R.K. Pancratiuskerk 's-Heerenberg
De vernieuwingen in de R.K. kerk in de jaren 60 en 70 betekenden het eind van het rijke roomse leven. Begrippen als versobering, secularisatie, bevrijdingstheologie en terug naar de bron waren aan de orde van de dag. In veel gevallen ontketende dat ook een soort tweede kleine 'beeldenstorm'.
Wat ging er aan vooraf?
De roomskatholiek Pancratiuskerk in 's-Heerenberg is in 1895-1897 gebouwd naar een ontwerp van de bekende bouwmeester van de neogotiek Alfred Tepe. Deze leefde van 1840 tot 1920. Het meubilair (preekstoel, communiebanken), de kruiswegstaties, maar ook het front van het orgel komen uit de ateliers van Friedrich Wilhelm Mengelberg (de vader van de beroemde Nederlandse dirigent Willem Mengelberg).
Vanaf 1796 mochten de katholieken in Nederland na eeuwen calvistische alleenheerschappij hun geloof weer openlijk belijden. Er mochten vanaf dat moment ook weer rooms-katholieke kerken worden gebouwd. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 leefde de kerkelijke kunst dan ook sterk op. Zo ontstond in Utrecht het Bernulphusgilde, een groep vooraanstaande kunstenaars en architecten die veelal uit het Duitse rijnland werden aangetrokken. Zij stelden zich ten doel de kerkelijke kunst nieuw leven in te blazen , geïnspireerd op de 15de en 16de eeuwse Nederrijnse gotiek. Door de neo-gotische stijlopvattingen van deze groep kreeg deze de naam 'Utrechtse school'. Architect Alfred Tepe en zijn vriend houtsnijder/beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg die ondermeer de St. Pancratiuskerk van buiten en van binnen vorm hebben gegeven waren beiden prominente leden van het Bernulphusgilde. Mengelberg die een door Tepe ontworpen atelier in Utrecht had ontwierp vrijwel alle kunst die in de kerken van Tepe aanwezig was. Hij was een vooraanstaand kunstenaar met grote kwaliteiten. De meesterlijke bronzen deuren van de Keulse dom getuigen daarvan. De kerken van Tepe die gebaseerd zijn op de rijnlandse gotiek kenmerken zich door een sobere uitvoering. Ze zijn vrijwel geheel in baksteen uitgevoerd. De soberheid gaat gepaard met een zeer goed gevoel van verhoudingen. Zijn ongeveer 70 kerken in Nederland passen daarom zo goed in het Nederlandse landschap of stadsbeeld. Ondanks het feit dat ze gebouwd zijn in de periode die we nu als de tijd van het rijke roomse leven bestempelen zijn ze niet weg te denken.
 |
Het Botterkruus
Bij gelegenheid van hun gouden huwelijksfeest schenkt het echtpaar Rademaker-Pruijn op 17-5-1927 een prachtig triomfkruis dat 1500 gulden kost: het zg. 'Botterkruus'. Deze bijnaam zou het krijgen omdat, zoals verteld wordt, de schenker rijk was geworden met het smokkelen van boter over de grens met Duitsland.
|
Einde van een tijdperk
In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw zette een flinke wind op in de katholieke kerk die soms tot stormkracht uitgroeide. Naast veel rituele gebruiken moesten veel uitingen van dat rijke roomse leven, zoals rijke versieringen en kerkmeubilair als gebeeldhouwde communiebanken en preekstoelen en soms ook beelden het ontgelden. Soms vond een communiebank een nieuwe bestemming als onderdeel van het 'altaar met gezicht naar het volk' dat op het vooruitgeschoven priesterkoor werd gecreëerd. Voor de preekstoel lag meestal een minder glorieuze bestemming in het verschiet. Oorspronkelijke muurbeschilderingen werden rigoreus overgeschilderd. 'Overbodige franje' vond men niet meer passen bij de godsbeleving en de uitingen daarvan. Men voelde het ook als bevrijding van datgene wat het volk decennia lang als het keurslijf van de katholieke kerk had ervaard, waarbij de macht van boven gold en het volk vrijwel niets te zeggen had.
Met de St. Pancratiuskerk in 's-Heerenberg verging het niet veel anders. Preekstoel en communiebanken verdwenen spoorloos uit de kerk en het gedecoreerde interieur werd onder een dikke laag saus verborgen. Wellicht vond men dat toen allemaal nodig om de veranderde tijdgeest tot uitdrukking te brengen.
Gelukkig gaan wij heden ten dagen niet meer zo gebukt onder hierarchische structuren en laten we ons minder in strakke keurslijven dwingen. Door de katholieke aardverschuiving van de jaren 60 in een historisch perspectief te plaatsen komt er ruimte om de oorspronkelijkheid van dingen opnieuw te gaan waarderen en zelfs beleven.
Voor de St. Pancratiuskerk betekende dit o.a. concreet dat men graag de oorspronkelijke decoratie in het interieur die onder een dikke sauslaag zat weer tevoorschijn wilde halen om zo de kerk weer zoveel mogelijk in de orginele staat terug te brengen.
Het onderzoek
Begin 2005 heeft onderzoek plaatsgevonden in het vieringsgedeelte ter plaatse van de eerste pijlers van het middenschip van de kerk.
Daarbij zijn zg. vensters in de verflaag gemaakt om de oorspronkelijke polychrome afwerking te voorschijn te halen en te inventariseren. Na enkele proeven hoe de schildering het beste bloot te leggen, bleek dat met afbijt de dikke laag saus het best te verwijderen was. De schildering werd daarna gereinigd met aceton en daarna geneutraliseerd met terpentine. Ze had hiervan niet of nauwelijks te lijden. Gelukkig bleken alle decoratieve schilderingen nog aanwezig.
Uit onderzoek bleek dat op de stuc-ondergrond eerst een dikke beige verflaag was aangebracht. Hierop waren met behulp van schablonen de decoraties geschabloneerd. Met de hand werden daarna de andere decoratieve details aangebracht.
Men stond voor de vraag hoe dit gerestaureerd moest worden.
De eerste mogelijkheid was een volledige blootlegging van de decoratieve afwerkingen en het bijwerken daarvan. De tweede mogelijkheid was een volledige inventarisatie van de decoratieve afwerkingen en een reconstructie hiervan, dus over de oude lagen heen
Uiteindelijk is gekozen voor de eerste mogelijkheid. Het sauswerk is er afgehaald, zodat de oorspronkelijke schilderpatronen tevoorschijn kwamen, maar wel beschadigd. Deze zijn hersteld, deels met nieuwe schablonen en deels door beschadigde delen te herstellen.
Stand van zaken lente 2008
Alleen de zgn. gordijnschildering op het priesterkoor moet nog worden hersteld. Dat dit nog moet gebeuren is ter plaatse ook duidelijk te zien. Er zijn gedeelten ontdaan van het sauswerk. Dat herstel vindt waarschijnlijk plaats in het najaar van 2008.
Wat gebeurt er met het orgel op het koor achter in de kerk?
Het orgel dat 915 pijpen telt, is gebouwd in het atelier van orgelbouwer M. Maarschalkerweerd, een ander prominent lid van het Utrechtse Bernulphusgilde. Het front van het orgel is net als de rest van het kerkinterieur afkomstig uit de ateliers van Mengelberg.
Wat betreft dit Maarschalkerweerdorgel is nu een onderzoek gestart naar de onderhoudstoestand en de kosten verbonden aan het herstel.
Het orgel is, evenals de Pancratiuskerk, een monument zodat herstel en uitvoering zijn gebonden aan regels die meer tijd vergen.
Hopelijk wordt in 2009 dit orgel weer in volle klankglorie in gebruik genomen.
Op dit moment wordt het vervangend Johannus-orgel gebruikt voor de kerkdiensten.
In het speciale St. Pancratiusnummer van Old Ni-js wordt onder andere de bouwgeschiedenis en inrichting van de kerk, maar ook de ingebruikname met de feestelijkheden er om heen uitvoerig beschreven. Het nummer is te koop of in te zien in het Heemkundehuus, Stadsplein 70 's-Heerenberg, elke maandagavond van 19.00 tot 21.00 uur.
Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen rond de St. Pancratiuskerk. Neem ondertussen eens een kijkje in de schitterend gerestaureerde kerk.