BETEKENIS BERGHSE FAMILIENAMEN

Maak uw keuze:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X IJ Z

--A--

Aaldering - Aalderink
De uitgang "ing" of "ink" had oorspronkelijk de betekenis "behorende bij", en dat kon zowel betekenen "zoon van" als "bewoner van".
Op den duur ontwikkelden "ing/ink"namen zich tot boerderijnamen en we [B.J. Hekket] kunnen veilig stellen dat allen die een familienaam op "ing/ink" hebben, afstammen van bewoners van een erve.
Een oude vermelding voor Aaldering was in 1475 Alarding. Alard is afkomstig van "athal-hard", germaans voor: edel-sterk.
Bron: Deutekomse familienamen op ing of ink. Een samenvatting van een lezing door B.J. Hekket gehouden in Doetinchem voor de Oudheidkundige Vereniging Deutekom, gepubliceerd in Kronijck van Deutekom, februari 1980.

Ageling - Agelink
Onderzoek door de Stichting voor Genealogie en Geschiedenis tussen Rijn en IJssel heeft uitgewezen dat diverse Berghse families Ageling/Agelink afstammen van Eugelink (zie aldaar). B.J. Hekket geeft voor Agelink een aparte naamsverklaring (die dus niet opgaat voor één of meerdere Berghse stammen Ageling/k).
De uitgang "ing of "ink": zie Aaldering.
Agilo, van "agil": scherp.
Bron: Kronijck van Deutekom, februari 1980.
^ Terug naar Boven

--B--

Baakman
Uitgang 'man': zie Beekman.
Het Middelnederlandsch Handwoordenboek vermeldt bij Baec 'zie bake'. Bake is onder andere een hagelkruis. Naamdrager kan dus bij een hagelkruis gewoond hebben.

Banning - Bannink
De uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
Banno, van "bana": doden.
Bron: Kronijck van Deutekom, februari 1980.

Beekman
Overgenomen - in oude spelling - uit 'De Nederlandsche Geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis' door Johan Winkler (een uitgave van Regio Boek, Neerijen). Blz 293-294. Hoofdstuk 107 "Algemeene Aardrijkskundige geslachtsnamen op 'man' uitgaande.":
Er is nog een kleine groep van maagschapsnamen, die eveneens tot de namen van algemeenen aardrijkskundigen aard moeten worden gerekend. Velen daarvan zijn reeds, verstrooid onder de reeds behandelde groepen, in dit werk ter loops vermeld.
Deze namen gaan op 'man' uit, of, in patronymikale form, op 'mans'. Een man die by eene brug of by eene sluis, aan of op eenen dijk, in een bosch, op eenen heuvel of berg woonde, kreeg al licht, naar die byzondere woonplaats, den bynaam van Bruggeman, Sluisman, Dijkman, Boschman, Heuvelman, Bergman, enz. En deze toenamen, aan de woonplaats, in aardrijkskundigen zin ontleend, zijn veelvuldig tot vaste geslachtsnamen geworden, en als zoodanig tot op onze dagen eigen gebleven aan de afstammelingen van de mannen, wien ze eerst gegeven waren. Als voorbeelden van zulke geslachtsnamen noemen wy Beekman met Beeckman, Beekmans en Beeckmans, Bergman met Berghman, Bergmans, Berchmans, en misschien door eene in de nederlandsche gouspraken zeer gewone verwisseling van 'er' met 'ar', Bargman en van g of gh met ch, Barchmans. Verder Brinkman, Brinckman <noot>, enz. Heiman kan als eene samentrekkking van Heideman en Heidtman gelden. Waar deze naam echter, ook als Heyman, Heimans en Heymans, zelfs in wanspelling als Hijman, aan israëlitische geslachten eigen is, daar houd ik hem voor den mansvoornaam Heiman, die by de nederlandsche Joden, alz zoodanig, in gebruik is. Nevens Boschman en Woltman behoort ook Loman, dat ook als Looman, Lomans, enz en zeer veelvuldig ook in half of heel hoogduitschen form als Lomann, Lohman, Lohmann voorkomt, vermeld worden. Immers beteekent het oud-germaansche woord loo, loh leag, waarmede zoo vele plaatsnamen samengesteld zijn, oorspronkelijk eikenbosch. Van daar ook Lomeyer en Lomuller, dat is: de boer en de molenaar die by het eikenbosch wonen. En naast Straatman en Straetman met Straatmans en Straetmans meen ik nog Strootman te moeten vermelden, als een byform van dezen naam, die in eene byzondere (saksische) uitspraak zyne oorzaak vindt. Zoo komt ook in de nederduitschen gouen langs onze grenzen, te Bentheim, de geslachtsnaam 'In der Stroth' (in de straat, in der Strasse) voor. En in onze geldersch-saksische gouen zijn de geslachtsnamen Te Strote en Ter Stroot inheemsch. De maagschapsnaam Enkelstroth behoort ongetwyfeld ook tot deze byzondere straatnamen. Enkelstroot, Enkelstraat, (in Friesland: Inkelde rige) zoo noemt men eene straat of eenen weg die slechts langs den eenen kant met huizen bezet is.
Hoogduitsche formen, soms ook weer half verdietscht, van al deze 'man'-namen komen ook zeer veelvuldig in de Nederlanden voor; b.v. Brinkmann en Brinckman, Mohrman, Mohrmann, Waldman en Waltman, enz.
Eenigen van de bovenvermelde namen, als Bruggeman, Zijlman, Sluisman, Poortman, kunnen ook even zeer als beroepsnamen worden geduid en dus bij betreffend hoofdstuk [beroepen] worden gevoegd.
<noot> Brugman, Bruggeman, Brugmans en Bruggemans, Daalman, Dijkman en Dijkmans, Duinman, Geestman en Gastmans. Geest en gast zijn benamingen van hooge zandgronden, in tegenstelling met marsch, maarsch, meersch, dat lage kleigrond, aan zee of rivier gelegen, beteekent; vandaar Marschman, Maarsman, Meerseman, Mersmans, De Meersseman (echter kan Marsman enz ook marskramer beteekenen). Verder Heideman, Heuvelman en Heuvelmans, Kolkman, Moerman, Moorman, Poelman, Plasman, Poortman, Slootmans, Polderman, Sluisman en Zijlman met Zijlmans (sluis en zijl is hetzelfde), Straatman en Stegeman, Veldman met Veltman, Feldman en Feltman, Veenman en Veenemans, Wegman, Weideman en Weydeman (Weiman en Weyman kan hiervan eene samentrekking zijn, maar ook evenzeer jager beteekenen), Woldman en Woltman (in onze saksische gouspraken staat 'wold' voor 't algemeen-nederlandsche 'woud' = bosch), Sandman, enz.

Beijer
Een familie Beijer (niet alle) kan afkomstig zijn van het Beijersstedeken in Sinderen (gemeente Wisch).
In het Middelnederlandsch Handwoordenboek (ISBN 90 247 07137) staat: Beyer zie Beyaert.
Beyaert: roodbruin paard, vos.

Bekking - Bekkink
Uitgang "ing" of "Ink": zie Aaldering.
In 1360 is er een vermelding ter Beke, = aan een beek gelegen.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980

Benning - Bennink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1422 wordt genoemd Bennekinck. Benniko, van "bern", beer.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Berends - Berendsen - Berentsen - Berndsen - Berndzen - Berns - Berntsen - Berntzen
Een vorm van Bernhard: een tweestammige germaanse naam met ongeveer de betekenis 'sterk, dapper als een beer'. Bern = beer; hard = sterk, stevig, dapper.
Bron: Het Namenboek. De herkomst van onze voornamen en de hiervan afgeleide achternamen (door A.N.W. van der Plank; druk: Romen, Bussum).

Bernards
Een 's-Heerenbergse familie Bernards stamt af van de Limburgse familie Pennards. In de burgerlijke stand van Bergh zijn broers verschillend vermeld: Bernards en Pennards. Via een voormoeder (Kunkels) stamt de familie af van een Bokkenrijdersgeslacht (bron: een genealogisch tijdschrift in Limburg). De meeste families Bernards [hoofdzakelijk buiten Bergh] stammen af van een persoon met de voornaam Bernard (dezelfde betekenis als bij Berendsen)

Bongers
Naam is ontleend aan een beroep: bonge = tamboer
Bron: Ons Familieboek blz 15

Boschman - Bosman
zie verklaring bij de familienaam Beekman

Bouman
Bouman is een oude naam voor boer/landbouwer. Zie bijvoorbeeld Ons Familieboek blz 96 kwartier nr 10: Joannes Ticheloven, 'Den Bouman van 't Gasthuys Tiggelovend' in Dichteren.

Bruggeman - Brugman
zie verklaring bij de familienaam Beekman
^ Terug naar Boven

--C--

Cassander
Tot 1700 wordt de familie Cassander in Bergh steeds Cassant genoemd, daarna consequent Cassander. Bij het huwelijk van Wilhelmus Cassant in 1676 staat aangetekend dat hij een 'Gallus' is, d.i. een Galliër = een Fransman. John Thoben zocht naar de herkomst in het archief van Huis Bergh ten behoeve van de kwartierstaten in Ons Familieboek (oa Alwijn Gudde stamt van Cassander af). Hij kwam er achter dat de familie afkomstig is uit de parochie Dannat [tegenwoordig Denat], buurschap Cassan waar het Chateau de Cassan is gelegen. In de omgeving van Denat komt de naam Cassant veelvuldig voor in het telefoonboek.
Zie ook Old Ni-js nummer 2 blz 27 (oktober 1983) bij kwartier nr 1034: een paspoort voor Wilhelmus Cassant (Guillaume Cassandre), vorster op de Padevoort, 'natif de Dannat, ville del archevechée d'Alby Province de Languedoc'.
^ Terug naar Boven

--D--

Dekker
De naam is ontleend aan een beroep = dakdekker
Bron: Ons Familieboek blz 15

Demming - Demmink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1399 wordt genoemd De damme, = bij een dam gelegen.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Dijkman
zie verklaring bij de familienaam Beekman.
Voor Bergh en omgeving is het van belang om te weten dat aan de "Oeverhof" (Ooievaarshof) in Huthum het dijkgraafschap van de Schockewerdt was verbonden. Bewoners van de "Oeverhof" heetten Dijkman (bron: archief Stichting voor Genealogie en Geschiedenis tussen Rijn & IJssel).

Donderwinkel
De familie Donderwinkel die in Wijnbergen woonde en vermeld staat in de lijst van de veepest in Old Ni-js nummer 16, is afkomstig uit Zelhem.
In Zieuwent is een boerderij met de naam Donderwinkel.
Op het gezinsblad van Albert Gerritsen (1725) in Lathum (Streekarchivariaat Doesburg & Liemers) is sprake van wijlen Gerrit Alberts op Donderwinkel onder Baak.
Het Middelnederlandsch handwoordenboek door J. Verdan geeft als verklaring voor Winkel onder andere: hoek, punt, afgelegen plek, schuilhoek. [Ook win in Winborch - een oude schrijfwijze voor Wijnbergen - zou de betekenis van hoek hebben, dus een burcht in een (afgelegen) hoek].

Dreyer
De naam is ontleend aan een beroep; Dreyer = Drechsler = (hout)draaier
Bron: Ons familieboek blz 15
^ Terug naar Boven

--E--

Elshof
De 'els' vinden we o.a. in Elshof (Enschede, Doetinchem, Vorden). Behalve van de boomnaam kan ook de persoonsnaam Eli een rol spelen. De dialectnaam van de els is eller.
Bron: A.G. Koenderink: Inleiding tot de toponymie van het gebied tussen Overijselse Vecht en Oude IJssel (Bosbespers Oosterbeek 1979). Zie ook 'Oostnederlandse Familienamen' door Hekket.

Epping - Eppink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
Eppo van "aba": man.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Eugeling - Eugelink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1473 wordt genoemd Oegelinck. Ogilo van "augo": oog, of van "ogan": vrezen.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980
zie ook opmerking bij Ageling
^ Terug naar Boven

--F--
^ Terug naar Boven

--G--

Garben - Gerben - Gerbers
De herkomst van de Berghse familie Garben is niet bekend. De naam kan afkomstig zijn van de voornaam Gerben maar ook van het Duitse Gärber (leerlooier). De oudst bekende schrijfwijze is Garben (een doop in Wertherbruch). In de lijst van gildebroeders in Stokkum (1823) komt dezelfde persoon voor als Gerbers (betreffende lijst staat in 'Stokkum; Uit de historie van dorp en omgeving' door Wil Bronkhorst en Henk Harmsen (1973)).

Gilsing
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
Giltso van "geld": vergelding.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980

Godschalk
zie Gosseling

Gosseling - Gosselink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1332 wordt genoemd Gosschalking. Godschalk = god's knecht.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980
^ Terug naar Boven

--H--

Hajenius
Overgenomen uit 'Genealogie Hajenius', samengesteld door mevr. A.M.L. Hajenius (Bilthoven 1994): Alle thans in leven zijnde personen die de naam Hajenius dragen stammen af van Johannes Hajen, die op 23 oktober 1651 werd toegelaten tot het Gymnasium Illustre te Bremen. Zoals in die tijd aan de universiteit gebruikelijk was, werd zijn naam in Heidelberg (1656) gelatiniseerd tot Hajenius.

Hakvoort
In Middelnederlandsch Handwoordenboek staat bij Hake: zandplaat en bij Voort: doorwaadbare plaats.
Volgens Hekket is hak afgeleid van hank.

Hazenbrink
Familienaam is afgeleid van boerderijnaam Haesenbrinck onder Silvolde (bezit van Huis Bergh).

Heijman
zie verklaring bij de familienaam Beekman

Hekman
J.G. Vos schrijft in 'Achter Rijn en IJssel' (1957) blz 40: .... De landweren, en wel voornamelijk die welke uit territoriale overwegingen en uit marke-oogpunt waren aangelegd, hadden natuurlijk hier en daar een doorgang, soms door een slagboom of een draaihek afgesloten. Hier was toezicht aan verbonden en dit toezicht werd meestal opgedragen aan de bewoners van de meest nabij gelegen hoeve. Ook is het heel goed mogelijk dat juist bij deze doorgangen een boerderij gesticht werd. De bewoner moest 'oppassen' en deze functie gaf al gauw de naam aan de boerderij, nl 'Pasop'. Boerderijnamen als Pasop, Kiekoet, Hekman, Boomkamp, Veldboom enz vindt men overal in de Achterhoek. Boerderijnamen zijn vaak eigennamen geworden: Landweer, Beumer, Hekman, Hekjan ....

Hetterscheid
familie woonde op scheiding van de Hetter (streek over de grens bij Gendringen) zie Ons Familieboek blz 16

Hidding - Hiddink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering
Hiddo, van "hildi": strijd

Hilfering - Hilferink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1381 wordt genoemd Hilwerdinc.
Hilwerd, van "hildi" + "ward": bescherming.

Horsting - Horstink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
Horst is oorspronkelijk een hoogte in moerassig gebied. Hier drukt de uitgang het begrip "wonende bij" uit.

Hulkenberg
De Azewijnse familie Hulkenberg stamt eigenlijk af van Thijsen en heeft een verkeerde naam. Toch maar een naamsverklaring zoals deze voorkomt in 'De families Hulkenberg' door A.M. Hulkenberg (Lisse 1996):
'Wijlen de heer Carl Siebers, Volksschullehrer en amateur genealoog te Rees, deelde mij in 1950 mede, dat hij eens in een of ander archief - ik meen dat hij van Dusseldorp sprak - een schetsje had gevonden van een familiewapen, een marterachtig dier op een berg. Dat zou dan natuurlijki een ölk of ulk (een bunzing) moeten zijn. Een 'sprekend wapen' dus; leden der familie Hulkenberg werden wel ölken genoemd. Het P.J. Meertensinstituut te Amsterdam acht genoemde naamsverklaring echter niet zeer waarschijnlijk. Dr. J. Westermann meent in zijn boek Flur und Siedlungsnamen des Kreises Rees dat Hülkenberg 'kleine Sumpflache' zou betekenen, maar geeft daarbij geen enkele nadere toelichting........
Hulcke of Hülcke verwant aan het Nederduitse hölken (uithollen) zou inderdaad zoiets als uitholling, waterkuil enz kunnen betekenen'.
NB Door de Stichting voor Genealogie en Geschiedenis tussen Rijn en IJssel werd een afschrift gemaakt van charter in Archief Huis Bergh, inv 3095. Daar komt de naam Hulkenberg ook in voor omstreeks 1300 als 'huelckenbergh'.

Hunting - Huntink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
De familienaam komt voornamelijk in en om 's-Heerenberg en doetinchem voor, maar daar is een erve Huntink bij Hekket niet bekendvo, tenzij het 'die hoeff to Elderich (= Eldrik in de gemeente Hummelo & Keppel) geheiten Huntmansguet' is, vermeld in 1459. De familienaam Hunting komt ook in Engeland voor, voor het eerst opgetekend in 1095. Aan beide namen ligt een voornaam ten grondslag. Hunto in Engeland en Huntio in Westfalen, in 820 vermeld.
Hunto komt van "huntan"; jagen.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980 (bij grote uitzondering aangevuld met gegevens uit Oost Nederlandse familienamen).

--I--
^ Terug naar Boven

--J--

Joling - Jolink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1381 worden genoemd: Joling, Jaling. Jolo, Jalle komt van "galan": zingen, vergelijk 'gaal' in nachtegaal.
Bron: kronijck van Deutekom februari 1980.
^ Terug naar Boven

--K--

Kaalberg
plaatsnaam bij Kleef

Kersten
afgeleid van de voornaam Kersten (= Christiaan)

Klutman - Kluitman - Cluytmans
Overgenomen uit 'Genealogie Klutman en Ross, de herkomst van de houtzagersgeslachten Klutman en Ross uit Babberich en Oud-Zevenaar' door Frans. A.M. van Gorkum (Doetinchem 1994), blz 10:
Een eenduidige verklaring voor de familienaam Klu[i]tman (oorspronkelijk Cluytmans) laat zich niet onmiddellijk geven. Daargelaten het achtervoegsel man, dat waarschijnlijk een vervorming is van het oud-germaans woord mond of mund (=beschermer/bewaker), zijn verscheidene verklaringen te geven voor het woord "cluyt". De naam zou kunnen worden gerangschikt onder de groep familienamen, die een hoeveelheid of een verzameling aanduidt (bijvoorbeeld Brok, Paar, ten Hoopen. Denk aan "op een kluitje zitten", "de kluit belazeren" en gaan met de hele kluit").
De naam zou ook een patroniem kunnen zijn, ontstaan uit de oud-Germaanse naam Hlué (hij die beroemd is, waarvan men hoort spreken).
In de Liemers komt de familienaam als Kluitman en Klutman voor. De ui-naam bis waarschijnlijk de vernederlandsing van de in de taal van Midden-Limburg en Liemers als kluutman uit te spreken familienaam. De oorspronkelijk geschreven "y" achter de "u" wijst daarop. De "y" diende om de uu-klank aan te geven.
^ Terug naar Boven

--L--

Leuvering - Leuverink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1188 wordt genoemd Ludolvinck. Ludol komt van "liud": volk + wolf.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.
Ons Familieboek zegt: Ontleend aan een beroep; leuver = oog van touwwerk met hout of metaal versterkt.

Liefting - Lieftink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1245 wordt Livethinck genoemd. Lifad van "liof": lief + "hathu": strijd.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Limbeek
afkomstig van Duitse plaats Limbeck

Loeven
Veel personen in Bergh met de naam Loeven zijn een nakomeling van Loef Jansen (zie Kerspel Beek in de Liemers blz 1203). De naam is dus een patroniem. De latijnse namen die de pastoor voor Loef (en Lodewijk) gebruikt, zijn Ludolphus en Ludovicus. De germaanse naam is Chlod-wig = vermaard in de oorlog (zie Ons Familieboek blz 10 en 12 alsook 'vertalingen voornamen in het latijn' hierna bij de opmerkingen).

Luesink - Lusing
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1475 wordt Luetzing genoemd. Liutzo, van "liud"
Bron: Kronijck van Deutekom febrari 1980.
^ Terug naar Boven

--M--

Macrander
Arnoldt Langemann heeft zijn naam vertaald in het Grieks: Lange = Macro, Mann = anther
(Mededeling van dhr J. Dreyer, lid van de Heemkundekring).

Meier - Meijer
Afgeleid van een ambt (latijn major, frans maire) = oorspronkelijk beheerder van een grotere hoeve, die optad als opzichter en vertegenwoordiger van de heer, ook in het algemeen pachtboer.
Bron: Ons familieboek blz 15

Moorman
Moor = moeras, veen (zie verder bij Beekman)
^ Terug naar Boven

--N--
^ Terug naar Boven

--O--

Onna, van
Overgenomen uit 'De huwelijken van Gerrit van Onna' door Jan van Onna, Leende (blz 12-13):
B.J. Hekket schrijver van: Oostnederlandse Familienamen, geeft de voorkeur aan Unna [in Westfalen] omdat Onna bij Steenwijk te onbetekend zou zijn om je er naar te noemen.
De Achterhoek, Overijssel, Drente en Westfalen vormen één taalgebied, het oudsaksisch, nauw verwant aan het Angelsaksisch.
Hij zegt de naam Onna of Unna betekende 'slecht water', waarbij 'slecht' meer kan inhouden en niet letterlijk genomen moet worden.
Willy Timm, stadsarchivaris van Unna in westfalen, haalt twee germanisten aan die Unna verklaren als een oudsaksische samenstelling die zou betekenen: Siedlung fern des flieszenden Wasser.
^ Terug naar Boven

--P--

Pavert - Padevoort
Varianten, genoemd in Old Ni-js nummer 4 blz 22: van de(n), van de(r) Paadervoort, Paadevoort, Padefort, Padevoirde, Padenvoirde, Padervoort, Padevoirdt, Padevoert, Padevoort, Padevort, Padevorde, Paeferdt, Paeffert, Paeffoert, Paffort, Paeuwodrt, Paeverden, Paevert, Paffert, Paffort, Paifferdt, Pauijverden, Pauvoort, Pauw, Pauwerd, Pauwers, Pauwert, Pavert, Pavoirdt, Pavoordt, Pavordt, Pauvert, Pawordt, Pervoert, Pavortius, à Pavort; in AAU deel 37 blz 81 ook: Peddelvuort.
Niet alle personen met één van deze namen hebben dezelfde stamvader en het is niet aannemelijk dat ze allen iets te maken hebben met de havezathe de Padevoort in Vinkwijk.
-In de buurtschap Velthunten (gemeente Gendringen) is een boerenhofstede De Pavert.
-In DTB boeken (oa Herwen) komt Pavert ook voor als een voornaam, bijvoorbeeld Pavert Otten en Pavert Aartse.
-H.W. van Soest schrijft in Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht (AAU) deel 37 (1911) blz 81 over de Padevoort in Vinkwijk: "De naam Padevoort geeft door zijn uitgang 'voort' reeds aanstonds te kennen, dat er oudtijds een stroompje vloeide, waarover men daar ter plaatse een vasten overtocht had".
Waarschijnlijker is veen in plaats van stroompje, zoals Hekket verklaart en dat past beter bij de verklaring van de naam Vinkwijk, zoals vermeld in Old Ni-js nummer 44.
^ Terug naar Boven

--Q--
^ Terug naar Boven

--R--

Raaijmakers
Overgenomen uit Ons Familieboek (J. Thoben 1985 Nijmegen)
Naam is ontleend aan een handwerk of beroep. In dit geval een rademaker; dus iemand die raderen/wielen maakt.

Remmeling - Remmelink
Uitgang "ing of "ink": zie Aaldering.
In 1383 wordt Remboldinck genoemd. Reginbold, van "regan" + "bald": stoutmoedig.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.
Remmelink is een boerderij onder Heelweg bij Varsseveld die in het bezit was van Huis Bergh.

Roording - Roordink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1188 wordt Rothardinc genoemd. Rothard, van "hrot": roem + "hard".
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.
^ Terug naar Boven

--S--

Saleming - Salemink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1188 wordt Salemanninc genoemd. Saleman, van "salo" = donker van kleur + man.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.
Ons Familieboek geeft voor Salemink / Zaalmink / Sadelhof / Zaalhof deze verklaring: De Sadelhof of Saalhof (latijn curtis, curia) was een hoofdhoeve, die tot herendienst verplicht was (in tegenstelling tot een horige hoeve = domus, mansus). Deze dienst bestond o.a. hierin, dat de hoeve voor de heer een gezadeld paard, dus een rijpaard beschikbaar moest houden. Alleen zeer grote hoeven, die er een eigen stoeterij op na konden houden, beschikten over goede rijpaarden.

Schröder
Dit is de oude naam voor Schneider = kleermaker
Bron: Ons familieboek blz 15

Siebeling - Siebelink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
In 1382 wordt Syboldinck genoemd. Sibold, van "sigi": zege + "bald"
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Sinderdinck
De Berghse tak is afgeleid van Zinderdijk (nakomelingen van Eugenius Sinderdinck); voor andere stammen Sinderdink: zie Oostnederlandse Familienamen (Hekket).

Sluter - Sluyter - Sluijter - Sluiter
Overgenomen uit Middelnederlandsch handwoordenboek, bewerkt door J. Verdam (1979: ISBN 90 247 07137): 1) portier, concierge; gevangenbewaarder. 2) hofmeester, opzichter over den spijskelder; rentmeester, beheerder der domeingoederen van een vorst [in de archieven van Huis Bergh komt men regelmatig graansluyters tegen].
In 'Ganzeveer' van mei 1999 (themanummer Maria van Nassau) schrijft Egbert Koops op blz 36: De keukenmeester of korensluiter is de ambtenaar die de goederen in natura ontvangt en uitgeeft...

Spaan
afgeleid van de doopnaam Vespacianus (zie bijvoorbeeld doop Oud Zevenaar 21-08-1661)

Spronk
= Kwakzalver (bron: Ons Familieboek (John Thoben Nijmegen 1985)
ZIE OPMERKING ONDERAAN

Stegeman
zie verklaring bij de familienaam Beekman

Straatman
zie verklaring bij de familienaam Beekman
^ Terug naar Boven

--T--

Ticheloven - Tiggeloven
J.G. Vos schrijft in 'Achter Rijn en IJssel; zwervend door Achterhoek en Liemers' in 1957 op blz 108: Evenals het recht van het water en de wind(molens), bezaten de adellijke geslachten ook het tichelrecht. In hun gebied mocht geen andere tichelarij zijn dan die van de heer. Dit recht werd verpacht aan de tichelaar, die dan tevens de oven en het huis in huur kreeg. De Franse Revolutie maakte ook aan dit 'heerlijke recht' een einde, zodat alleen de grond en het gebouw gepacht moesten worden. Toen de heerlijke rechten waren afgeschaft kon dus een ieder die maar leem bezat, gaan tichelen [tegels/stenen bakken].
In de doop-, trouw- en begraafboeken zijn allerlei varianten in de naam geslopen, zoals Tichelhoven, Tiggelavond enz.
^ Terug naar Boven

--U--

van Uhm - van Uum
Afkomstig uit Duitse plaats Udem.
^ Terug naar Boven

--V--

Veldkamp - Veltkamp
Een Berghse familie Veldkamp is afkomstig van de boerderij Veltcamp in Gaanderen (gemeente Doetinchem). In de lijst van Veepest Bergh 1769 komt Veldkamp voor als familienaam en dus niet als boerderijnaam zoals een vraagsteller veronderstelde. (Deze vraagsteller hebben we niet op de hoogte kunnen brengen, omdat opgegeven e-mailadres niet meer in gebruik is?).
Voor meer informatie over betreffende boerderij in Gaanderen verwijzen we naar de boerderijenbibliografie van de Werkgroep Familie- en Boerderijgeschiedenis in Oost-Gelderland (uitsluitend schriftelijk en voldoende postzegels bijsluiten: Hoenderweg 13, 6712 CA Ede).

Vermeulen
Voor Bergh is deze naamsverklaring alleen van toepassing voor naamdragers waarvan voorouders afkomstig zijn uit Oostrum en Venray zoals nakomelingen van meester Vermeulen en zijn zuster, gehuwd met C.J.B. Reijers en is aangeleverd door dhr Frans Vermeulen uit Venray tbv rubriek Uit het Rijke Roomse Leven (Cor Reijers, priester van het Aartsbisdom Utrecht):
De achternaam Vermeulen, met haar vele varianten als 'An gen Mullen', 'Aen de Mullen', 'Vermuelen', etc. komt omstreeks het jaar 1600 en de eerste helft van de 17e eeuw in de kerkregisters van Venray veelvuldig voor.

Volmanbeck
Samentrekking van familienaam Volman en plaatsnaam Beek (Bergh), uitspraak (in WALD-spelling): Baek.
Betreft Cornelus Peter Volmanbeck die in 1903 te Bergh trouwt met Johanna Geertruida Berndsen (Zie Kerspel Beek in de Liemers blz 1389 en 1391)
^ Terug naar Boven

--W--

Wassing - Wassink
Uitgang "ing of "ink": zie Aaldering.
In 1188 wordt Wascikinc genoemd, in 1356 Wassekinc. Wassiko, van "hwass" of "hwat" = scherp. Vergelijk wetten van een zeis.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Wensing - Wensink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering.
Weniso, van "wan": waan.
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980.

Wiendels
Dit is een patroniem; dus afgeleid van de oorspronkelijke (voor)naam van de stamvader van het geslacht: Wiendels = Wijnholts = Winols = Wijndels; voornaam Wiendelt (bron: Ons Familieboek 1985).
In 'Woordenboek van voornamen' door dr. J. van der Schaar (Aula boeken Het Spectrum 1964) staat bij Wiendelt: zie Winold = tweestammige germ. naam uit Win- en -old. Win = vriend.

Wilting - Wiltink
Uitgang "ing" of "ink": zie Aaldering
Wilto, van "wild".
Bron: Kronijck van Deutekom februari 1980
^ Terug naar Boven

--X--
^ Terug naar Boven

--IJ--
^ Terug naar Boven

--Z--
^ Terug naar Boven



Opmerking:

Naar aanleiding van een e-mailtje van een vraagstelster over de naam Spronk:
In Ons Familieboek wordt verwezen naar diverse literatuur; we kijken het nog even na. Mocht iemand op voorhand al weten waar het van afkomstig is (Spronk = kwakzalver), houden we ons aanbevolen voor een berichtje.

We citeren uit Ons Familieboek blz 15:
De naamkunde is een wetenschap op zich. Het zou te ver voeren in dit Familieboek in den brede op het ontstaan van de familienamen in te gaan. Het onderstaande wil slechts een indruk geven. Wie hier meer van zou willen weten, kan de volgende literatuur raadplegen:
-D.P. Blok: Iets over naamkunde en genealogie. In: De Nederlandse Leeuw, Maandblad voor Geslachts- en Wapenkunde, jaargang 72 (1955), kol 301-304
-J.H. Brouwer en H.T.J. Miedema: Studies over Friese en Groningse Familienamen. In: Bijdragen en Mededelingen der Naamkundecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam XXIII (1964)
-Albert Carnoy: Origines des noms de famille en Belgique, Leuven 1953
-Förstemann: Altdeutsches Namenbuch, Bonn 1913-1914
-J.J. Graaf: Nederlandsche Doopnamen, Bussum 1915
Albert Heintze: Die deutschen Familiennamen geschichtlich, geografisch, sprachlich, 5e verbeterde en vermeerderde druk door Prof. Dr. Paul Cascorbi, Halle a.d. S. 1922
-P.J. Meertens: De betekenis van de Nederlandse Familienamen, Naarden 1943
-K. Roelandts en P.J. Meertens: Nederlandse familienamen in historisch perspectief. In: Bijdragen en Mededelingen der Naamkundecommissie van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam II, Leuven/'s-Gravenhage 1951
-A. Swaen: Nederlandsche geslachtsnamen, Zutphen 1942
-G.J. Uitman: Hoe komen wij aan onze namen? Amsterdam 1941
-Joh Winkler: De Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en betekenis, Haarlem 1885 [in register komt naam Spronk niet voor].
-Joh Winkler: Studiën in Nederlandsche Namenkunde, Haarlem 1900
-Jkvr J.M. van Winter en J.P.J. Gewin: Genealogie en naamgeving in de Middeleeuwen. In: Bijdragen en Mededelingen der naamkundecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam XIX (1960).
Ook in deel I van het werk: Heimatkunde des Herzogtums Oldenburg, herausgegeben vom Oldenburger Landes-Lehrer-Verein, Bremen 1913, wordt zeer uitgebreid over (Duitse) familienamen gesproken.


VERTALING VOORNAMEN IN HET LATIJN

Nog een citaat uit Ons Familieboek (1985) door John Thoben (blz 11):
Ik ben van mening, dat de bestaande literatuur veel te snel zijn toevlucht neemt tot christelijke heiligennamen om de oude vreemd-klinkende roepnamen te verklaren.
Mijns inziens is de grote massa van deze namen in onze streken afgeleid van oeroude inheemse germaanse namen, die ons dikwijls niet meer bekend zijn: in de volksmond bleven de roepnamen bestaan, de volledige namen gingen mét hun zinvolle betekenis verloren. Van geslacht op geslacht werden de oude roepnamen op kinderen en kindskinderen overgedragen: aan de instandhouding immers van de naam in het geslacht werd veel waarde gehecht, want men veronderstelde mét de naam het 'wezen', de macht en de levenskracht van vroegere generaties en van de familiestam over te dragen op de jonggeborene.
Als nu het kindje ten doop werd gehouden, vroeg de pastoor, hoe de kleine wel moest heten. En dan kwam zo'n oude, in de traditie gewortelde roepnaam op de proppen, die door de pastoor prompt netjes in het latijn werd 'vertaald': hij zocht een voor de hand liggende, (meestal ten dele) gelijkklinkende heiligennaam om de dopeling in zijn leven een passende heilige als schutspatroon mee te geven. De pastoor voelt zich overigens in het algemeen geroepen de 'platte' taal van zijn ongeletterde kudde in beschaafd Nederduits op papier te zetten. Een duidelijk bewijs voor zijn gebrek aan kennis van dat dialect zijn zijn 'verbeteringen' als: Henderijn voor Henderien, Knijsten voor Kniesten, Vijrick voor Viering.
Honderden 'vertalingen' ben ik bij mijn genealogische naspeuringen overal in de oude kerkregisters tegengekomen. Hier volgt een kleine bloemlezing (eerst de roepnaam, daarachter de vertaling van de pastoor);

Aaltje: Aleijdis < Adelheidis
Albert: Albertus
Arntje / Erntje: Arnolda, Ernestina
Bart: Albertus, Allebartus, Bartholomeus, Engelbertus, Lambartus, Lambertus
Beelke / Beeltje: Isabella, Sibilla
Bitter: Petrus (misschien omdat Petrus 'bitter' weende?!)
Braam / Bram: Abraham
Brün: Bruno
Cent: Vincentius
Charlotte: Carolina
Daam: Adamus, Damascenus, Damianus, Dominicus
Daan: Daniël
Deeke / Derk / Dirk: Didericus, Theodorus
Derris/Derriske: Dorothea, Theodora
Dieuwertje / Divertje: Divera
Dilis: Egidius
Dina: Alberdina, Everdina, Hendrina, Reindina
Drees / Dries: Andreas
Elsgen: Elisabeth
Engel: Angela, Engelberta (meisje), Angelinus, Engelbertus (jongen)
Engin: Anna
Eufgin / Ifken / Eefje: Eva, Everdina
Eultjen / Aaltjen: Aleijda, Aldegundis, ook Elisabeth
Faas: Bonifatius, Servatius
Fenneke: Eva, Veronica
Fiet / Fit: Ludovicus
Gauke: Genoveva
Geeske: Gesina, Gisberta, Gosina, Gosuina, Gudula
Gertje: Gerarda, Gertrudis, Grada, Margaretha
Geurt: Godefridus
Gilles: Aegidius
Guurtje: Godofrida
Hent: Henricus
Hilke: Helena
Ifken / Eufgin: Eva, Fenenna
Immeke / Erm: Emerentiana
Jelles: Aegidius, Cornelius
Job: Jacobus
Joost: Josephus, Judocus, Justus, Jordanus, Jeude, Juda
Jutta: Juditha
Kniertje: Cunera
Kop / Kopes / Köpke / Koppe / Keup: Jacobus
Kors: Christianus
Krijn: Quirinus
Kunne: Cunigonda
Leen / Leyneke: Helena, Magdalena, Leonarda
Lens: laurens
Lippe / Lips: Philippus
Loef: Ludolphus, Ludovicus
Ludeke / Lüke: Lucas (Lutke = klein)
Lumme: Columba
Maas: Thomas, Mauritius
Meembke / Memke: Monica
Meis: Bartholomeus, Mansuetus
Melis / Mellis / Mela: Emilius, Emilia
Met: Matthias
Metke: Mechtildis
Metza / Metsgin: Mathilda
Mina: Harmine, Hermina, Jacomina, Wilhelmina, Willemina
Mocke: Remaclus
Naad / Naas / Naats: Bernadus, Bernardus, Ignatius
Nanna: Winandus
Neeske: Agnes
Neulleke: Arnolda, Cornelia, Petronella
Niels: Nicolaus
Nijs / Nis: Dionysius
Paitza: Beatrix
Raab: Robert / Remboldus
Rens: Laurentius
Renske: laurentia, ook: Francisca
Ricolf: Reinardus
Rijk: Richardus
Seel / Sel: Anselmus, Marcelis, Marcellus
Seine / Cent: Vincentius
Sip: Cyprianus
Sivert: Severinus
Spaan: Vespanius
Stien: Christina, Augustina
Teun: Antonius
Teuniske: Antonia
Tewes: Mattheus
Thaelke / Thalke: Adelheidis, Thecla
Thie / Thies / Thin / Thijs: Matthias, Timotheus
Thole: Bartholomeus
Tobe: Tobias
Trui / Truitje / Truta: Gertrudis
Venne = Fenneke: Eva, Veronica

FANTASIE-HEILIGEN
Als mijnheer pastoor zo gauw geen heilige kan vinden, dan neemt hij een enkele keer zelfs zijn toevlucht tot fantasie-heiligen, die op de heiligenkalender nooit zijn voorgekomen. De weg van de minste weerstand is natuurlijk: het produceren van een 'heilige' door de roepnaam een latijnse klank en uitgang te geven..... Een paar voorbeelden:
Beelke: Belindis
Daan: Jordanus
Dingen: Dingena
Eerke: Honoria (latijn honor = eer!)
Eijken / IJke: Aia, Ida
Enneke: Ennata
Eulje: Ulendina, Uludina
Fenne: Fenenna, Triphenna
Geeske: Geeskena, Gesa, Geseca
Geurt: Gaugericus
Haring: Argimirus
Hartger: Hartgerus
Hempe: Hemperta, Hermanna
Herbert: Heribertus, Heribrandus
Loef: Lulloyus
Lubbert: Leobardus
Lumke: Columbina, Illuminata, Ludmilla, Lüberta, Lumidia
Lutje: Charlotte, Luthesia (Lutetia is de latijnse naam voor de stad Parijs!)
Lutke (= kleintje): Lutildis
Maes: Masius (!)
Meis: Mansuetus
Mientje: Meijntina
Oldig: Ulricus (!)
Palick: Palimedes
Pelgrum: Pelgriminus
Ras: Erasmus
Rein: Renatus
Rempe: Remperta
Rensje: Regina, Rensina
Sander: Zandrius
Spaan: Spanaeus (!)
Stoffeltje: Stoffelina
Swaantje / Swanke / Swenneke: Cygnola, Susanna, Zuana (Cygne is het Franse woord voor zwaan!)
Thaelke / Thalke: Thalia
Thole: Ptolemeus
Uda: Udelindis
Venne / Fenne: Phenenna, Triphenna
Walter / Wolter / Wouter: Gualterus, Valerius, Walterus, Wolterus
Werner: Wernerus
Wessel: Wesselus; ook Wesselaus (denkend aan Wenceslaus)
Wijer: Wijerbertus, Wiro
Wilke: Wilkinus

In Elten wordt op 13-7-1650 Ooster (Geerlings) vertaald in Paschald omdat pasen in het duits 'Ostern' is!


<- Terug naar index families

© 2001 Heemkundekring Bergh, info@heemkunde.nl - Design, realisatie en hosting: Montferland Media Studio