het monument kostte de stad Witten bijna 19.000 Mark. Zijn zoon heette Eduard Jacob Heinrich Johannes Klutmann (1876-1969). Hij was officier/generaal-luitenant in het Duitse leger.

Een van de vele kleinzonen van Bart Kluitman is Gerhard Lambert Kluitmann (1865-1928). Deze groeide op in Warbeyen. Gerhard L. Kluitmann slaagde in 1885 voor het Lehrerexamen in Elten en vond werk in Goch. In 1888 werd hij Lehrer aan de Städt. Höherer Knabenschule in Xanten. In 1891 deed hij het Rektoratsexamen. In 1896 werd hij Hauptlehrer aan de Kath. Kneheschule te Essen-Rüttenscheid. In 1900 volgde zijn benoeming tot Rektor aan de Kneheschule in Essen-Rüttenscheid.

KATTENBURG in 's-Heerenberg is een rijksmonument en staat in het overzicht 'Monumenten in Bergh' omschreven als wit gepleisterd huis onder schilddak (adres Kattenburg 3). Empire-deurpartij met stoep. De naam Kattenburg kan worden afgeleid van het Franse woord 'chat' in de betekenis van verdedigingswerk, schuilplaats of bedekte waarnemingspost.

KONING LODEWIJKSTRAAT in Zeddam is genoemd naar de jongste broer van keizer Napoleon. Toen de koning in 1809 tijdens een inspectietocht van Doetinchem, waar hij de nacht had doorgebracht, op weg was naar 's-Heerenberg, werd hij in Zeddam aangesproken. Uiteindelijk had dit gesprek met veel interrupties tot gevolg dat de katholieken de Oswalduskerk weer terugkregen.

KOLDE WEI komt voor in Beek, Kilder en Klein Azewijn. Volgens 'Het Kerspel Beek in de Liemers' is wei in dit geval het dialectwoord van waaien. (In de WALD-spelling waejen en in de Waskuupen-spelling wèèjen) Onder Angerlo is een Koldewaaij bekend. Een huis of stuk land dat zo genoemd wordt, staat of ligt in een open vlakte waar het geen beschutting heeft van bos of heuvel.

KILDER is een dorp waar Herman Hollander zich in verdiept heeft. In '75 Jaar St. Jan Kilder 1886-1961' schrijft hij dat het grondwoord kel of kil is geweest. Kel wordt omschreven als een geul waarlangs water op een rad gevoerd werd. In vroeger tijden is het Bergherbos veel waterrijker geweest, talrijke bronnen moeten er geweest zijn, beekjes moeten van de heuvels gestroomd hebben. Hollander verwijst naar de geulen in Zuid-Limburg en schrijft "Waarom zou er ook niet zo'n geul, zo'n kel het domein van Kilder opgezocht hebben en aan die buurtschap de naam gegeven hebben?" Hollander noemt in het artikel 'De vermoedelijke herkomst van de naam Kilder' ook de Kellenstraat in 's-Heerenberg. Echter dient opgemerkt te worden dat de Kellenstraat in verband gebracht wordt met hutten. Daarover komt een uitvoerig artikel in Old Ni-js van de Heemkundekring.

L
LOEF wordt door de pastoor in het latijn vertaald met Ludolphus en Ludovicus. Een variant is Lodewijk.
Veel personen in Bergh met de familienaam Loeven zijn een nakomeling van Loef Jansen (zie in de bibliotheek van de Heemkundekring het boek 'Het Kerspel Beek in de Liemers' blz 1203). De naam is dus een patroniem (afkomstig van een voornaam).
De germaanse naam van Loef is Chlod-wig = vermaard in de oorlog.

LIMBEEK komt in 1947 in Gelderland 88 keer voor waarvan 37 in Bergh. Van Limbeek (dus met 'Van' voor Limbeek) komt in Bergh niet voor maar in Gelderland 102 keer waarvan 55 in Rheden. Limbeck komt 1 keer voor (in Arnhem). In Overijssel zijn de 'Vans' in de meerderheid: Limbeek 26 en Van Limbeek 107.
In Nederland zijn verschillende stammen Limbeek die geen familie van elkaar zijn. De Berghse stam heette oorspronkelijk Van Erfwijk en was afkomstig uit Limbeck. In de archieven komen documenten voor waaruit dat blijkt. Bijvoorbeeld is in 1671 Henrick van Borken overleden 'onse loopende bode toe Gendringen'. In zijn plaats is benoemd Bernd van Leembeek. Deze Bernd krijgt in 1684 een getuigschrift van graaf Oswald van den Bergh en daar staat in: Mr. Bernt van Erfwijck, geboren in Leembeck in Westphalen.

LINTHORSTERSTRAAT in Stokkum is genoemd naar 't kasteeltje 'de Linthorst' aan de Stokkumse kant van de Wetering. In 'Stokkum - Uit de historie van dorp en omgeving' door Wil Bronkhorst en Henk Harmen (1973) staat dat de kleine burcht een ranke, vierkante toren had, ongeveer ons stadhuis en in dezelfde tijd gebouwd (ca 1500). Het verdween al na twee eeuwen. Een horst is een hoger gelegen terrein, met struikgewas begroeid en tamelijk veilig bij hoog water. Lint- komt van glint, een omheining die uit palen en hekwerk bestaat en dient om de weiden of erven te scheiden. De g van Glinthorst is geleidelijk weggevallen.

LAAK komt in Bergh meerdere keren voor, als naam van water (Azewijn), een weg (Bergherbos) en een boerderij (Lengel).
De grondbetekenis van Lake = poel, plas, meer; ook waterloop, beek; vandaar scheisloot, grens. Water heeft vanouds voor natuurlijke grenzen gezorgd. Het begrip 'laak' is dan ook zo nauw met het begrip 'grens' verbonden dat het in Bergh en omgeving eenvoudigweg in plaats van 'grens' wordt gebruikt, ook al is er in de verste verte geen water te bekennen. Midden door de Berghse bossen loopt een Laakweg: de grensscheiding tussen het grondgebied van de boerschappen Beek en Stokkum. Een grensscheiding wordt 'gelaict en gepaelt', men spreekt van 'laickuijlen' = grenskuilen en 'laicstenen' = grensstenen.

LOERBEEK is een modernisering van de oeroude naam van deze boerschap (buurschap), 'Lobrick' van Loberke, namen die steeds in het archief voorkomen: 'Lobberich'.
Het woord Lo(b)rick bestaat uit twee delen: loo = met gras begroeide open plek in het bos, en rick = rijk. Dus: 'rijk aan open weideplekken in het bos'.
Gekscherend wordt wel eens gezegd dat de mensen in het vlakke land tussen Kilder en Beek er altijd op hebben 'geloerd' om bij Beek te mogen horen.

M
MARK wordt door de pastoor in het doopboek genoteerd als Marchelmus. De oude germaanse naam was Markwart (woudbeschermer) of Markolf (de boswolf).

MULLING komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 20 keer voor: Bergh 18, Didam 1 en Gendringen 1. Mullink werd in Gelderland 69 keer geteld waarvan slechts één keer in Bergh. In Hengelo 19 keer en Doetinchem 9. In 1267 is er al sprake van huis Mullinc in Gaanderen bij Doetinchem. Maar ook in Hengelo Gelderland is er omstreeks 1200 een Mullinc. Voorouders van Evert Mullink die in 1858 in Kilder overlijdt zijn ook afkomstig uit Gaanderen. Zelf is Evert 31-8-1805 in Silvolde geboren als zoon van Hendrik Mulling en Wilhelmina Wassing. Vader Hendrik Mulling is 16 september 1771 in Gaanderen geboren. Eén van de voorouders heet Evert Spliethof die met Geertien Rosergaarde trouwt. Geertien Rosegaarde hertrouwt in 1703 met Derk Mulling op boerderij Mullink in Gaanderen zodat nakomelingen van Evert Splijthof ook genoemd worden naar de boerderij waar ze gewoond hebben: Mullink / Mulling. In Duitsland wordt de naam geschreven als Mölling (Moelling).
In de Kronijck (tijdschrift Doetinchem en Gaanderen) nummer 60 staat een artikel over de watermolen van Mullink in Gaanderen die in 1207 al genoemd wordt. De Kronijck is in de bibliotheek van de Heemkundekring. Hekket schrijft in 'Oost-Nederlandse Familienamen' dat de herkomst de voornaam Mulo of Muli is, waarvan men aanneemt dat hij van keltische oorsprong is, in welke taal Mullo een oorlogsgod was, elders als Mars bekend.

MONTFERLAND is geen 'mond vol land' dat door reuzen werd achtergelaten, zoals onze voorouders dachten. Wat de naam wel betekent, legt John Thoben uit in Old Ni-js (nummer 54 en 63): 'Sporen van Kruisridders in Bergh'. Rond 1300 komt in het Berghse archief de naam Montferrand voor. De naam Montferrand vind je terug in de naam Clermont-Ferrand in Frankrijk. Het is een dubbelstad: de oorspronkelijk zelfstandige steden Clermont en Montferrand werden in 1731 samengevoegd tot Clermont-Ferrand. Clermont is de stad waar paus Urbabus II in 1095 de westerse wereld opriep tot de Kruistochten. Graaf Willem van Montferrand (in Frankrijk) was één van de eersten die zich het kruis voor de Kruistocht opspeldden. In 1115 bestaat er een kruisvaardersburcht Montferrand in Syrië. Thoben: "Hij is zonder enige twijfel vernoemd naar de burcht Montferrand bij Clermont..... Zou de stamvader van ons geslacht Van den Bergh, Constantijn, een Kruisridder kunnen zijn die deze naam na de eerste kruistocht omstreeks 1120 meebrengt naar onze streek? En heeft hij er de woontoren naar vernoemd die hij op de oude burchtheuvel Uplade bouwt?"

MINISTER VELDKAMPSTRAAT in 's-Heerenberg is genoemd naar Gerard Veldkamp die zijn jeugd doorbracht aan de Stokkumseweg in 's-Heerenberg. Zijn moeder is van Van Bree uit Bergh. Dr. Gerardus Mattheus Johannes Veldkamp is geboren in Breda (1921) en overleden in Parijs (1990). Hij was een KVP-minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid die belangrijke wetgeving tot stand bracht, zoals de Algemene Kinderbijslagwet, de Ziekenfondswet, de Wet sociaal minimum, de Wet op de Arbeidsongeschiktheid en de Wet Werkloosheidsvoorziening.

N
NETJE komt net als diverse andere voornamen die eerder in deze rubriek stonden, voor op de lijst met vrijwilligers bij de Heemkundekring. Afkomstig van Antoinette / Anthonetta, door de pastoor ingeschreven als Anthonia. Zo vertaalde hij het Griekse woord 'anthos' dat bloem betekent, in het latijn.

NIJHOF bestaat uit twee delen: nij en hof. Nij is nieuw. Er is dus sprake van een nieuwe hof. Een oude hof heeft de familienaam Olthof voortgebracht. De omschrijving van een hof staat in Oost-Nederlandse familienamen. Een hof was een hoofdboerderij, middelpunt van grootgrondbezit, van waaruit een groep boerderijen, een gehucht of zelfs een marke, bestuurd werd door de Hofmeier. Varianten zijn Nijhoff, Niehof(f), Neihof(f), (van) Neijenhof(f), Nijenhof(f). De naam komt in 1366 voor bij Hengelo (Ov), in 1231 bij Aalten en in 1335 in Etten (Gendringen). In Gelderland komt Nijhof in 1947 bij de volkstelling 807 keer voor, waarvan drie keer in Bergh. Bij de aantallen is de moeder niet inbegrepen want die komt bij haar meisjesnaam voor. Nijhoff komt in 1947 niet voor in Bergh maar wel in heel Gelderland: 146 keer. Ook niet in Bergh, maar wel in Gelderland staan vermeld: Niehof en Niehoff, respectievelijk zes en zeven keer.
In het boekdeel 'Overijssel' inzake de volkstelling van 1947 wordt verschil gemaakt tussen IJ en Y: Nijhof 970, Nyhoff 243, Neyhof 1, Neihof 8, Niehof 62, Niehoff 43. We lichten er in Overijssel enkele plaatsen uit vanwege de binding met Bergh. Nijhof komt in Hengelo 284 keer voor, in Ambt en Stad Delden 11. Nyhoff zien we in het Overijsselse Hengelo 35 keer vermeld.

NACHTEGAALTJE was de naam van het café van Ebbing aan het Nachtegaalslaantje dat van 's-Heerenberg naar Stokkum loopt. Café en laantje zijn genoemd naar de zangvogels in en bij de Plantage.

NOORDPOOL is geen officiële naam. Het is een grondstuk in Beek tussen Berkenlaan en Rijksweg. Toen er na de Tweede Wereldoorlog een tekort aan woningen was, werden daar huizen gebouwd die intussen weer verdwenen zijn. Waarschijnlijk leven er nog wel mensen die de introductie van de naam Noordpool hebben meegemaakt en kunnen verklaren waarom de buurt zo genoemd werd.

NEKKUM komt in 's-Heerenberg voor bij de straatnamen: Groot Nekkum en Klein Nekkum. Vroeger waren er veel minder verschillen in de taal aan beide kanten van de grens dan tegenwoordig. Op oude kaarten staat het gebied waar de Nekkum-straten liggen aangeduid met 'Den eck um'. Vergelijk het met de Duitse taal en je komt tot de conclusie dat het grondstuk 'om de hoek' lag.

NETTERDEN was tot 1863 bij de gemeente Bergh ingedeeld. Omdat de gemeente niet wilde meewerken om een verharde weg aan te leggen, verzochten de inwoners van Netterden om het dorp bij de gemeente Gendringen te voegen, hetgeen gebeurde. (Burgers Dierenpark is van 's-Heerenberg naar Arnhem verhuisd omdat de gemeente de weg naar de dierentuin niet wilde verharden)
Netterden wordt in 1130 Etteren genoemd, een verbastering uit de naam De Hetter(en), of hattuarie. De Hattuariers (een volksstam) bewoonden omstreeks het jaar 400 het gebied tussen Lippe, Oude IJssel en Rijn.gd

O
OLAF wordt door de pastoor ingeschreven als Odulfus, een vertaling in het latijn van het germaanse 'athal' wat edel en wolf betekent. In de tijd dat onze voorouders nog alle dagen op jacht gingen, werd hij aangesproken met Edele Wolf.

ONSTENK komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 259 keer voor, waarvan in Bergh zes keer. Varianten zijn Klein Onstenk, Onstein en Onstijn. Bij Linde (Vorden) is een kasteel Onstein, in 1488 Onstedinck genoemd. Een 'unstede' of 'onstede' was een onvruchtbaar stuk land, ook wel als 'onland' bekend. Stede heeft verschillende betekenissen; in het Engels kent men 'stead', dat onder andere een verlaten stuk land betekende.

OOYBOOMSGOED is de naam van een boerderij in Azewijn. Ooy is een oude naam voor een wei aan een rivier en boom betekende vroeger ook bodem (is grondgebied).

OLIELAND is een stuk land in Beek dat daar toebehoorde aan de kerk. De pacht werd oorspronkelijk voldaan met olie waarmee de godslamp in de kerk brandend werd gehouden.

ONDERLANGS is een straatnaam in Braamt. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de straten namen kregen, noemden oudere mensen dit de Onderste weg. Archivaris 'meester' Kremer noteerde: "Hiermee werd de weg aangeduid die begon te lopen dichtbij café Renner (Zeddam-Vinkwijk), gedeeltelijk parallel liep met de Hooglandseweg om dan gezamenlijk daarmee als een vork de Heuvelwijk te omsluiten. Het eerste gedeelte van die weg is thans (1962) verdwenen, maar bij Ant. Visser, nummer 102, loopt een kort stukje openbare weg naar de Onderste weg. Omdat deze naam niet meer leeft bij de jonge generatie en omdat er een beter klinkende naam is gevonden, wordt die voorgesteld: Onderlangs, een naam waar Braamt zeer mee ingenomen is. 't Lijkt wel iets op een imitatie van Arnhem, maar dan is het toch een juiste navolging: de weg loopt in feite heel wat lager dan de Hooglandseweg, men gaat onder langs de heuvels. Aan deze weg zullen 20 a 21 nummers komen. Het is daarbij de bedoeling dat deze weg de Langestraat zal oversteken en zijn einde vinden aan de Loolaan."

P
PHILIPPUS is een voornaam die in de 9e eeuw in Frankrijk werd geïntroduceerd door Anna van Rusland, de echtgenote van Hendrik I. De naam is oorspronkelijk uit het Grieks afkomstig en betekent 'liefhebber van paarden'. Varianten zijn oa Philip en Flip.

PAS komt in Bergh niet voor in 1947 volgens het boek waarin een overzicht staat van de volkstelling. Te Pas komt volgens dat boek acht keer voor. Waarschijnlijk weer een foutje, net als bij Iezereef. De nakomelingen van Gerhard Pass en Dorothea van Haag in Azewijn staan in het boek 'Genealogie Van Onna'. Daarin staan meerdere nakomelingen die geboren zijn in Zeddam en Vinkwijk en die in 1947 nog in leven zijn. Zij zijn bij de gemeente ingeschreven als Pas. Het zijn er in ieder geval meer dan de acht die als Te Pas genoemd worden. Dat komt omdat sommigen elders een opleiding volgden en in die gemeenten stonden ingeschreven.

De schoonvader van Gerardus Pas (1846-1912) blijkt een technische knobbel te bezitten: Hannes Brinkhoff, landbouwer en uitvinder. Koning Willem III verstrekt Brinkhoff een patentbrief omdat hij een 'perpetuum mobile' wil construeren. Kleinkinderen Pas krijgen deze technische knobbel ook wat tot gevolg heeft dat Machinebouw Bergia en Broedmachinefabriek Pas-Reform worden opgericht. Gerhard Pass die zich in Azewijn vestigt, is in 1780 geboren in Mehr. De familie-genealoog Gerhard (!) Pas deed onderzoek over de grens in Nord-Rhein en zag dat leden uit één en dezelfde familie in de archieven voorkomen als Pass, Paß, Paas, Paass, Te Pas, Tepass, Tepaas, Tepaß en Tenpaß.

De aantallen in Gelderland in 1947 (zullen dus een beetje afwijken): Pas (318), Te Pas (269), Ten Pas (246), Van de Pas (26), Van der Pas (20), Te Pass (1). Alleen Te Pas wordt bij Bergh genoemd. De naamsverklaring staat bij Peeske. ('Genealogie Van Onna' kan op maandagavond tussen 7 en 9 uur worden ingezien in het Heemkundehuus.)

PADEVOORT bestaat uit twee delen: pade en voort. Pade is afkomstig uit het Latijnse padula en betekent moeras. Een voorde is een doorwaadbare plaats. De havezathe Padevoort in Vinkwijk is gebouwd bij een doorwaadbare plaats in het moeras.

PASTOOR Bluemersstraat in Kilder, Pastoor Meursstraat in Azewijn en Pastoor Te Rielestraat in Braamt zijn genoemd naar bouwpastoors. Niet elke pastoor heeft het voorrecht dat er een straat naar hem genoemd wordt. Projectontwikkelaars zouden dat waarschijnlijk wel graag willen want dan moeten er heel wat straten (met huizen!) bijkomen.

PEESKE is afgeleid van pas. In het dialect: Pes, verkleinwoord Peske. Dit woord is afkomstig uit het latijnse Pascuum dat weide betekent. Wordt speciaal gebruikt voor een weide die met bomen is beplant. In de Betuwe is 'pas' nog een bestaand woord voor percelen griendhout, hakhout van elzen en wilgen.

Q
QUIRINUS wordt in Nederland vooral vertaald in Krijn voor jongens en Crijntje voor meisjes. De naam wordt verklaard als 'lanszwaaier'. Quirinus is de beschermheilige van het vee en in het bijzonder van paarden. Bij onze buren in Nordrhein-Westfalen zijn kerken waarvan hij patroon is vaak indrukwekkend, bijvoorbeeld in Millingen (bij Megchelen). Samen met Antonius Abt (van het Varken, 17 januari), Cornelius (16 september) en Hubertus (3 november) behoort Quirinus tot de zogenaamde 'Vier heilige Maarschalken'. In Keulen wordt zijn naamdag op 30 april - 'Translationstag' - gevierd en in andere plaatsen op 30 maart.

QUANT komt als familienaam voor in het archief van Huis Bergh (AHB) en in het trouwboek van de dominee in 's-Heerenberg. In 1457 wordt Herman Quant genoemd in AHB. Met anderen legt hij een getuigenverklaring af ten overstaan van Geryt van de Coernhorst (Kornhorst). Op 8 februari 1680 gaat Catrijn Quant, een dochter van Gerrit Quant, bij de dominee van 's-Heerenberg in ondertrouw. In die tijd zorgde de dominee voor het wettelijk huwelijk: de dominee trouwt voor de wet en de pastoor voor het bed. Volgens het 'Etymologisch Woordenboek - de herkomst van onze woorden' van Van Dalen betekent quant: kameraad of gezel. In 1947 komt de naam Quant één keer in Nijmegen en één keer in Ubbergen voor. Kwant komt dan twaalf keer voor in Nijmegen en eveneens twaalf keer in de rest van Gelderland: totaal 24, maar niet in Bergh.

QUO VADIS is de naam van een huis aan Zeddamseweg in Lengel. De tekst is afkomstig uit het Nieuwe Testament en verwijst naar eem ontmoeting tussen Christus en Petrus toen deze op de vlucht was voor de Romeinse keizer Nero. Christus bracht incognito een bezoek aan de aarde en hij vroeg aan Petrus: 'Waar gaat gij heen?' Dat werd door Hieronymus in de Vulgaatvertaling van de bijbel genoteerd als 'quo vadis?'

R
ROB wordt door de pastoor gedoopt als Robertus. De naam is afkomstig uit twee oud-germaanse woorden: hruod en berht. Hruod is roem en berht is pracht, glans. De betekenis van de naam is 'de met roem omstraalde' of 'de van roem blinkende'.

RABEN komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 238 keer voor waarvan 17 keer in Bergh. Enkele andere Gelderse gemeenten waar de naam in 1947 frequent voorkomt, zijn Didam (69), Winterswijk (32), Doetinchem (31) en Gendringen (30). Varianten die in 1947 niet in Bergh voorkomen, maar wel in andere Gelderse gemeenten, zijn: Raab (16), Raabe (1), Raaben (10), Rabe (8). Raben is een patroniem: de familienaam is afgeleid van een voornaam. Voor de naam Raab geven deskundigen een andere verklaring dan voor Raben. Zij beweren dat Raab van het oud-germaanse Hraban afkomstig is en Raben van Rabo. Hraban betekent raaf en Rabo is Radbouw dat uit twee delen bestaat in het oud-germaans: Radi (raad) en bolt (dapper); dus de dappere raadgever. Bij de oudste Heren van Bergh komt de naam Rabodo voor en vaak werd een kind genoemd naar de heer. Het spreekwoord zegt immers "Wiens brood men eet, diens woord men spreekt".

ROUW of rauw komt vaak voor in namen van boerderijen, velden of weilanden, zoals Rouwengoed, Rouwen Hoek, Rouwhorst, Rouwe Maat, Rauwe Weide. Hiermee wordt bedoeld dat het grondstuk oorspronkelijk ruw of ruig was.

REVIUSSTRAAT (Jacob) in Zeddam is genoemd naar een dominee die maar elf maanden in Zeddam is geweest (1613). Een afbeelding van hem staat in het boek 'Hervormde kerken Zeddam 400 jaar" (John Thoben, 1998). De naam is één van de vele voorstellen die archivaris 'meester' Kremer heeft aangereikt toen de straten een naam kregen. Met een uitvoerige toelichting, zoals gebruikelijk bij Kremer: "Jacob Revius is geboren in 1586 te Deventer; bracht zijn kinder- en jongelingsjaren te Amsterdam door, studeerde te Leiden, reisde door Frankrijk, werd achtereenvolgens benoemd tot predikant te Zeddam, Winterswijk-Aalten en Deventer. Daarna was hij regent van het Statencollege, dat te Leiden belast was met de opleiding der aanstaande predikanten en overleed in 1658 te Leiden. Hij schreef o.a. "Over-IJsselsche Sangen en Dichten". Slechts weinige gedichten liet hij na, maar daaronder enkele die altijd zullen blijven leven, zo o.a. Zondeschuld (" 't Zijn de Joden niet, Heer Jezus, die u kruisten") en Kindermoord ("Doe de gekroonde wolf de schaepkens nieuw geboren..."). Professor Prinsen (Handboek tot de Geschiedenis der Nederl. Letterkunde) noemt hem een pygmee naast de reus Vondel, maar hem verwant in tere aandoenlijkheid, natuurlijk gevoel, innige vroomheid, zuiverheid van klank, ritme en verbeelding. Professor Kalff (Geschiedenis der Nederl. Letterk.) zegt: "Telkens zien wij de gereformeerdheid des dichters door zijn poëzie heenschemeren; zijn afkeer van Rome en Paus verbergt hij geenszins. Soms vinden wij sonnetten zo mooi, dat zij alleen door die van Hooft en Vondel worden overtroffen"."

S
SARA zie je regelmatig ergens in een tuin op een stoel zitten als er weer eens een dame vijftig is geworden. Sara of Sarah was de vrouw van de tien jaar oudere Abraham. Ver na haar vijftigste verjaardag werd ze nog moeder van Izaäk, een zoon. De betekenis van de naam Sara is 'vorstin'.

SWEERS komt bij de volkstelling van 1947 in Gelderland 126 keer voor waarvan 11 keer in Bergh. Een uitschieter is Zevenaar met 42 keer. De naam Zweers die dezelfde herkomst heeft, komt in Gelderland 839 keer voor waarvan 43 keer in Bergh. Hier is Rheden koploper met 308. Verder is er in Gelderland nog de naam Schweers (8). Sweers is een patroniem, afgeleid van de voornaam Swebert. In het doopboek komt de naam soms voor als Suitbertus en soms als Assuerus. Suitbertus is een latijnse vertaling voor de oudgermaanse woorden svitha (betekent gezwind, krachtig) en berht (betekent pracht, glans). Dus: De door kracht schitterende. Assuerus is ahasveros en dat betekent 'hij die veel macht heeft' of 'de veel vermogende'.

SINT-JUTTEMIS wordt in Duitsland Sankt-Nimmerlein genoemd. Als je een afspraak maakt voor Sint-Juttemis weet je van te voren dat het nooit wat wordt. Er wordt van uitgegaan dat Sint-Juttemis niet bestaat. Jutte is een koosvorm van Judith en haar naamdag is op 17 augustus. De uitdrukking is eigenlijk: met sint-juttemis, als de kalveren op het ijs dansen. En een afspraak maken op een dag in augustus als kalveren aan het dansen zijn en dan ook nog op ijs, is onmogelijk. Volgens Wikipedia is er nog een andere variant en zou de naam een verbastering zijn van "Als de joden de Mis doen"; dat is dus nooit, want de Mis is de katholieke eredienst.

SONDERHOF is de naam van een huis in Beek dat omstreeks 1912 is gesloopt ten behoeve van de uitbreiding van de kerk. Een foto staat op bladzijde 765 van het 'Kerspel Beek in de Liemers'. De Sonderhof is een huisplaats behorende onder het Sonderbos, een voor privégebruik uit de gemeente afgezonderd bos. (Vergelijk het Duitse 'Sonderstellung' dat uitzonderingspositie betekent.)

STOCKHORST staat genoemd op een kaart die landmeter Theodorus Bucker in opdracht van de Graaf van den Bergh maakte. De naam komt voor onder Stokkum (zuid). In Doetinchem had je aan de Liemerse kant van de Oude IJssel een boerderij met de naam Stokhorst. Stok vinden we ook in de naam Stokkum terug en horst wordt o.a. omschreven als 'voormalige bosgrond meestal op glooiend terrein'.

STUERSTRAAT, V de: zo staat het op www.postcode.nl en in het oudste postcodeboek (1978). Op het straatnaambord zelf staat 'Victor de Stuersstraat' (3 keer s). De straat is genoemd naar Jonkheer Victor de Stuers, geboren in Maastricht en een bekend voorvechter van het Nederlands monumentenbezit. Hij bracht in zijn jeugdjaren regelmatig zijn vakanties door in het huis van zijn grootouders: de Boetselaersborg in 's-Heerenberg.

STOKKUM komt in 1240 voor als Stokhem. In Old Ni-js nummer 5 staat de betekenis. Stok wijst op ontginning, rooien van bomen, en het achtervoegsel hem duidt op Frankische kolonialisatie rond 800 na Christus. Heim of hem is woonplaats. Vroegere schrijfwijzen zijn Stockem, Stockhem, Stockken, Stukkom, Stokkom en Stockum.

T
TINUS kan men uitbeelden met tien lucifers: vier voor de romp, twee voor de benen, twee voor de armen, één voor de hals en één voor een plat hoofd. Op sommige lagere scholen kreeg je in de eerste klas een doosje met stokjes om tellen te leren (was goedkoper dan een telraam met kralen). Eén is de griffel, twee is de tafel, drie is de tol. Ze staan alle 10 op www.berghapedia.nl (lesmethode).

De doopnaam van Tinus is Martinus. Dat de naamdag van Sint Martinus (Sint Maarten) op 11 november is, hoeft hier niet verder op ingegaan te worden want daar wordt al volop aandacht aan besteed. De betekenis van Maarten heeft met de Romeinse oorlogsgod Mars te maken: de vaardige, de dappere in de strijd.

THIJSSEN komt bij de volkstelling van 1947 in Bergh negen keer voor. Waarschijnlijk zouden het er meer moeten zijn want Willem Thijssen die in 1787 als zoon van Henricus Wilhelmus Thijssen en Maria Welling in Millingen (Duitsland) is geboren, had geen zin om in militaire dienst te gaan en hij gebruikte de papieren van zijn zwager Peter Hulkenberg toen hij als weduwnaar ging trouwen met Elisabeth Meijer. Ook bij het overlijden in Azewijn in 1879 werd de naam Hulkenberg gebruikt. Op een bidprentje bij het Centraal Bureau voor Genealogie is met de pen vermeld dat Peter Hulkenberg in werkelijkheid Willem Thijssen heet. Misschien heeft de pastoor zich wel eens afgevraagd waarom er toch zoveel personen met de naam Thijssen peetoom of peettante waren bij de familie Hulkenberg-Meijer! In Gelderland waren er in 1947 totaal 857 personen met de naam Thijssen (inclusief de negen in Bergh). Uitschieters zijn Groesbeek (235) en Nijmegen (261). Varianten die in Bergh niet voorkomen, maar wel in Gelderland: Tijsen (4), Tijshen (3), Thijs (22), Thijsen (121), Thijssens (1), Theissen (62), Theisens (2), Theis (4). Matthijssen is in dit overzicht niet opgenomen omdat die naam in onze streek niet veel voorkwam. Thijssen is een patroniem: zoon van Thijs. De latijnse doopnaam is Mathijs, Mattheüs die zijn oorsprong kent in het hebreeuwse 'mattanja' dat gave van de heer of geschenk Gods betekent.

TIMP wordt in het woordenboek omschreven als een puntig of smal uiteinde. Daarmee is meteen de naam verklaard van het huis dat op bladzijde 103 in '100 Jaar Sint-Jan Kilder' staat bij het adres Doetinchemseweg 6b, Kilder: de Timp. Het huis is in 1963 gebouwd op een stuk grond in een driehoek waar de Julianaboom en Doetinchemseweg bij elkaar komen.

TEMPELHEERSTRAAT in Beek is een verwijzing naar de Tempelridders die op de Bijvank zouden hebben gewoond en waarover op lange winteravonden spannende verhalen werden verteld. Het onderwerp is momenteel actueel in verband met het verschijnen van een boek naar aanleiding van een document dat zes jaar geleden in het Vaticaans Archief werd gevonden. In 1314 heeft de Paus de Tempelridders vrijgesproken van Godslastering. Dat is nooit openbaar gemaakt omdat wereldheersers die belust waren op geld en macht dit 'onder de pet' hielden. Ze hadden zelf een oogje op de omvangrijke bezittingen van de Tempelridders.


U

URSULA is afkomstig van het latijnse ursus wat beer betekent. De heilige Ursula is de patrones voor gelukkige huwelijken, leraressen, opvoeders, zieke kinderen en de plaats Keulen. Zij is waarschijnlijk in Engeland geboren in de derde eeuw. Haar vader had haar uitgehuwelijkt aan de heidense prins Aetharius maar ze had als jong meisje de gelofte van kuisheid afgelegd. Als hij zich zou laten dopen, was zij bereid om met hem te trouwen. Ze gingen allebei op pelgrimage naar Rome. Ursula kwam met met haar gevolg van elfduizend maagden bij Keulen terecht. Dat werd belegerd door Hunnen onder leiding van Attila. De maagden werden gedood maar Ursula werd gespaard. Toen zij weigerde het bed met de koning te delen, werd ook zij gedood. De legende vertelt dat daarop elfduizend engelen vanuit de hemel kwamen en de barbaarse Hunnen verdreven.

UHM is afgeleid van de Duitse plaats Uedem in de kreis Kleef. Bij de volkstelling van 1947 kwam Van Uhm 43 keer voor in Gelderland waarvan twintig keer in Bergh. Andere varianten van deze families waarvan voorouders uit Uedem afkomstig zijn: Van Uem en Van Uum. Van Uem kwam in 1947 in Gelderland 62 keer voor, waarvan drie in Bergh, vijftien in Gendringen en elf in Zevenaar. Van Uum kwam toen in Gelderland 164 keer voor, waarvan Bergh 41 en Zevenaar 67.
Stokkum is de bakermat van de Berghse Van Uhms en varianten. Dat blijkt uit een brochure die is uitgegeven door de Stichting voor Genealogie en Geschiedenis tussen Rijn en IJssel. In het archief van Huis Bergh komt een Derick van Uum voor die bevelhebber van het Huis Bergh was. Wilhelm graaf van den Bergh beveelt hem in 1582 alle overheidspersonen in het graafschap Bergh aan te zeggen, geen contributien meer aan de vijand te betalen.

UIVERSTRAAT in Azewijn is genoemd naar de boerderij Uiversnest die er niet meer is. Een uiver is een ooievaar en die vogel bouwt een nest altijd dicht bij het water. In dit geval is dat de Laak. Als in 1769 in Bergh de veepest uitbreekt, woont Willem Beijer op het Uiversnest. Hij is de stiefvader van Derk Thus die hem opvolgt, waarna de familie Thus er meer dan twee eeuwen boert.

UPLADE is een oudere naam van Montferland (zie letter M bij "Namen van A tot Z").
In Old Ni-js nummer 16 schrijft wijlen A.G. van Dalen er over: "De aanleg van de burcht is naar alle waarschijnlijkheid een initiatief van de graven van Hameland uit het geslacht der Brunharingen...". Uplade is afkomstig van het middelhoogduitse woord ufladen wat verhogen betekent.

V

VALENTIN is afgeleid van het latijnse valens: krachtig, sterk, gezond. De Italiaanse variant is Valentino.
In 'Der große Namenstagskalender' van Jakob Torsy waarin 3720 namen en 1560 levensbeschrijvingen staan, worden twee Valentins genoemd: Valentin uit Rhätien (7 januari op de heiligenkalender) en Valentin, bisschop van Terni (14 februari).
De bisschop uit Rhätien is in het jaar 475 op 7 januari gestorven. Hij is patroon van het bisdom Passau. In gebeden wordt een beroep op hem gedaan bij epilepsie, krampen, jicht en ziekten van vee.
De bisschop van Terni werd in het jaar 268 martelaar voor het geloof. Hij is de patroon van de jeugd, reizigers, imkers, goede verloving en huwelijk. Bij vallende ziekte en pest wordt hij te hulp geroepen. Als hij een brief liet bezorgen deed hij er altijd een bloem bij. In Frankrijk en in Belgie was het in de 14e eeuw al gebruik dat door het lot een Valentijn en Valentine aan elkaar werden gekoppeld. Emigranten namen dit gebruik mee naar Amerika waarna de commercie al snel toesloeg en het niet langer bleef bij alleen het anoniem laten bezorgen van een bloem op 14 februari, Valentijnsdag.

VENES kwam in Gelderland bij de volkstelling van 1947 dertien keer voor: twaalf keer in Bergh en één keer in Wisch. Veenes kwam toen in Gelderland negen keer voor, alle negen in Wehl. In het Wehlse Broek (parochie Kilder) is de boerderij Peppelslag aan de Wehlse Wetering het stamhuis van de Berghse tak Venes en de Wehlse tak Veenes.
In boeken met naamsverklaringen wordt verwezen naar een oude mansvoornaam Vene of Fene. Venus is in die boeken ingedeeld bij "geslachtsnamen, ontleend aan de namen van Goden en Godinnen, godsdiensten enz."
Beide verklaringen gaan niet op voor de families Venes in Bergh en Veenes in Wehl. De naam wordt in de 18e eeuw ook geschreven als Veenhuis. Voorouders hebben in een huis bij het veen gewoond. Bij het noteren van de naam heeft de pastoor of de ambtenaar Venus verstaan. Anton Metz die lid is van de Heemkundekring Bergh, zocht het uit en hij kwam uit bij Joannes Kleine Venhuß, in 1667 geboren in Vardingholt en gedoopt in Rhede (D). In Old Ni-js nummer 49 staan zijn bevindingen bij de kwartierstaat van drie Zusters Venes uit Azewijn in de rubriek Uit het Rijke Roomse Leven.

VAANHORST is de naam van een boerderij aan de Steegseweg in Beek die in de 15e eeuw voorkomt onder de naam 'Niedunck'. Het deel vaan (vaen) betekent bijgevangen. Dus een 'bijgevangen' horst. Horst is al regelmatig in deze rubriek genoemd. Eerdere afleveringen kunnen worden nagelezen op www.heemkunde.nl van de Heemkundekring Bergh.

VEENSEHOEK was de naam van de tramhalte bij café Verheij in Lengel. De 'Suffe Hendrik' - de stoomtram tussen Zutphen en Emmerik - kwam vanaf Station Zeddam (Oude Doetinchemseweg) en ging langs de Veensehoek en de Klomp richting 's-Heerenberg.

VETHUIZEN wordt omschreven in Old Ni-js nummer 5 van de Heemkundekring: in 1234 Vethusen, een zeer vroeg bewoonde buurtschap. Ook is er sprake van een geslacht, waarvan in een een akte van tussen 1142 en 1145 Leinzo de Vetehusen genoemd wordt. De bevolking zelf houdt het er op, dat de naam wijst op goede vette grond, net als bij Azewijn.
Husen duidt op boerderijbouw. Inderdaad zijn al in de vroegste tijden boerderijen gebouwd in Vethuizen, het lage en meer vruchtbare land in de oude stroombeddingen van de Rijn en Oude IJssel.

VILLERSGENGSKE is een oude straatnaam in 's-Heerenberg. In dit straatje woonde de viller of vilder van 's-Heerenberg. Waarschijnlijk woonde daar ook Meister Herman Volmers die in Old Ni-js nummer 67 genoemd wordt in het artikel 'Heksen in Braamt' als uitvoerder van de waterproef: "Hij is geen beul of scherprechter, maar zijn beroep ligt er toch dicht tegenaan. Hij is van geen kleintje vervaard en bloed zien is voor hem geen probleem: hij is gewend het vel over de oren te halen."
Een vilder is iemand die het vel van een dierlijk wezen aftrekt. Vellen die geschikt waren om schoenen van te maken, kwamen via de leerlooier bij de schoenmaker terecht. Vellen die niet geschikt waren voor de leerlooier gingen in de 'bottenkoel' (de open plek tegenover de Van Heeklaan bij de tennisbaan).

W

WILHELM betekent 'die de wil heeft tot helm' (die graag beschermt). Varianten zijn Wim en Willem. Het graafschap Bergh heeft meerdere graven gehad met de naam Willem, o.a. de zoon van Graaf Oswald II die op Kerstavond 1537 is geboren. Deze Willem gaat in Leuven naar school en dit leidt tot een ontmoeting te Brussel met Karel V die hem verzoekt aan zijn hof te blijven. Hier zal de jonge Willem zijn iets oudere naamgenoot Willem van Oranje veelvuldig hebben ontmoet. Hoogstwaarschijnlijk zal dit hebben geleid tot de huwelijksplannen van Willem van den Bergh met de oudste zuster van Willem van Oranje, Maria. (Old Ni-js nummer 41 van de Heemkundekring Bergh.)

WISSINK komt in Gelderland in 1947 bij de volkstelling 755 keer voor waarvan 57 keer in Bergh. (Ter vergelijking: Doetinchem 70, Nijmegen 25, Didam 12, Gendringen 4.)
Wissing komt dan 135 keer voor in Gelderland, waarvan 14 keer in Bergh (Gendringen 38). 'Van Wissing' komt in 1947 niet voor in Bergh maar wel in andere Gelderse gemeenten (65 keer).
Een oude schrijfwijze in Bergh is Wissingck: in 1708 is er een civiel proces tussen Frans Scheers en Henrick Wissingck. Henrick is in 1688 getrouwd met de dochter van Jan Kegh, koster-schoolmeester in Zeddam.
Maar er is al eerder een civiel proces: in 1578 wordt Jacob Wissinck genoemd. De andere partij is Jan van Arnhem te Lengel.
In 1583 wordt het goed Wisching in Ziek door Graaf Wilhelm van den Bergh verpacht.
In 1607 trouwen in 's-Heerenberg Jan Dryver uit Stokkum en Aeltien Wyssingh.
In 1637 stappen Willem van Remmen en Willemken Wissinck in het huwelijksbootje. Zij wonen in Azewijn op het Vogelzangsgoed.
Lucretia Wissing en echtgenoot Jean Baptiste Sourches de Beauregard kopen in 1698 de Leeuwenkamp in Kilder maar dan hebben ze al acht kinderen katholiek laten dopen in Emmerik.

Gerardus Wissink die in 1823 in Bergh trouwt met Theodora Geurtzen komt uit de gemeente Gendringen. Maar zijn grootvader Lubbert Wissink woonde op de Linde in het Ambt Doetinchem. (Katholieken uit het Ambt Doetinchem gingen vanwege de godsdienstvrijheid in het Berghse Wijnbergen naar de kerk.) Ook de roots van de familie Wissink die vanuit Nieuw-Dijk in Vinkwijk neerstreek, liggen op de Linde.

Namen die op ing- en ink- eindigen zijn al vaker in deze rubriek besproken, bijvoorbeeld bij Ebbing. In het kort kan de betekenis veklaard worden als 'zoon van'. Bij Wissink betreft het volgens 'Ons Familieboek' de zoon van Wisse. Het Meertens Instituut zegt dat Wisse mogelijk van Wiso (Germaans wisu) afkomstig is. Wisu betekent 'goed' wat karakter betreft.

WINDVEER is de naam van een boerderij aan de Braamtseweg in Kilder. Ter gelegenheid van het 75 jaar bestaan van de parochie Sint Jan in Kilder kwam in 1961 een boekje uit waarin een naamsverklaring staat. (Samensteller van het boekje is Herman Hollander.)
De gebroeders Van Dillen waren volgens dat boekje het niet eens over de plaats waar hun huis moest worden gebouwd. Eén van hen kwam op het idee een kippenveer in de lucht te gooien en dan af te wachten waar deze door de wind zou worden heengeblazen. Op de plaats waar de veer terecht zou komen moest het huis worden gebouwd, hetgeen dan ook is geschied.

WILGENSTUK komt bij de toponymie in het boek 'Het Kerspel Beek in de Liemers' onder D 474 twee keer voor: Hoge Wilgenstuk en Leege Wilgenstuk. Leege is lèège (lage). De betekenis is: een grondstuk dat met wilgen is bepoot.

WIJDEVELD is een straat in Kilder die niet zo genoemd is vanwege een wijds uitzicht. Wijdeveld is de naam van een echte onderwijzersfamilie. In 1882 komt de familie in Beek en in 1893 wordt de vader hoofd van de school in Kilder. Ook de zonen en dochters worden leerkrachten. De kwartierstaat en levensloop van een dochter die religieuze is geworden, komen in de rubriek 'Geestelijk Erfgoed' in Old Ni-js van de Heemkundekring.

WIJNBERGEN heeft niets met druivenplukkers van doen. Professor De Vries gelooft dat het een fantasienaam is maar dat is niet waarschijnlijk. Een oude schrijfwijze voor Wijnbergen is Winborg. Eén van de vele notities die archivaris 'meester' Kremer heeft gemaakt, luidt: "Winne is het, vooral in het oosten van ons land, gebruikte woord, dat beantwoordt aan het Oud Hoogduits winne, winni en dat 'weide' betekent." Dit zou wel eens dichter bij de waarheid kunnen liggen zodat we uitkomen bij een burcht midden in de weilanden.

WAALSE WATER is tijdens het Rondje Braamt-Wijnbergen op deze site al ter sprake gekomen (met informatiebron).
De naam is eigenlijk dubbel-op want wael is een oud woord voor water. Op geologische kaarten kun je goed zien dat hier vroeger al een rivier heeft gestroomd en dat de hele omgeving blank stond bij hevige regenval. Deze rivier stroomde ook tussen Megchelen en Netterden door en zodoende zijn er behoorlijk wat verschillen in het dialect van die beide plaatsen.

X

XANDER is net als Sander een variant van de naam Alexander, een samenstelling van het Griekse aleksein (beschermen) en andros (man). Vooral in koningshuizen is de naam favoriet. Maar onze kroonprins zal waarschijnlijk zijn tweede voornaam laten vallen als hij Beatrix opvolgt en als Koning Willem IV gaan regeren. De bekendste Alexander in de geschiedenis is ongetwijfeld Alexander de Grote (356-323 voor Christus). Hij was koning van MacedoniÎ en leerling van Aristoteles. Hij maakte een veroveringstocht door Klein AziÎ, Egypte, PerziÎ en IndiÎ. Acht pausen kozen eveneens voor de naam Alexander.

XANTEN als familienaam komt bij de Volkstelling van 1947 niet voor in Bergh. 'Van Xanten' komt dan wel 31 keer voor in Gelderland, hoofdzakelijk in de Overbetuwe: Elst (13 keer), Valburg (16), Arnhem (1) en Nijmegen (1).
In 1752 trouwt in 's-Heerenberg Roelof Schuurman, weduwnaar van Margarit Bongers met Maria Anna van Xanten. Zij komt uit Gennep.
Door Mr. A.P. van Schilfgaarde is een overzicht gemaakt van het archief van Huis Bergh. In de regestenlijst van oorkonden komt Johannes van Xanten voor. Hij koopt in het jaar 1472 een kooltuin. De roots van de families Van Xanten liggen in de plaats Xanten. In de tijd van de Romeinen heette die plaats Castra Vetera (oude legerplaats).
Victor en metgezellen waren romeinse soldaten in het legioen van Thebe die vanwege hun geloof zijn doodgemarteld. In de crypte van de Dom zijn van twee martelaren de skeletten te zien. Daardoor werd de plaatsnaam Castra Vetera later Xanten (= ad sanctos: bij de heiligen). Op 7 juni organiseert de Heemkundekring voor de derde keer in haar bestaan een excursie met de boot naar hetzelfde Xanten.

Y

IJSBRAND is een jongere naam voor de oude germaanse naam Isbert. Een samenstelling uit isan (ijzer) en fridu (vrede). De betekenis is de vredebrenger door de ijzeren wapens. De naam komt in de Berghse historie nauwelijks voor. In 1699 trouwt in 's-Heerenberg ene Ysbrandus Simonis met Hendrina Robben. In 1729 is er een testament waarin het echtpaar ook genoemd wordt. De pastoor van 's-Heerenberg die in de Tweede Wereldoorlog omkwam in Dachau, is Johannes Ysbrands Galama, afkomstig uit het Friese Blauwhuis. Ysbrands is niet de tweede doopnaam maar de patroniem van zijn vader. Dat wil zeggen dat Johannes (Jan) een zoon is van Ysbrand Galama. Net zoals men in de omgeving van bijvoorbeeld Winterswijk heden ten dage in de wandelgangen nog iemand met de boerderijnaam aanduidt, is het ook nu nog gebruik in Friesland om de voornaam van de vader er bij te zetten.

IJZERMANS komt bij de volkstelling van 1947 vijftien keer voor in Gelderland, waarvan drie keer in Bergh.
IJzermans (Yzermans) is een tweede naamvalsvorm van IJzerman die H.D. Tjeenk Willink in 1885 indeelt bij de groep 'Hedendaagsche geslachtsnamen, op man uitgaande, en aan het eene of andere bedrijf of handel ontleend'. Het Meertens Instituut omschrijft dat als smid of ijzerhandelaar (ijzerkoper). Ook geeft het Meertens Instituut een woonplaatsaanduiding als mogelijkheid: aan de rivier de IJzer in BelgiÎ. IJzermans die naar Bergh kwam, woonde halverwege BelgiÎ. Hij was hier ÈÈn van de eerste evacuÈ's in de Tweede Wereldoorlog. Hij trouwde met Marie van de Peer (grenscafÈ).
IJzerman zonder s komt in 1947 niet voor in Bergh maar in de rest van Gelderland wel: 224 keer.

IJSSELZICHT is de naam van een huis in Wijnbergen met uitzicht op de Oude IJssel (sinds 1984 gemeente Doetinchem). Bewoners waren de gebroeders Pelgrum die veel geld schonken voor de renovatie van de St. Martinuskerk in 1910. Hun patroonheiligen zijn afgebeeld in de glas-in-lood ramen. (Pelgrum is een andere familie dan Pelgrim op de Panoven in Wijnbergen.)

IJSSEL is op z'n Berghs Iessel en daarmee wordt dan vaak de Oude IJssel bedoeld. "Meester" Hondtong van de Sint-Josephschool in Azewijn heeft het bijvoorbeeld in zijn gestencild geschrift "Heemkunde" in hoofdstuk 48 (Een tochtje door onze omgeving) over de sluis in de IJssel als Doetinchem en Gaanderen worden bezocht.
De IJssel tussen Westervoort en Doesburg is gegraven en dat is waarschijnlijk gebeurd in opdracht van de Romeinse veldheer Drusus. Daardoor kreeg het gedeelte vanaf de grens tot aan Doesburg het bijvoeglijk naamwoord 'oude'. (Overigens worden de bronnen op de Eltenberg ten onrechte Drususbronnen genoemd omdat die er pas in de tijd van graaf Wichman zijn gekomen.)
Ter gelegenheid van zijn honderdjarig bestaan in 1980 gaf het Waterschap van de Oude IJssel een boek uit waarin ook oude schrijfwijzen van de Oude IJssel genoemd worden: Hisla (in het jaar 797), Isla (850), Ysola (973) en Isula (997). "Hierin ligt het woordje 'is' verborgen, dat 'snelstromen' betekent. We zouden hier dus aan een germaanse benaming voor een snel vlietend stroompje kunnen denken en dan is het begin bij boer Hoffjan in ieder geval hoopvol."
Bij boer Hoffjan, in de buurtschap Gr¸tlohn tussen Raesfeld en Borken, kon men vroeger de bron nog zien waar de Oude IJssel begint. In Duitsland heet de Oude IJssel nog steeds Issel. (Genoemd boek van het Waterschap is aanwezig in de bibliotheek van de Heemkundekring Bergh.)
Tot 1966 had de gemeente Bergh aan beide kanten van de rivier grondgebied, maar in dat jaar ging het Harreveld naar de gemeente Doetinchem. Tegenwoordig ligt nog maar een klein stukje van de gemeente Montferland aan de Oude IJssel, namelijk tussen het Waalse Water bij de Kemnade en de autoweg A18.

Z

ZENO is de naam van een Oudgriekse stoïcijnse wijsgeer. De herkomst is Zenobius en dat betekent de levenskrachtige.
Deze voornaam komt weinig voor in Bergh. Zeno Elshof is raadslid van 1919 tot 1923. Hij is geboren in Brummen. Ook Zeno Deurvorst die veel foto's van het dagelijks leven in Azewijn maakte, nadat hij er de Stille Reef had gekocht, is niet uit Bergh afkomstig maar uit Ulft. Hij is genoemd naar zijn grootvader van moederskant Zeno de Both. Voorouders De Both komen ter sprake bij de Lügenbaron Von Munchhausen (Varia).

ZWEEKHORST komt bij de volkstelling in 1947 negen keer voor in Bergh, één keer in Zevenaar en 78 keer in de rest van Gelderland. Er zijn verschillende stammen Zweekhorst in Gelderland die niet aan elkaar verwant zijn.
Zweekhorst komt ook voor in de veilings-catalogus als de Kemnade te Wijnbergen in 1860 wordt verkocht.
In 1417 is er een Erven Sweechorst bij Zevenaar. Sweeck is volgens Hekket in Oost-Nederlandse familienamen afkomstig van 'swek' of 'sweg', in het oudsaksisch 'swega' (kudde). Dit woord was verwant met oudhoogduits 'sweiga' en oudnoors sveigr (buigzame takken). Horst betekent beboste opduiking in moerassig terrein.
De familie heeft de naam dus te danken aan het huis bij of in de weide die was omheind met buigzame takken.

ZONNEKROEK komt in Lengel voor als een huis, straatnaam en bouwland 'op' het bos. In de verpondingen lezen we afwisselend Zonnekruik, Sonnekroich, Sonnekruick. En bij de verpachtingen van het Gasthuis Sint Gertrudis is de naam als Zonnekruik geschreven.
In het Archief van Huis Bergh wordt op 2 januari 1468 de Sonnenkroich genoemd in een schenking aan de kerk van 's-Heerenberg.
Een woord in het Middelnederlandsch Handwoordenboek dat op kroich lijkt, is crocht en dat is hoge zandgrond.

ZINDERBERG is een weg in Kilder richting molen De Rembrandt tussem Bartje (Bouman) en de smid. Daarom werd hij vroeger ook wel eens Smidsstraat genoemd. Bartje staat op deze site bij het Rondje Bergh (fietstocht) omdat er ooit een bierhuis was gevestigd. Zinders zijn ijzerslakken. Nol Tinneveld, onderwijzer in Didam, heeft in de zomer van 1953 onderzoek naar ijzerslakken gedaan achter het huis van Bouman. In het boek '100 Jaar Sint Jan Kilder' is een hoofdstuk gewijd aan de ijzersmelterij en ontginning bij de Zinderberg.

ZONDERKOLK komt voor in het Sonderbosch bij Beek. J.G. Vos schrijft er over in 'Achter Rijn en IJssel' (blz. 138): "De Zonderkolk is een diepe inzinking in het terrein en de kolk is nu (1957) geheel begroeid met donkere sparren. Onderin is de bodem nog wat vochtig en als men de vinger in de bosgrond steekt, loopt het kuiltje langzaam vol water. In regentijd staat er zelfs nog wel eens een beetje water. Eens heeft die kuil tot aan de rand toe vol water gestaan, zelfs zo vol dat het water over de weg heen liep. Men zegt dat de kolk is leeggestroomd, toen er aan de Beekse tol een put werd geboord en men een leembank moest stukbreken. Het grondwater nam daarna een andere weg." Er schijnt een Uilensage in de omgeving af te spelen maar het preciese verhaal is niet bekend. De Zonderkolk heeft de naam te danken aan het Sonderbos, voor privégebruik uit de gemeente afgezonderd bos. In het boek Het Kerspel Beek in de Liemers wordt de vergelijking gemaakt met het Duitse Sonderstellung (uitzonderingsposite).

ZEDDAM komt omstreeks 1140 voor als Sydehem, Volgens wijlen Toon van Dalen uit te spreken als side-hem (lage woonplaats). Er was ook een 'hoge woonplaats': Montferland (Uplade).
Sommige eerdere schrijvers vermoedden een afleiding van 'terzijde', naast de heuvel dus. De vreemdste veronderstellingen zijn trouwens gedaan. Zo las een redacteur van Old Ni-js zelfs eens de verklaring dat Sydehem ontstaan was uit 'zie-de-hem', (ziet u hem?) wat reizigers tegen elkaar zeiden als ze in de verte de hoge torenspits van het dorp meenden te zien.... Sydehem is vernederlandst tot Zeddam naar analogie van andere -dam-namen. De nadruk moet bij juiste uitspraak dan ook nog altijd liggen op Zéd en niet op -dam, zoals je vaak hoort. Vroeger werd 'Zéddum' gezegd.
Het deel 'hem' in Sydehem is vergelijkbaar met Diedehem (Didam), Stockhem (Stokkum), Wereheim (Warm) en Zelhem. Heim of hem is 'woonplaats'.


© 2007-2008 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl