|
|
|
Toespraak van John Thoben ter gelegenheid van de uitreiking van de Monumentenprijs 2006 aan de pastorie van de St. Mattheusparochie van Azewijn. Open Monumentendag 9 september 2006 In onze Heemkundekring Bergh leefde al jaren de gedachte aan een jaarlijkse Monumentenprijs zoals die ook bij de Oudheidkundige Vereniging gemeente Gendringen al vele jaren bestaat. Ieder jaar wordt daar bekeken wie het voorbeeldigst en zorgvuldigst met zijn monument omgaat, wie zijn monument met liefde en toewijding onderhoudt, wie zich inspant en er veel voor over heeft om zijn monument gaaf aan het nageslacht door te geven. Het zal u bekend zijn dat de voormalige gemeente Bergh inzake het monumentenbeleid absoluut geen voortrekkerspositie heeft ingenomen. Integendeel: zij hobbelde mee in de achterhoede. Pas in 1996 kwam er hier een Monumentencommissie. De voormalige gemeente Didam die na de vereniging met Bergh samen de gemeente Montferland is geworden, had die al vijf jaar eerder, in 1991. Toen nagenoeg alle gemeenten van Gelderland al zon commissie in het leven hadden geroepen, deed Bergh eindelijk ook mee. En niet omdat de vroede vaderen doordrongen waren van het ideaal dat zij hun cultureel erfgoed ongeschonden aan het nageslacht moesten doorgeven. Nee, zij keken met argusogen naar de subsidiepot: er was bij Monumentenzorg geld te halen. Dat was in 1996 toen onze Heemkundekring het gevecht aanspande voor het behoud van de al jaren leegstaande openbare school van s-Heerenberg. Die was al ten dode opgeschreven, want hij was toegezegd aan een projectontwikkelaar die geen sikkepitje gevoel had voor cultuurbehoud. De school dreigde ten offer te vallen aan zijn revolutionaire en rigoureuze opruimings- en vernieuwingsplannen. Wij richtten de Stichting Schoolmuseum op die zich tot ideaal stelde de school aan de Oudstepoort te behouden en er een dependance van het schoolmuseum in Rotterdam van te maken. Dat schoolmuseum ging weliswaar niet door, maar wij bereikten wel dat de school bleef staan. De gemeente bedacht te elfder ure dat je er mooi de Openbare Bibliotheek van het Stadsplein in onder kon brengen en riep als de wiedeweerga een Monumentencommissie in het leven. Die actie kwam niet voort uit idealisme of cultuurbesef, maar omdat die verhuizing groot financiëel voordeel zou brengen. De gemeente behoefde het immense bedrag aan huur voor de bibliotheek op de oude locatie niet meer te betalen (ik heb destijds een bedrag van ongeveer 100.000 gulden per jaar horen noemen) en zij kon profiteren van de subsidiepot van Monumentenzorg. Sinds 1996 heeft Bergh dus een Monumentencommissie, waarvan ik de eer had deel uit te maken namens de Heemkundekring Bergh. Voorzitters waren achtereenvolgens Wim Davelaar en, bij zijn vertrek naar Olst, Gijs van Elk. Mijn medeleden waren Tako Hermans, Toin Jansen, Theo Schenning en Diane Visser. Er is veel werk verzet om te komen tot een Gemeentelijke Monumentenlijst, maar wat belangrijker is: men kan gerust stellen dat onze club erin is geslaagd bij onze vertegenwoordigers in de Raad een eerste aanzet tot bewustzijn van en belangstelling voor ons Berghse culturele erfgoed te wekken. Er werd op den duur tenminste naar ons geluisterd. En daarmee kon de nieuwe Monumentencommissie van de nieuwe gemeente Montferland een goede start maken. Het is een zeer gunstig voorteken dat eerst de Oudheidkundige Vereniging Didam en vervolgens de Gemeente Montferland met ons voorstel tot het instellen van een Monumentenprijs zijn meegegaan. Het is een samenwerking die tot grote vreugde stemt. En die veelbelovend is voor de toekomst. En nu hebben wij in 2006 eindelijk onze eerste Monumentenprijs. De Oudheidkundige Vereniging Didam en de Heemkundekring Bergh hebben ieder drie monumenten genomineerd. Uit deze zes is de pastorie van Azewijn gekozen, omdat zij het best aansluit bij de maatstaven die wij voor een Monumentenprijs moeten stellen. Het is een gebouw met een lange historie, waarvan het oorspronkelijke karakter goed is bewaard en dat door de zorg, de offers en de toewijding van de eigenaars en hun medewerkers in een uitstekende staat verkeert. Bij die lange historie wil ik even stilstaan. U kunt dat verwachten van iemand die zijn hart aan de historie heeft verpand. Ik behoef hierover echter niet breed uit te weiden, want u hebt het kloeke boek Azem, van t Hof tot heden, waarin u nagenoeg alles kunt vinden. En de mensen die Old Ni-js nr 49 - het Azewijnnummer van 2001 van onze Heemkundekring- gelezen hebben, kennen nog meer interessante details. Wij doorlopen die geschiedenis dus nu met zevenmijlslaarzen. Op 18 januari 1370 werd aan de Marssestraat de Azewijnse Kapel gesticht, toegewijd aan Sint-Antonius Abt alias van het Varken. Merkwaardig is dat 1370 het jaar is waarin praktisch in elk dorp in onze streek waar geen kerk stond, een kapel werd gesticht: de Sint-Joriskapel in Braamt en de Sint-Joriskapel in Terborg en in Hüthum, de Sint-Elisabethkapel in Lengel, de Sint Annakapel in Wijnbergen, de Antoniuskapel in Azewijn en de Antoniuskapel in Vrasselt onder Emmerik enzovoort. Het blijkt dat de plaatselijke buurschapsorganisaties, de gilden, in dat jaar 1370 hun patroonheiligen en de daarbij behorende kapel kregen. Die kapellen waren dus eigenlijk gildekapellen. Zij bleven in gebruik, totdat rond 1590 de Reformatie werd ingevoerd. Het protestantisme werd in ons land staatsgodsdienst en de uitoefening van het katholicisme werd op strenge straffen verboden, omdat werd verondersteld dat het staatsgevaarlijk was. De Spaanse vijand was immers ook katholiek. Ik kan niet aan de indruk ontkomen dat de protestantse predikanten deze situatie hebben uitgebuit ten koste van de katholieken. De kapellen werden niet meer gebruikt en raakten in verval, ook de Antoniuskapel van Azewijn. De Franse tijd onder Napoleon bracht in 1795 Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, ook vrijheid van godsdienst. Voorlopig kerkten de mensen van Azewijn nog te Zeddam in de oude Sint-Oswalduskerk die de katholieken in 1810 weer in gebruik konden nemen. Dat duurde totdat hun eigen kerk op 21 september 1819 kon worden gewijd. Het was het feest van de heilige Mattheus aan wie de nieuwe kerk werd toegewijd. De mensen waren klaarblijkelijk hun middeleeuwse patroonheilige, de heilige Antonius van het Varken, vergeten! De eerste Azewijnse kerk werd vanuit Zeddam bediend. Interessant is in het archief te lezen dat de nieuwe kerk met tweedehands stenen wordt gebouwd, die worden aangekocht in Emmerik. En als de Azummers vergunning vragen om een muur van de ruïne van de middeleeuwse Sint-Antoniuskapel te mogen afbreken, wil de Schout eerst ruggespraak houden, of die muur niet als monument moet blijven staan. - Wat denkt u daarvan! Dat is toch Monumentenzorg door de overheid avant la lettre! In 1819 al! In 1853 wordt in ons land de bisschoppelijke hiërarchie hersteld, d.w.z. de katholieken krijgen opnieuw bisschoppen, die sedert 1590 - d.i. ruim 260 jaar lang - officiëel waren verboden. De eerste bisschop na de Reformatie wordt Johannes Zwijsen. Onder zijn bewind begint het katholicisme aan een enorme ontwikkeling, die na jaren uitmondt in het Rijke Roomse Leven dat in mijn jeugd, vóór de Tweede Wereldoorlog en ook daarna nog , glorierijke hoogtepunten beleefde. De ouderen onder u zullen zich dat getwijfeld herinneren. Aan de lopende band werden parochies gesticht en kerken gebouwd. Ook Azewijn werd tot zelfstandige parochie verheven en Hendrik Meurs werd de eerste pastoor. Ja, en toen had Azewijn een probleem: die pastoor moest natuurlijk een huis hebben. En niet zon kneuterig huisje als waarin de meeste Azummers woonden, maar een royaal vlot huis waarin zelfs een baron zich heerlijk kon voelen. Want een soort baron was toch mijnheer pastoor in die tijd van het oprukkende katholicisme. Maar zon huis kost geld, veel geld! Hoe los je dat op? Eerst maakte de befaamde Azewijnse architect Arnold te Wiel een begroting: hij had in de streek al meer pastorieën gebouwd: in Netterden en in s-Heerenberg bijvoorbeeld. Zijn becijfering kwam uit op 6295,00. - Langs de huizen in Azewijn werd een collecte gehouden voor de pastorie en die bracht circa 1500,00 op. Namens het kerkbestuur schreven Jacobus Hoegen en Bernardus Beijer op 18 april 1867 een brief aan de Vorst van Hohenzollern, graaf van Bergh. Wat die precies heeft bijgedragen, weet ik niet, maar hij heeft zich vast - zoals altijd - van zijn beste kant laten zien. Om kort te gaan: het huis is er gekomen en op 10 oktober 1867 kon pastoor Hendrik Meurs het betrekken. Binnenkort, in oktober 2006, staat deze pastorie er precies 139 jaar. Tot besluit wil ik even stilstaan bij de architecten die deze pastorie hebben gebouwd. Arnold te Wiel was in 1790 in Megchelen geboren en hij trouwde in 1817 een Azewijns meisje: Maria van Uum. Zijn beroep was timmerman, maar dat hield meer in dan zagen, timmeren en spijkeren: een knappe timmerman kon ook huizen ontwerpen en timmeren, d.i. bouwen. En Arnold was zon knappe timmerman. Zijn faam verspreidde zich snel, in het Berghse en daarbuiten. Hem werd het timmer- en onderhoudswerk toevertrouwd van Huis Bergh, van de gemeente Bergh en van het Gasthuis van s-Heerenberg. Zijn zoon, ook Arnoldus te Wiel, trad in het voetspoor van zijn vader en werd ook timmerman en bouwkundige. Toen vader Te Wiel in 1871 stierf, liep zijn bedrijf dus geruisloos door. Hetzelfde gebeurde in 1898 toen Arnold junior hemelde, want toen stond zoon Bernard te Wiel klaar om het bedrijf over te nemen. Deze laatste stierf ongehuwd in 1951. Een heel kleine bloemlezing laat zien dat die Te Wiels niet de eersten de besten waren. - In 1853 wordt een nieuwe r.k. kerk gebouwd in Tergun. Zij is de voorloper van de huidige kerk van Gaanderen. - In 1855 bouwt Te Wiel de r.k. pastorie van s-Heerenberg, die thans nog deel uitmaakt van het gemeentehuis op de hoek van Hofstraat en s-Gravenwal. - In hetzelfde jaar de r.k. kerk van Megchelen, opvolger van de Waterstaatskerk van 1818 en voorganger van de huidige Sint-Martinuskerk van 1938. - In 1864 wordt de etage van de grote schuur van Huis Bergh verbouwd tot vergaderzaal die verhuurd kan worden tot het houden van volksvermaken en herenbijeenkomsten of sociëteit. Zo lees ik in het Archief Te Wiel. - In 1866 verrijst de r.k. kerk van Vragender. - In 1888 de r.k. pastorie van Zeddam. - In 1895 tenslotte de Marechausseekazerne in s-Heerenberg. Voor het behoud van dit monument heeft Gijs van Elk van de Wonigbouwvereniging Bergh in de jaren 1989 tot 1993 een verbitterde strijd gevoerd tegen de gemeente die al had besloten het gebouw te slopen. Let wel: Er bestond toen nog geen Monumentencommissie: die is pas in 1996 opgericht. In totaal zijn er 52 belangrijke karweien van de Ter Wielen bekend. Inderdaad: zij waren niet zomaar de eerste de beste timmerlieden! Zij waren bouwers van formaat! Om terug te keren tot de pastorie: Te Wiel heeft hier een degelijk gebouw neergezet dat het al 139 jaar heeft volgehouden. En dat het nog wel 139 jaar volhoudt en langer, als het met liefde wordt gekoesterd en deskundig wordt onderhouden; Ik wens de parochie Azewijn geluk met deze uitverkiezing voor de Monumentenprijs en wens de werkers voor dit bijzondere bezit een blijde toekomst. John Thoben 2006 |
|
|
© 2006 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl |