In 1340 wordt voor de eerste keer in een leenakte van Huis Bergh de naam "Killer" genoemd voor een nederzetting. Tot rond 1850 is het gebied dat nu de dorpskern vormt nog onbewoond. Rondom dit gebied lagen uiteenliggende grote (ontginnings-)boerderijen waardoor het gebied gelijdelijk in cultuur is gebracht. Deze behoorden aan heren, kloosters of burgers elders.
Pas na 1800 werd het aantal woningen sterk vermeerderd, doordat mensen van elders op overgebleven stukken heide hun huizen bouwden. De laatste heide lag ten oosten van de huidige Julianaboom en sloot aan op de Braamtse heide. Na 1800 kwamen er de eerste huizen langs de boskant. In 1830 telde Kilder al 30 woningen. Tussen 1851 en 1860 nam het aantal woningen toe van 77 tot ongeveer 90. Een snelle groei.

Luchtfoto van Kilder omstreeks het jaar 1963.