|
HET BELANG VAN DOOPGETUIGEN
Sinds de invoering van de Burgelijke Stand in 1811 worden in trouwacten de ouders genoemd. Voor die tijd is stamboomonderzoek vaak minder gemakkelijk. Het is daarom aan te bevelen om complete gezinnen op papier te zetten met de doopgetuigen er bij. De doopgetuigen helpen vaak een genealogisch probleem oplossen. Een goede methode is om van de doopgetuigen paartjes te vormen en daar het huwelijk bij te zoeken. Doopgetuigen zijn meestal - vooral bij de eerste kinderen - familieleden. Misschien worden de ouders bij één of meerdere huwelijken wèl genoemd. Van bovenstaand gezin hebben we de doopgetuigen als voorbeeld aan elkaar gekoppeld; de paartjes zijn herkenbaar aan de haakjes < > achter de namen; man en vrouw hebben hetzelfde nummer. Hierdoor is goed te zien dat beiden vaak in één gezin als doopgetuige optreden. Meestal niet tegelijk, omdat het gebruikelijk is dat van zowel vaders- als moederskant iemand wordt uitgenodigd. Meestal zijn de grootouders het eerst aan de beurt om peter en meter te zijn. Grootvader Bernardus Heebink is geen doopgetuige want hij is al voor 1775 overleden (Bron: Schilfgaarde 1932, inv 3086). Bij het eerste kind is daarom de grootvader van moederkant peetoom en de grootmoeder van vaderskant peettante. Bij het tweede en derde kind zijn broers van de vader peetoom. Bij het vierde kind is een zus van de vader peettante. Enkele punten om in de gaten te houden: -een doopgetuige kan ook de stiefvader of stiefmoeder van één van de ouders zijn. Als het huwelijk laat plaats vindt, wordt wel eens gedacht met een zwager of schoonzuster van doen te hebben; -als doopgetuigen op 'herhaling' gaan en het kind ook weer dezelfde naam krijgt (of variant van het andere geslacht), betekent het meestal dat het vorige kind met die naam, intussen is overleden; -Hoewel een gezegde in Bergh (en omgeving?) luidt: 'wat gin eigen is wudt gin eigen', is het gebruikelijk om nieuwkomers in de familie (schoonzusters en zwagers) uit te nodigen om peter of meter te worden als blijk dat men geaccepteerd is. In bovenstaand gezin is Ernst Sluiter zo'n voorbeeld. De doopgetuigen: De meeste huwelijken van genoemde doopgetuigen zijn terug te vinden bij de dominee van Zeddam - die de wet vertegenwoordigde - en de pastoor van Wijnbergen. <01> Henderik Tiggelavond jm Wijnbergen tr 1755 Hendrina Bluemer jd geb Etten [IJsselhunten] (Leenakten Gelre en Zutphen: Hamwinkel, Wijnbergen) [grootouders] <02> Catrijn van Uem, jd Stokkum tr 1730 Berent Heebink, jm Bredenbroek [grootouders] <03> Gart Hebink jm Stokkum tr 1771 Johanna van Uem jd Stokkum [broer en schoonzuster] <04> Jan Hebink jm Stokkum tr 1773 Sibilla Wessels [broer en schoonzuster] <05> Ernestus Sluijter jm Wijnbergen tr 1784 Johanna Tiggelovend jd Wijnbergen [zwager en zuster] <06> Derk [=Theodorus] Ticheloven jm Wijnbergen tr 1787 Gesina Eijkelen [ook Evers genoemd] uit Didam, weduwe van Lucas Pierik [broer en schoonzuster] <07> Rabart [roepnaam Bart, ook genoteerd als Lambertus] Wessels jm Dornick tr 1787 Aeltje Hebink, jd Stokkum [zwager en zuster] <08> Jan Hendrik Veenhuijs [ook Veenis; als doopgetuige heeft pastoor 'Veelis' gehoord?] jm Wijnbergen tr 1787 Hendrikka Ticheloven, jd Wijnbergen [zwager en zuster] <09> Theodorus van Uum is de peetoom van de vader (zie doop Zeddam 11-11-1749) <10> Omdat Stephanus Hebing pas doopgetuige is bij het 9e kind, is hij waarschijnlijk niet de oudste broer van Derk, maar een neefje [zoon van <04> en gedoopt Zeddam/geb Stokkum 8-5-1774] <11> Margaretha Blumer [Bluijmer] is een nicht, dochter van Henricus Bluijmer en Derske Meijsen in Wijnbergen; zij trouwt 1801 met Henr Gasseling <12> Theodorus Blumer is ook een neef uit Wijnbergen en een broer van Margaretha <11>; hij trouwt 1) 1797 Hendrika Wieskamp uit Kilder en 2) 1818 Dorothea Hebing uit Anholt NB Twee broers Blumer trouwen met twee zusters Wiskamp <13> Joanna [Jenneke] Smeekers jd Gendringen tr 1782 Wessel van Uem jm Stokkum [een achterneef, geb 1752] Van al deze echtparen zijn ook weer gezinsbladen gemaakt en daar komen over en weer steeds dezelfde personen als doopgetuige voor. Partners van de kinderen: -Bernardus tr 1798 Cunera Gudden (Stokkum; nageslacht onder andere in 'Kerspel Beek in de Liemers' blz 1073 ev) -Anna tr 1802 Peter Bosman (Kilder) -Stephanus tr 1814 Maria Wigman (geb 1789 Didam) -Catharina tr 1813 Joh Petr Busch (kwartierstaat religieuzen Coenders) -Hendrina tr (1) 1808 Bernardus van Dillen, tr (2) 1829 Joannes Resing (kwartierstaat twee religieuzen: Van Dillen en Tomassen) -Gerarda tr 1811 Derk Winterink (Ons Familieboek & Brouwers-Burgers-Buitenlui) -Aleida tr 1818 Gerardus Weijers (bode van het plaatselijk bestuur van Zeddam) -Henricus tr 1813 Maria Wichman (geb 1785 Wehl) In die tijd ging men op het gehoor af; dezelde personen kunnen daarom op verschillende manieren geschreven worden. Voorbeelden uit bovenstaande namen: -Hebing = Heebing = Hebink = Heebink -Ticheloven = Tiggeloven = Tichelavont -van Uum = van Uhm = van Uem -Bleumer = Bluemer = Blumer = Bluijmer = Bloemer = Blömer -Wieskamp = Wiskamp -Sluiter = Sluijter = Slutter = Schluter -Veenhuis = Veenhuijs = Veenes = Venes = Veenis = Venis Gegevens zijn afkomstig van de Stichting voor Genealogie en Geschiedenis tussen Rijn en IJssel: www.rijn-ijssel.myweb.nl Deze stichting verzorgt ook de kwartierstaten van de religieuzen in Old Ni-js. <- Terug naar index genealogie
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||